Posts tonen met het label Ruud. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ruud. Alle posts tonen

zaterdag 1 oktober 2011

Hoe je droomt in mijn dromen

Midden in de nacht schrik ik wakker. Althans, ik vermoed dat het midden in de nacht is en dan zal het wel waar zijn. Dat soort dingen voel je gewoon aan. Het eerste dat me opvalt is je koude voeten in het verder bloedhete bed.
“Ben je wakker?” fluister ik. Je reageert niet. Dit in combinatie met je koude voeten brengt me een fractie van een seconde in doodsangsten. Ik probeer goed te luisteren en al snel hoor ik je diep en regelmatig ademhalen. Nu m’n ogen aan het donker gewend zijn zie ik ook dat je borstkas op hetzelfde ritme beweegt. Natuurlijk ben je niet dood. Wat is dat toch met mij en de angst om geliefden te verliezen?

Je draait je op je zij en ligt nu met je gezicht naar me toe. Ook ik ga op mijn zij liggen en laat m’n hoofd op m’n hand rusten. Naar je kijken terwijl je slaapt is één van de dingen die me intens gelukkig maken. Doordat ik je ogen driftig zie bewegen achter je gesloten oogleden weet ik dat je droomt, ik hoop over iets moois. Je mondhoeken staan ietsjes omhoog gekruld dus ik denk van wel. Met de rug van m’n hand veeg ik wat haren uit je gezicht. Je bent mooi. Dan ineens begint je ademhaling onrustiger te worden en ga je wat ongecontroleerd met je benen bewegen. Een paar keer schop je met je koude voeten tegen mijn benen aan. Uit je mond komen een paar onverstaanbare zinnen, het klinkt alsof je bang bent. 

Ik streel zachtjes je rug in een poging je wakker te maken. “Het is maar een droom” , fluister ik zachtjes in je oor. Je opent je ogen, twee gemeende tranen rollen over je wang naar beneden. “Het was maar een droom”, zeg ik opnieuw en ik geef je een zacht kusje op je lippen. De angst in je gezicht slaat weer om naar de mooiste glimlach die ik ooit gezien heb. Je doet je ogen dicht en legt je hoofd op mijn borst. Al snel wordt je ademhaling weer regelmatig, je slaapt. Ik ben gelukkig.
En alsof het niet langer mocht duren, word ik precies op dat moment wakker. Alleen. Het was maar een droom.

zaterdag 24 september 2011

Week 38

De eerste dag van de week, de dag van de maan, deed ik niets.
Niets, omdat ik daar zo goed in ben.

Dinsdag zag ik hoe de wereld de donkerblauwe deken van zich afwierp en daarmee iets van zijn onschuld terugkreeg. Mannen, strak in pak, waarschijnlijk onderweg naar één of ander kantoor. En kinderen op miniatuurfietsjes, gevolgd door moeders.

Woensdag werd de werkweek afgerond,
waardoor het begon te rollen in de richting van, ja hoor, het café.

Daar goot ik mezelf in een stroomversnelling die me leidde naar de donderdag.
Op donderdag verloor ik mijn wilde haren, omdat ik die niet meer nodig had.

Op vrijdag week ik uit
voor de week en het weekend was een feit.

Sommige weekenden mogen eeuwigheden duren,
jammer dat het in een oogwenk weer voorbij zal zijn.

Persoonlijk ben ik niet zo'n voorstander van het 'iedereen móet een foto posten', vooral omdat ik allergisch ben voor het woord 'moet'. Echt waar, daar ga ik van niezen en zo. Maar goed, ik ben ook de beroerdste niet, dus hier één van mijn recentere foto's:
Help, er groeit een oma uit mijn oor!
                                  
