De wind waaide door haar rossige haren en door het duingras. Ze liet haar kleurrijke vlieger op en rende, rende zoals nooit tevoren. De wind leek door haar lichaam heen te jagen, alles in haar weg te blazen. Ze voelde hoe de wind een glimlach op haar gezicht toverde. Ze struikelde over haar zandkasteel en liet zich op de grond vallen, terwijl ze de greep op haar vlieger verloor. Ze bleef staren en zag de vlieger steeds kleiner worden. Steeds hoger geraken, steeds verder weg van de kwade en boze beschaving. Een laatste glimp en zelfs het puntje was verdwenen in de blauw met wit vermengde lucht. Ze wilde die vlieger zijn. Langzaam verdwijnen en voor altijd rond blijven zweven. Zacht ademend lag ze daar, het duingras prikte in haar zij. Zo zou ze best lang zo kunnen blijven liggen. Misschien wel maanden, nee jaren. Ze zou vergroeien met de natuur, een onderdeel ervan worden.
"Hé, daar heb je haar! De vierde zandkorrel van links!" Niet dat iemand haar kwijt zou zijn of zou willen zoeken. Nee, ze zou best vredig en onopvallend een onderdeel van de natuur kunnen zijn. Zo puur, zo wonderschoon. Mits je geen brandnetel werd. Hadden mensen de ongerepte duinen lief? Hielden ze net zoals zij van de grote woeste zee, met haar wilde golven? Of zagen ze het als een iets. Slechts als een iets, niet belangrijk voor hun aanwezigheid hier op aarde. Maakte de natuur de mensen? Of zagen zij het als een minderwaardig iets in hun leven. Iets wat erbij hoorde om hun bestaan te verheerlijken? Ze wist het niet. Ze kon de mens nooit zo ontdekken. Ze dacht dat men zich verheven voelde boven de natuur, terwijl zij de natuur boven haar bestaan stelde. Lastig.
Ze sloot haar ogen genoot van de sproetjescreërende zonnestralen.
dinsdag 24 januari 2012
maandag 23 januari 2012
Noorwegen
de zon scheen, maar echt warm was het niet.
Jij pakte mijn hand en kneep er zachtjes in.
We liepen samen de oprit af en begonnen ons eerste wandeling van ons eerste vakantie samen. Noorwegen.
We liepen een uur, zonder iets te zeggen. Unaniem werd er richting gekozen.
'Wij hebben veel meegemaakt, hé?' zei jij.
Ik keek op naar jou en verwerkte je woorden na die lange stilte.
Ik keek je aan en knikte, met op mijn gezicht een zachte glimlach.
'Ook nare dingen' zei jij, nu op een andere, serieuze toon.
Ik knikte en wende mijn blik af naar mijn zwarte sandalen en de steentjes van het asfalt, die onder mijn voeten verdwenen. Het bleef een tijdje stil.
Weer kneep je zachtjes in mijn hand en je blik verplaatste zich van het asfalt naar mij. Jij keek me aan en ik keek terug.
'Wij kwamen altijd weer terug bij elkaar' zei jij en je stopte met lopen.
Ik stopte ook en draaide me naar jou toe.
Jij draaide je naar mij. Ik pakte jou andere hand ook vast en keek je in de ogen. Jij keek terug en zo stonden we daar een tijdje. Midden op een weg in Noorwegen.
Je lachte naar me en daarom lachte ik ook.
'Broodje?' vroeg jij.
'Ja.' zei ik waarop ik mijn hand uit die van jou wurmde en je leidde naar het gras, naast het asfalt.
We gingen in het gras zitten en ik zocht in mijn tas naar een zakje met brood.
'Kaas goed?' vraag ik.
'Ja' zeg jij.
We keken allebei naar de overkant van de weg waar een paar hoge bomen stonden. Ik sloot mijn ogen na een tijdje, totdat ik je lippen op mijn wang voelde. Er verscheen een lach op mijn gezicht waarna ik mijn ogen opende en ik naar jou keek. Jij lachte ook.
Leuk, vond ik dat.
Jij pakte mijn hand en kneep er zachtjes in.