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

zaterdag 17 september 2011

Lunchgeld

Een oude, dikke man, met bijpassende auto en portemonnee, stapt een gezellig eetcafétje in een minstens zo gezellig dorpje binnen. Hij groet de serveersters -alleen de knappe-, ze kennen hem, want hij komt wel vaker. Hij strijkt zijn grauwe haren naar één kant zodat niemand ziet dat hij kaal is. Of eigenlijk zodat iedereen ziet dat hij kaal is en dat probeert te verbergen door zijn haren naar één kant te strijken. 
De man gaat zitten en bestelt: “The usual”. Twee uitsmijters met spek en kaas op wit brood. En een groot glas cola. Hij pakt een krantje en bestudeert de wanorde van de dag, om het daarna weer snel te vergeten. Hij maakt veel liever een puzzeltje of leest de strips. Ja de strips, die zijn leuk! De man gaat zo op in de frameverhaaltjes, dat hij niet doorheeft dat het krantje vlak boven een kaars hangt en vlam vat. De serveerster die net aan komt lopen met zijn cola reageert attent door het glas leeg te kieperen over het brandende nieuwsblaadje.
“Dat is niet de eerste keer hè Sjors?” grinnikt het meisje.
“Sorry, ik zat niet op te letten”, stamelt de man, “ik vergoed alle schade, echt waar!” Hij graait zijn portemonnee uit de binnenzak van zijn colbertje en haalt er een paar briefjes uit. “Hier!” roept hij. “Tien, twintig, is dat genoeg? Nee?” Het regent nu bankbiljetten in het eetcafé: twintigjes, vijftigjes, honderdjes.
De man staat op en waggelt richting zijn auto. “Laat de rest maar zitten!” roept hij nog wanneer hij bij de uitgang is.
“Tot volgende week!” roepen de serveersters terwijl ze de briefjes bij elkaar harken. Ze weten dat hij dan weer komt en er precies hetzelfde gebeurt als vandaag. En vorige week en de week daarvoor en daarvoor.

zaterdag 10 september 2011

Kunstwerk

Ze ligt in bad en zoals zo vaak kijk ik toe, gewoon omdat ik het mooi vind.
“Hoe doe je dat toch?” vraag ik haar.
“Doe ik wat?” kaatst ze terug, wat begrijpelijk is aangezien ik niet echt duidelijk was. Ik blijf even stil, waarom weet ik niet, ik denk omdat ik een keer in een boek gelezen heb dat iemand dat deed. De enige geluiden die de ruimte nu nog vullen zijn de euforische gitaarrifjes van Johnny Marr -ik weet niet of euforisch het juiste woord is, maar om de één of andere reden vind ik het er bij passen- , het water dat, als gevolg van haar bewegingen, heen en weer golft en de afzuiger die voorkomt dat de spiegel beslaat.
“Hoe doe ik wat?” herhaalt ze.
“Hoe lukt het je om de meest normale en alledaagse dingen tot een kunstvorm te promoveren? Ik bedoel, wanneer ik in bad ga, dan neem ik gewoon een bad, maar jij...” Even stop ik, ze gaat onverstoord door met het inzepen van haar borsten en ik weet niet zeker of ze luistert. Ik denk van wel. “Als jij in bad gaat, dan lig je daar met een gratie van heb-ik-jou-daar, terwijl het sop je rondingen verhult en het warme water je lichaam omarmt. Dat lijkt potdomme wel een gedicht.”
“Een gedicht dat jij verzonnen hebt.”
“Ja, maar dat kan ik niet zonder jou, het staat op jouw lijf geschreven, ik hoef het alleen maar op te lezen.”
Ze lacht. En terwijl ik naar haar kijk kan ik alleen maar denken aan hoe mooi ze is. Het sop is bijna weg waardoor haar lichaam helemaal zichtbaar wordt. Dan opeens dringt het tot me door, zíj is het kunstwerk! Kon ik maar tekenen, dan zou ik haar vereeuwigen. Want dat verdient ze.

zaterdag 3 september 2011

Vroeger

Soms wil ik terug naar vroeger, naar zonder zorgen, zonder angst. Naar spelen op zes stoelen die, in combinatie met een aantal kussens, zo veel leken op een boot. Naar een hut bouwen van matrassen en dekbedden, of van hout. Terug naar vroeg naar bed en er nog vijf keer uit komen, omdat slapen tijdverspilling was. De krant ondersteboven lezen. Logeren bij oma op de boerderij, lammetjes voeren. Rollen in het gras, onuitwasbare groene vlekken, goede herinneringen.
Ik heb al geprobeerd spullen van vroeger in een kast te gooien, er mee te schudden, er vervolgens zelf in te gaan zitten en dan aan vroeger te denken, lukte niet. Ook ben ik heel hard rondjes gaan rennen tegen de klok in, zelfde resultaat.
Ik heb geen moeite met het heden of de toekomst, soms wil ik gewoon kleine stukjes verleden terug.

zaterdag 27 augustus 2011

Waarom giraffen de tofste dieren zijn die er bestaan en iets over piraten en bellenblaas

Wat is jouw favoriete dier? Een paard? Een hond? Wat saai. Mijn favoriete dier is de giraffe en ik zal je vertellen waarom. Ze zijn tof.