We liepen samen de oprit af en begonnen ons eerste wandeling van ons eerste vakantie samen. Noorwegen.
We liepen een uur, zonder iets te zeggen. Unaniem werd er richting gekozen.
'Wij hebben veel meegemaakt, hé?' zei jij.
Ik keek op naar jou en verwerkte je woorden na die lange stilte.
Ik keek je aan en knikte, met op mijn gezicht een zachte glimlach.
'Ook nare dingen' zei jij, nu op een andere, serieuze toon.
Ik knikte en wende mijn blik af naar mijn zwarte sandalen en de steentjes van het asfalt, die onder mijn voeten verdwenen. Het bleef een tijdje stil.
Weer kneep je zachtjes in mijn hand en je blik verplaatste zich van het asfalt naar mij. Jij keek me aan en ik keek terug.
'Wij kwamen altijd weer terug bij elkaar' zei jij en je stopte met lopen.
Ik stopte ook en draaide me naar jou toe.
Jij draaide je naar mij. Ik pakte jou andere hand ook vast en keek je in de ogen. Jij keek terug en zo stonden we daar een tijdje. Midden op een weg in Noorwegen.
Je lachte naar me en daarom lachte ik ook.
'Broodje?' vroeg jij.
'Ja.' zei ik waarop ik mijn hand uit die van jou wurmde en je leidde naar het gras, naast het asfalt.
We gingen in het gras zitten en ik zocht in mijn tas naar een zakje met brood.
'Kaas goed?' vraag ik.
'Ja' zeg jij.
We keken allebei naar de overkant van de weg waar een paar hoge bomen stonden. Ik sloot mijn ogen na een tijdje, totdat ik je lippen op mijn wang voelde. Er verscheen een lach op mijn gezicht waarna ik mijn ogen opende en ik naar jou keek. Jij lachte ook.
Leuk, vond ik dat.
zaterdag 21 januari 2012
Wat zich allemaal in de grotten in mijn hoofd verstopt
Ik droomde dat ik in een reusachtige bieb was met hele mooie oude boeken en metershoge ladders om naar deze toe te klimmen. Het rook er een beetje muf en er werd klassieke muziek gespeeld. Ik was aan het lezen in een raamkozijn en ineens stond Henk Schiffmacher voor mijn neus, hij vroeg ‘hallo, zal ik je tatoeëren?’. En ik vond het prima. We liepen naar een soort van binnentuin en ik trok mijn shirt uit. Ineens was er een zoemend geluid en hij dipte de naald in de inkt. Henk tekende langzaam en pijnlijk een sliert aan golven onder mijn borst, mijn hele lichaam rond. Golven die leken op haaienvinnen. Voortaan zou ik altijd zwemmen, zonder kopje onder te gaan. Altijd blijven drijven.
In een andere droom was ik in een enorm grote hoge kerk, die ik al eerder zag toen ik ooit over Rusland droomde. Het was een soort van rare grijze bunker met een hele spitse toren, opgebouwd uit kubussen en rechthoeken. Ik stapte er binnen en verbaasde me om alle pracht en praal. Er hingen hele moderne schilderijen van de kruistocht van Jezus en overal waren donkerrode kleuren te zien. Een man zette een doornenkrans op mijn hoofd en langzaam werd ik ook donkerrood. De stralen bloed die van mijn lichaam afliepen leken op kaarsvet. Ik slenterde verder door de kerk en had hele gewone gesprekken met hele gewone mensen die zich niet leken te verbazen over mijn langzame leeglopen. In mijn oren hoorde ik een koor zingen, op een angstaanjagende ijzige manier. Toen ik de kerk uit rende gleed al het rood van me af en voelde ik met stukken lichter. Ik keek nog een keer om naar de kerk en zag hoe een vrouw zich van de torenspits afwierp, iedereen leefde verder en negeerde de vrouw, zoals ze eerder ook mijn bebloede lichaam negeerden. Langzaam liep ik op de vrouw af en ik zag dat ze dood was, dood zonder bloed. Ik schoof haar jas opzij om te kijken of haar hart niet nog stiekem klopte. Toen ik haar jas opende zag ik dat ze naakt was, betekend met striemen en bedekt met leren riemen. In haar lichaam stond gebrand 'ik zal altijd bij je blijven, altijd blijven drijven'. En toen schrok ik wakker.Dit zijn mijn dromen van vandaag en gister en eigenlijk weet ik niet zo goed wat ik ermee aan moet. De droom over Henk Schiffmacher vond ik heel leuk maar die van vandaag vond ik enorm naar. En nu heb ik nog steeds een beetje een naar gevoel, bluh. En ik weet niet hoe het komt dat ik mijn dromen de laatste dagen zo goed onthoud, dat doe ik normaal gesproken namelijk nooit.
donderdag 19 januari 2012
IJspaleis
Toen we die ochtend de deur uitstapten was de hele wereld van ijs. Van de bloemkolen in de kisten voor de groenteboer op de hoek tot het zand tussen de stoeptegels. De lantaarnpalen glommen en voorzichtige druppels liepen dankzij de uitgestraalde warmte naar beneden. De hele wereld was een grote ijssculptuur en iedereen leek het normaal te vinden.
De straten werden gevuld door mensen die verscholen in hun dagelijkse routine met grote passen van bushalte naar bushalte renden. Zonder uit te glijden of zelfs maar het evenwicht te verliezen.
Misschien hadden wij een winterslaap gehouden en hadden we zo lang geslapen dat we gemist hadden wat er met de wereld gebeurd was. We hadden duizend jaar met onze ogen dicht in bed gelegen terwijl de hele wereld verder draaide en zoveel veranderde als iets veranderen kon.
Ik wist dat jij hetzelfde dacht, want de wereld was opeens raar en over rare dingen hadden we altijd dezelfde gedachtes gehad. We praatten niet, maar liepen langs de heuvel naar het park terwijl jij zacht je hand in die van mij schoof.
Pas zeven maanden en zeven dagen later begon de wereld met smelten. Eerst maar zachtjes, het waren alleen de plekken die beschenen werden door de warmte van autolampen, door lantaarnpalen. Onder de dikke laag die de wereld deze maanden verhoogd had, kwam in het park de groene waas van het gras weer tevoorschijn. Geen grijze witte wazen meer, maar wereld zoals een wereld zijn kon.
Na nachten van druppels langs ons slaapkamerraam, verdwijnende lagen ijs op het dak, ging het smelten steeds sneller. Van kleine stroompjes over de straten, naar grote watervallen, tot zeeën die alles in hun golven met zich meenamen.
En weer hield je mijn hand vast, net zoals je deed toen we die eerste dag langs de heuvel naar beneden liepen. Grote stromen kwamen door de ramen van het huis naar binnen. We dreven, we zwommen, we verdwenen.
De straten werden gevuld door mensen die verscholen in hun dagelijkse routine met grote passen van bushalte naar bushalte renden. Zonder uit te glijden of zelfs maar het evenwicht te verliezen.
Misschien hadden wij een winterslaap gehouden en hadden we zo lang geslapen dat we gemist hadden wat er met de wereld gebeurd was. We hadden duizend jaar met onze ogen dicht in bed gelegen terwijl de hele wereld verder draaide en zoveel veranderde als iets veranderen kon.
Ik wist dat jij hetzelfde dacht, want de wereld was opeens raar en over rare dingen hadden we altijd dezelfde gedachtes gehad. We praatten niet, maar liepen langs de heuvel naar het park terwijl jij zacht je hand in die van mij schoof.
Pas zeven maanden en zeven dagen later begon de wereld met smelten. Eerst maar zachtjes, het waren alleen de plekken die beschenen werden door de warmte van autolampen, door lantaarnpalen. Onder de dikke laag die de wereld deze maanden verhoogd had, kwam in het park de groene waas van het gras weer tevoorschijn. Geen grijze witte wazen meer, maar wereld zoals een wereld zijn kon.
Na nachten van druppels langs ons slaapkamerraam, verdwijnende lagen ijs op het dak, ging het smelten steeds sneller. Van kleine stroompjes over de straten, naar grote watervallen, tot zeeën die alles in hun golven met zich meenamen.