Bewijsstuk 1:

Bewijsstuk 2:

In een land hier ver vandaan, volgens mij was het België, was eens een olympisch bellenblaasteam. Ze hadden zojuist meegedaan aan de olympische spelen in Zuid-Afrika, of in ieder geval in een land waar giraffen voorkomen. De leden van de olympische equipe waren zo gek op de dieren dat ze er één mee naar huis wilden nemen. Zodoende hadden ze op de terugweg zo’n langnekkig beest aan boord waardoor ze onder bepaalde bruggen niet door konden varen en genoodzaakt waren een  omweg te nemen. Deze leidde hen langs de kust van Somalië.

(Je voelt de bui al hangen zeker?)

Somalische piraten? Nee! Achterhoekse piraten! Tenminste dat denk ik, want ze slikten hun  E’s in. ‘Aanvall’n!’ brulden ze. Van schrik klom het hele bellenblaasteam op de rug van hun nieuwe huisdier. De piraten schonken er geen aandacht aan en klommen aan boord van het schip. Terwijl ze het schip plunderden begon de giraffe plotseling in beweging te komen. Als een wilde stier sprintte hij op de piraten af en schopte ze één voor één het water in. ‘Hoera!’ juichten de bellenblazers en ze bliezen nog lang en gelukkig.

Oké, dat verhaal heb ik verzonnen, maar kom op, bewijsstuk 1 zegt genoeg.

zaterdag 13 augustus 2011

Witte Kerst

Een asociaal lange gaap ontsnapt, gepaard met een oerkreet, uit mijn wijd openstaande mond wanneer ik me helemaal uitrek op mijn strandbedje. Met veel moeite sta ik op en loop onder de palmbomen door richting mijn stulpje dat pal aan het Roosendaalse strand ligt. ‘Wat?’ Ja, Roosendaal.  Het liefst had ik mijn oude dag doorgebracht in mijn geliefde Amsterdam,  maar aangezien je daar alleen nog waterhuizen hebt en ik allerminst in het bezit ben van zeebenen, heb ik maar besloten me te vestigen aan de Brabantse Riviera.  
Ik kijk door het keukenraampje en zie dat mijn vrouw druk in de weer is met de voorbereidingen voor het kerstmaal. Dit doet me besluiten nog maar even een frisse duik te nemen. Zo snel mogelijk probeer ik van de veranda naar de zee te komen zodat ik mijn voeten niet verbrand aan het bloedhete zand. Het moet een maf zicht zijn, een oude man die zich rennend naar de zee begeeft en daarbij zijn voeten geen seconde contact met het zand laat hebben. Gelukkig val je hier niet zo snel op, op dit strand vind je mensen van alle soorten pluimage.
Ondanks de temperatuur van 26°C -dat las ik op mijn Iphone 36-, voelt het water koud aan. Niet zo gek, gezien de buitentemperatuur 38,2°C bedraagt. Ik sta nu tot aan mijn middel in het water. ‘Kom op, je kan het’, spreek ik mezelf toe, om me vervolgens compleet onder te dompelen in het blauwe zeewater. Ik zwem erg vaak in de zee om fit te blijven, altijd tot de torenspits en terug. Zo’n vijfhonderd meter. Ook vandaag besluit ik hetzelfde baantje te zwemmen. Schoolslag. Onderweg kom ik weer allerlei rare figuren tegen, waarvan de ergste een jongen is met een boxershort onder zijn zwembroek. ‘Wat een idioot’, denk ik bij mezelf, ‘dat is al minstens veertig jaar uit de mode, en zelfs toen het in was vond ik het geen gezicht.'
Nadat ik het water uit ben, weer in de hitte van de brandende zon, hinkel ik terug naar mijn veranda. Door het raampje van de keuken zie ik dat mijn kinderen en kleinkinderen inmiddels zijn aangekomen. De heerlijke geur van de door mijn vrouw gemaakte kalkoen komt me tegemoet en voor het eerst krijg ik dat echte kerstgevoel. Nog even werp ik een blik op het prachtige strand. ‘Dit jaar alweer een witte kerst’, lach ik, om me vervolgens bij mijn familie te voegen.
Om alle misverstanden uit de wereld te helpen: Nee, ik ben geen aanhanger van Al Gore, dit is slechts een uit de hand gelopen gedachte over klimaatverandering, gevoed door het feit dat het ongeveer de hele zomer al regent.

zaterdag 6 augustus 2011

Fiets

Toen ik vanmorgen de deur uitliep, zat de kat van de buren op de stoep. Hij hoorde me de deur dichtdoen en keek me aan. ‘Miauw’, zei hij, waarschijnlijk omdat hij niet veel anders kan. Hoewel ik nooit goed Kats heb gekund, wist ik dat hij ‘volg mij’ bedoelde. Hij liep richting een bos aan het einde van de straat. Het bos was me nog nooit opgevallen en ik vroeg me af of ik wel achter hem aan moest gaan. Toch kon ik mijn nieuwsgierigheid niet onderdrukken toen het beest verdween in de massieve duisternis van het bomenensemble.  
Eenmaal in het bos leek het net nacht, aardedonker was het er. Het enige wat ik nu kon zien was een paar lichtgevende ogen. De kat. ‘Miauw’, zei hij opnieuw, dit keer was het betekenisloos. Ik liep nog een stukje verder in de richting van het beestje, totdat ik ergens over struikelde. Terwijl ik op de grond lag tastte ik naar het voorwerp waar ik zojuist over gevallen was. Ik voelde een roestig stuk staal, een wiel en nog een wiel. Verdomd, m’n fiets! Het was mijn fiets die ik in een dronken bui was kwijtgeraakt. Eigenlijk was ik er helemaal helemaal niet rouwig om dat ik het ding kwijt was, ik was namelijk al lang van plan om hem in te ruilen voor een andere. Elke keer als ik er op fietste werd ik weer banger dat hij uit elkaar zou vallen en ik vantussen de fietsonderdelen geraapt zou moeten worden.
Ik besloot dat nu ik de tweewieler dan toch gevonden had, ik hem ook maar gelijk een waardig afscheid zou geven. Eerst dacht ik er aan om hem te begraven, maar aangezien ik daar te lui voor was en ik bovendien geen schep bij de hand had, ging ik maar voor optie twee: een zeemansgraf. Ik pakte de stalen ros vast bij het stuur en de bagagedrager en gooide hem in de eerste de beste vijver die ik tegenkwam. Zo! Nu kan ik op rijwielgebied weer met een schone lei beginnen. Dankzij de kat.
Maandag ga ik naar de fietsenwinkel voor een mooi tweede, derde of vierdehands exemplaar.

zaterdag 30 juli 2011

Mysterieus

Ik ben Ruud en ik schrijf. Elke zaterdag vanaf nu. Wel vaker hoor, maar dat krijgen jullie hier niet te lezen. Het ligt nu ongetwijfeld in de lijn der verwachtingen dat ik iets over mezelf vertel. Oké, één ding kan wel.
(Als je niet houdt van de muziek van The Smiths/Morrissey, ga dat dan wel doen of sla het volgende stuk tekst over.)
Volgende week vrijdag speelt Morrissey in het muziekgebouw in Eindhoven. Ik ga daar heen en heb daar ontzettend veel zin in. Waarom? Morrissey is één van die weinige artiesten die nog echt zijn. Eerlijk. Zijn teksten komen van heel diep, vanuit dat plekje waar het ons dan weer raakt. En dat voelt goed. Ondanks die eerlijke teksten heeft hij het voor elkaar gekregen om, in die bijna dertig jaar dat hij bekend is, een mysterieus persoon te blijven.
Ik beloof dat de teksten die ik hier schrijf ook altijd eerlijk zullen zijn, maar tegelijkertijd zal ik niet te veel prijs geven. Dan ben ik ook een beetje mysterieus. Net als Morrissey.

P.S. Excuses voor de weinige tekst. Mijn leven is op dit moment vrij oninteressant en daarmee is de inspiratie ver te zoeken.