En weer hield je mijn hand vast, net zoals je deed toen we die eerste dag langs de heuvel naar beneden liepen. Grote stromen kwamen door de ramen van het huis naar binnen. We dreven, we zwommen, we verdwenen.
Zwanenzang
Mijn knieholtes worden er warm van
En ik krijg kippenvel onder mijn oksels
Laten we elkaar toedichten
Met homo-erotische poëzie
Spetter spieter spater
Met homo-erotische poëzie
Spetter spieter spater
Wie haat is een hater
woensdag 18 januari 2012
krabbeltjes
De zoete druppels van haar liefde vallen als onzichtbare regen.
'Waarom zit je altijd met je hoofd ergens anders?'
'Omdat mijn gedachten daar worden geboren, maar mijn lichaam wil niet mee.'
Ze omarmde haar geluk,
niet stevig genoeg.
Ze douchte het liefst in het donker, zodat ze zeker wist dat haar tranen niet op vielen tussen de druppels water.
Een deken van liefde,
laat me tekenen met gedachten.
Tegen beter weten in,
weet ik het niet meer.
(het is niet mijn dag vandaag, maar ik heb wat in te halen nadat ik een paar weken niks geschreven heb. hihi)
'Waarom zit je altijd met je hoofd ergens anders?'
'Omdat mijn gedachten daar worden geboren, maar mijn lichaam wil niet mee.'
Ze omarmde haar geluk,
niet stevig genoeg.
Ze douchte het liefst in het donker, zodat ze zeker wist dat haar tranen niet op vielen tussen de druppels water.
Een deken van liefde,
laat me tekenen met gedachten.
Tegen beter weten in,
weet ik het niet meer.
(het is niet mijn dag vandaag, maar ik heb wat in te halen nadat ik een paar weken niks geschreven heb. hihi)
zondag 15 januari 2012
De zee
De golven vlechten hun geruis door mijn gedachten, door alle slierten dromen en strengen verlangens. Ik denk dat het strand de enige plek is waar ik ooit echt geleefd heb, met zand tussen mijn tenen en een overvloed aan vertrouwen. Toen ik vroeger klein was rende ik in een gele jas achter mijn broertje aan en zochten we kwallen om met een schop op te slaan. En we vonden garnaaltjes en krabbetjes en voelden vieze dingen onder onze voeten. Later las ik er boeken over verloren dromen en nog later schreef ik er mijn eerste verhalen. Of rende ik in mijn onderbroek met een flamingo erop roekeloos de golven in en riep mijn broertje dat hij zich voor me schaamde. En nog later dronk ik er bier met draakjes op het etiket en plaste ik in de duinen. En nog later rende ik er in mijn eentje rond, tegen de wind in en huilde ik om de jeugd die ik kwijt was. Nog later besloot ik een zeemeermin te worden en verkocht ik mijn ziel aan het strand. Nog later durfde ik niet meer aan de zee te denken.
En nu ga ik over twee weken weer naar het strand, waar weet ik nog niet. Na een tijd lang mijn hoofd te hebben laten vollopen met kennis. Het is een soort van rare parallel in mijn leven dat ik na iedere afgesloten periode even de zee wil zien om te weten dat het leven vergankelijk is.
Alles komt bij elkaar aan zee.
donderdag 12 januari 2012
Eskimo's
Zoals welbekend gebruiken Eskimo's hun neus om hun liefde te tonen in plaats van hun mond en dat doen ze vast omdat ze anders aan elkaar vastvriezen en dat zou natuurlijk uitermate vervelend zijn. Maar nu is de vraag: hoe maken ze dan kleine lieve eskimo-baby's? Dat is een heel erg complex verhaal. De eskimo-man gaat in de eskimo-vrouw en in het heetst van de strijd vriezen ze in elkaar vast, en nee dat is niet paradoxaal. Nou dan zitten ze negen maanden in elkaar vast en als de baby dan komt wordt de man uit de vrouw geduwd. Het is best vies want ze moeten ook plassen enzo en dan gaat dat rotten en bah dus. Maar het is ook heel mooi want dan kunnen ze allemaal diepe gesprekken voeren en als je elkaar na negen maanden ingevroren zijn niet zat bent kun je vast ook hele lieve baby's tot hele lieve mensen maken. En stel dat kan niet? Nou dan binden ze de vrouw vast met ducktape aan de muur en binden ze een touw om de man en dat touw is verbonden aan een raceauto. Dan gaat de auto racen en raast de man met vliegende vaart uit de vrouw en trekt de baby met zich mee. En dat is tragisch, maar misschien wel minder tragisch dan ongelukkige ouders. En ik kan hier nog heel veel meer vieze dingen over zeggen maar dat zal ik jullie besparen, want het is echt heel vies.
Nou ik ga me klaar maken om naar bed te gaan en dat betekent dat Vic dat ook moet, of hij nou wil of niet. En dan kruip ik fijn onder mijn schaap en mag Vic fijn op de vloer liggen. En er is een poort met lichtgevende sterren, onwijs romantisch natuurlijk.
Au revoir en groetjes van Vic die mij net een hele leuke foto van een lama met een sjaal liet zien, oui.
la vie
Ik denk vaak na over hoe het leven van een mens kan lopen. Soms sta ik op het punt om iets te doen, en vraag ik me af wat er zou gebeuren als ik iets totaal anders zou doen dan wat ik van plan was. Zou dat dan de bedoeling zijn? Of ben je gewoon zelf degene die je leven in de hand heeft? Ik vind het zo moeilijk om over na te denken. Ik bedacht me net dat er misschien met elke beslissing die een mens maakt, er gelijk een ander leven voor diegene wordt uigestippeld. En dan heb je weer een paar opties om uit te kiezen en zo gaat het steeds door.. Misschien is het wel gewoon heel simpel en denk ik er te moeilijk over na. Maar het is gewoon zo raar hoe je met één beslissing zoveel te weeg kan brengen. Ik zou nu zo op de trein kunnen stappen, niet wetend waar naar toe. En pas over een jaar terug komen. Daarmee zou ik mijn diploma niet halen en dingen meemaken die ik anders helemaal niet zou hebben geweten en gezien. Misschien komt het ook wel doordat ik zo vaak ben verhuisd. Ik had ongeveer vijf verschillende levens kunnen hebben, op vijf andere plaatsen, vijf andere scholen en heel veel andere mensen. Het leven is gewoon iets raars. Het leven is gewoon mooi.
druk
Als ik even terugdenk aan alles wat ik gedaan heb in mijn leven
kan ik me niet herinneren dat ik het ooit druk had.
behalve dus nu. slaat echt nergens op.
morgen middag is een deel van die drukte over dus misschien verander ik dan dit nog
in iets leuks
ik denk het wel
nu ga ik eerst heel druk slapen
joe
kan ik me niet herinneren dat ik het ooit druk had.
behalve dus nu. slaat echt nergens op.
morgen middag is een deel van die drukte over dus misschien verander ik dan dit nog
in iets leuks
ik denk het wel
nu ga ik eerst heel druk slapen
joe
maandag 9 januari 2012
wij
Ik kan jou niet laten verdrinken in mijn fantasieën en problemen. Dat zou niet leuk voor je zijn.
Toch vertel ik je dit:
Ons leven moest veranderen zoveel als een uil zijn nek kan draaien, maar dat deed het niet. Het eiland bleef.
'Wij' staat op de afgrond en is erin gesprongen. Wij is dood. In twee stukken. Het is nu alleen jij of alleen ik.
Ik heb een kaarsje laten branden in de Grote Kerk voor het verlies van 'wij' en nu is het klaar.
Er is een nieuwe 'Wij' maar het is niet wij.
'Jij' zal wel boos zijn, alhoewel de dood van 'Wij' oké was.
De 'wij' is nog klein en als jonge kaas. Het kan snel brokkelen, dus daarom doet de 'wij' het voorzichtig aan.
donderdag 5 januari 2012
Lamaverhalen
Er was eens een lama. Zijn naam was Manuèl. Manuèl was een op het uiterlijk vrij gemiddelde lama. Niet bijzonder groot, of opvallend klein. Geen rare vlekken of strepen, laat staan kale plekken. Nee, Manuèl was geenszins een opvallende lama. Desalniettemin was hij trots op wie hij was. Maar zoals wel vaker in het leven, zijn de dingen van binnen veel interessanter dan aan de buitenkant. Zo ook Manuèl. Manuèl kon bijvoorbeeld uitstekend genieten van de kleine dingetjes in het leven. Zijn grootste pleziertjes in het dagelijks leven: gras eten en samen zijn met Gerard. Dat wil echter niet zeggen dat Manuèl geen grootse fantasieën had. Verder hield Manuèl heel erg van praten in superlatieven. Zo was Gerard volgens hem “de tofste lama aller tijden”.
Gerard wuifde dit altijd maar gewoon weg. Hij vond zichzelf niet zo bijzonder. En eerlijk gezegd zat daar ook wel wat in. Op het oog was Gerard misschien wel een nog gemiddeldere lama dan Manuèl. De beelden spreken voor zich
![]() |
| Manuèl |
![]() |
| Gerard |
Een jaar of twee geleden, de precieze datum hadden ze geen van beiden onthouden, ontmoetten ze elkaar voor het eerst. Manuèl zag Gerard staan, grazend uiteraard, en besloot er, gewoon uit interesse, maar eens naar toe te lopen. Hij groette Gerard met een neutraal ‘Goedemorgen’. Waarop Gerard enigszins verrast op antwoordde met: ‘Morgen. Lekker weertje, niet?’ Waarop Manuèl op zijn typerende wijze antwoordde: ‘Dit is denk ik wel het lekkerste weertje wat ik ooit heb mogen meemaken’. Dat was het, dat was genoeg. Vanaf dat moment weken ze niet meer van elkaars zijde, onafscheidelijk.
De andere lama’s begonnen na een aantal dagen wel raar op te kijken, maar daar trokken ze zich niks van aan. Anders was voor hen, als je er al een bepaald oordeel aan zou kunnen hangen, in ieder geval geen negatief woord. Ze hoorden de andere lama’s wel praten, maar het deed hen niks. Ze werden niet lastig gevallen en hadden genoeg aan elkaar.
Zo ging dat een behoorlijke tijd door, zo’n jaar of twee. Maar toen begon het zo langzaamaan een beetje te knagen bij Manuèl.
‘Zeg Gerard’ Begon hij ‘Heb jij soms niet zo’n gevoel?’
‘Sorry Manuèl, wat zei je, ik zat even niet op te letten?’
‘Of je dat gevoel ook soms hebt’
‘Welk gevoel?’
‘Dat gevoel dat er meer is in het leven dan grazen?’
‘Houd je niet van grazen dan?’
‘Ja, nee, jawel, maar dat is het niet. Heb je nooit het idee dat je iets mist? Dat er meer is in het leven.’
Gerard wist niet zo goed wat hij hierop moest zeggen. Net zoals hij nooit wist hoe hij moest reageren als Manuèl weer eens zei dat de laatste weken echt de saaiste weken ooit waren. Ze waren toch precies hetzelfde als de weken ervoor, waarom zouden ze dan nu ineens saai zijn? Gerard snapte Manuèl wel vaker niet. Hoe kon je nou zo vaak iets het mooiste/leukste/stomste/bijzonderste ooit vinden. En hoe konden er in hemelsnaam twee dingen tegelijk het mooiste ding ooit zijn? Dat kon er toch maar eentje zijn? Hij had het een keer aan manuèl gevraagd, hoe dat dan kon. Manuèl had geantwoord dat hij dat niet uit kon leggen. Dat als hij het nu niet begreep dat hij het dan nooit zou begrijpen. Dat was genoeg voor Gerard. Hij hoefde niet alles te begrijpen. Hij hoefde niet zo nodig een mening te hebben over alles wat bestond. Hij vond het al bijzonder genoeg dat hij er überhaupt was. Hij was tevreden.
Hetzelfde was helaas niet van Manuèl te zeggen. Het was niet dat hij ongelukkig was, nee, dat zeker niet. Hij had misschien wel het fijnste leven wat een lama zich kon voorstellen en zei dat ook regelmatig hardop tegen zichzelf. En toch bleef er iets knagen. Hij wist zelf ook niet wat het nou precies was. Op een dag besloot hij dat het zo toch niet verder kon.
‘Gerard?’
‘Ja, Manuèl?’
‘Waarom heb je nooit een lied voor mij geschreven?’
‘Maar ik kan toch helemaal geen instrument bespelen?’
‘Waarom heb je nooit piano leren spelen?’
‘Er is hier toch helemaal geen piano’
‘Daar gaat het toch niet om, het gaat om het idee. Alles is zo normaal tegenwoordig. Waarom heb je nooit een regendans voor me gedaan toen ik het heet had. Waarom vertelde je me geen verhaal toen ik me verveelde. Waarom heb je me nooit beloofd dat we voor altijd samen zouden zijn?’
‘Maar ik kan toch helemaal niet dansen?’
Dat was genoeg voor Manuèl. Tot hier en niet verder. Nadat hij slechts nog ‘Jij bent echt de stomste lama ooit’ had uitgebracht galoppeerde hij weg. De verte in, totdat Gerard hem niet meer kon zien.
Precies 53 minuten hield hij het vol. Gerard had het geteld. 53 minuten, waarna hij weer enigszins beschaamd terug naar Gerard ging wandelen. 53 minuten was alles wat hij nodig had om te beseffen dat dit niet de oplossing was. Dan maar saai, dan maar sleur, hij zou het allemaal op de koop toe nemen. Zonder Gerard verder zat er gewoon simpelweg niet in. In 53 minuten maakte hij de belangrijkste keuze van zijn leven.
Toen Gerard Manuèl terug zag komen moest hij glimlachen.
‘Ik begon me al zorgen te maken’
‘Het spijt me’
‘Het maakt niet uit’
Het maakt wel uit’
‘Het is al goed’
‘Weet je het zeker?’
‘Heel zeker. Ik heb iets voor je.’
‘Je hebt hebt iets voor me?’
‘Het is een paardenbloem’
‘Maar die groeien er hier bijna geen’
‘Weet ik’
‘Je hebt me nog nooit iets cadeau gedaan’
‘Weet ik’
‘Ah, Gerard, dit is het fijnste kado ooit. En jij bent de fijnste lama van de allertijden en nog eerder’
‘Fijn dat je het een mooi cadeau vindt’
‘Het is prachtig. Hee Gerard?’
‘Manuel?’
‘Volgens mij hè, is vandaag de mooiste dag ooit’
‘Weet ik’
‘Nee maar Gerard, dit keer meen ik het ook echt’
‘Weet ik toch’
Dat was genoeg. Het was goed. Manuèl begreep Gerard, Gerard begreep Manuèl. Misschien wel voor het eerst. Manuèl zou nog wel vaker het idee hebben dat er meer was in het leven. En dan zou Gerard proberen de dag bijzonder te maken voor Manuèl. Soms lukte dat. Meestal lukte het niet. Maar dat maakte niet uit. Ze probeerden het, dat was genoeg. Ze waren gelukkig. Slechts aan het feit dat Gerard nooit had leren dansen stoorde Manuèl zich nog wel eens.
maandag 2 januari 2012
zondag 1 januari 2012
Olifantenpaadjes
Het was zo stil, zo
stil. Je gooide zout
op de fazant, op
sissende slakken, op
de olifantenpaadjes
die je vingers in me
groeven
stil. Je gooide zout
op de fazant, op
sissende slakken, op
de olifantenpaadjes
die je vingers in me
groeven
Het was zo stil, zo
stil. Ik danste, rolde
in je armen, schopte,
in je armen, schopte,
duwde je van me af,
kuste, zoog je haren,
kuste, zoog je haren,
verloor, verliet je
handen
handen
Het was zo stil, zo
stil. Je gooide geluid-
loos de deur dicht,
oren verstopt
tussen het bestek,
messen, vorken,
stil. Je gooide geluid-
loos de deur dicht,
oren verstopt
tussen het bestek,
messen, vorken,
snijwonden
Zo dit was het enige wat ik deze week schreef. En iedereen een gelukkig nieuw jaar enzo. Ik ben pas net wakker en au au au au au au mijn hoofd.
Abonneren op:
Posts (Atom)

