Voor het eerst in lange tijd is het weer echt donderdag, wat een feest.
Allereerst even schaamteloos reclame maken voor de beste, meest creatieve, wereldschokkende blog ooit: Wij Eten. Is het een real life serie? Is het schaamteloos voyeurisme? Ik weet het niet. Zijn het filmpjes van mensen die iets eten? Zeker weten.
Ten tweede: Gefeliciteerd Annet, je hebt ons bijnaaaaaaaa ingehaald. Maar nog niet helemaal :)
Posts tonen met het label Donderdag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Donderdag. Alle posts tonen
donderdag 29 maart 2012
vrijdag 10 februari 2012
Hoe je de koe melkt
Heb ik nooit begrepen
Maar hoe je de weg weet
Hoe je de tram neemt
Hoe je de vreemde
Voor vijand verstaat
Hoe je een vriendelijk
Voorstel verwart
Voor een vlak gelaat
Hoe je het kalf helpt
Heb ik nooit geweten
Zo met zo'n handschoen
Maar hoe je het bed vindt
Vrolijk vocht verwarrend
Voor voedsel want dat
Ging nog in die tijd
Vroeger, toen
Hoe men de kip vangt
Ben ik nooit verrgeten
Haar van kroost verlossend
Nee dan de liefde
Genoeg om te zien
dat genoeg er eigenlijk
Misschien gewoon niet is
Maar hoe men eerst angstig
Dan kalm het verleden
Maar links liggen laat
Maakt niet uit, doe maar
Weg, dat was ik stiekem
Toch niet echt zelf
Ik had genoeg
Aan donker en zwart
En hoe je de koe melkt
Heb ik toch nooit begrepen
Heb ik nooit begrepen
Maar hoe je de weg weet
Hoe je de tram neemt
Hoe je de vreemde
Voor vijand verstaat
Hoe je een vriendelijk
Voorstel verwart
Voor een vlak gelaat
Hoe je het kalf helpt
Heb ik nooit geweten
Zo met zo'n handschoen
Maar hoe je het bed vindt
Vrolijk vocht verwarrend
Voor voedsel want dat
Ging nog in die tijd
Vroeger, toen
Hoe men de kip vangt
Ben ik nooit verrgeten
Haar van kroost verlossend
Nee dan de liefde
Genoeg om te zien
dat genoeg er eigenlijk
Misschien gewoon niet is
Maar hoe men eerst angstig
Dan kalm het verleden
Maar links liggen laat
Maakt niet uit, doe maar
Weg, dat was ik stiekem
Toch niet echt zelf
Ik had genoeg
Aan donker en zwart
En hoe je de koe melkt
Heb ik toch nooit begrepen
donderdag 2 februari 2012
Zondagnacht. Ze wilde de zonsopkomst zien. Niet dat ze die nog nooit gezien had, meerdere malen zelfs, alleen nog nooit met hem. Nog nooit met iemand samen eigenlijk. Soms kwam ze hier om de zon te zien opkomen. Op een van de nachten dat ze weer eens niet in slaap kon komen. Op sommige dagen was ze simpelweg niet moe. Vaak besloot ze dan maar iets nuttigs te doen, haar kamer opruimen bijvoorbeeld. Of de was opvouwen. Dan hoefde ze dat over dag niet meer. Had ze lekker veel tijd over. Dat was één van de dingen die hij in de loop van de avond geleerd had. Hij bewonderde dit in haar, hoe ze iets naars als slapeloosheid bijna als een zegen kon laten lijken.
In andere nachten besloot ze rond te dwalen. Zo zacht als het ging sloop ze haar huis uit en liep ze een willekeurige kant op, net zo lang tot ze geen zin meer had. Of tot ze eindelijk slaperig begon te worden. Vaak kwam dat moment niet. Dus dan keek ze de zonsopkomst.
Vandaag was zo’n dag. Ze had niet eens te moeite genomen om in bed te gaan liggen, ze had toch al door dat het niks ging worden. Maar vandaag was anders. In plaats van op de gok een richting te kiezen besloot ze hem te bellen. Hij nam op, natuurlijk nam hij op. Hij sliep nog niet, te veel gedachten probeerden nog zijn aandacht op te eisen. Ze vroeg hem een plek uit te kiezen en haar daar te ontmoeten. Hij ging akkoord, waarom ook niet? Wat had hij te verliezen?
Ze groetten elkaar en begonnen te lopen. Waarheen wisten ze geen van beiden. Ze vroeg wat er in zijn rugzak zak. ‘Niks bijzonders’ was zijn antwoord. Daar nam ze maar genoegen mee. Langzaam begon ze te vertellen. Over haar kat, haar baantje, haar kamer. De boeken die ze las, liedjes die ze luisterde, series die ze keek. Bij bijna alles wat ze zei moest hij glimlachen, een wereld ging voor hem open. Hij had behoefte aan een andere wereld dan de zijn. De hare voldeed. Hij zei niet veel, het luisteren beviel hem.
Naarmate zowel de wandeling als de nacht vorderde werd ze persoonlijker. Haar slapeloosheid kwam ter sprake, haar twijfels, ergernissen, onzekerheden. Dingen waar ze vrijwel nooit met iemand over sprak. Sterker nog, die ze nog nooit zo inhoudelijk aan iemand had verteld. Maar nu kwam het eruit. Ze bleef er kalm onder, maar het kwam met bakken tegelijk.
Ze vroeg of hij de zonsopkomst met haar wilde delen. Hij accepteerde, op voorwaarde dat het op een grasveld zou zijn. Hij hield van gras, de geur, de kleur, het gevoel. Ze wist nog wel een plekje, dus dat was geregeld. Terwijl ze verder praatten liepen ze erheen. Het was een grasveld zoals er vele zijn geweest en er nog vele zullen zijn, maar het was geschikt.
De rugzak ging open. Tevoorschijn kwamen een kleed, een fles water en een pak roze koeken. Ze moest lachen, ze had niet verwacht dat hij zo goed voorbereid zou zijn. Ze gingen zitten, het begon te regenen. Regen met druppels waar je niet echt nat van wordt. Tegen de tijd dat ze beide twee roze koeken op hadden en de fles water half leeg was had hij het gevoel dat hij haar door en door kende. Alsof hun gesprekken al jaren gaande waren.
De zon begon eindelijk op te komen en het meisje wat zo graag met hem de zonsopkomst wilde bewonderen lag slapend op zijn buik. Het deed hem goed. Voor het eerst in tijden was het vredig in zijn hoofd. Rustig was het niet, vele gedachten vlogen nog door zijn hoofd. Maar ze waren niet belangrijk. Hij dacht niet aan de toekomst, aan wat er van zijn leven moest komen, wat voor werk hij zou gaan doen, met wie hij zijn leven zou willen doorbrengen. Aan wat er van hem verwacht werd en wat er zou gebeuren als dat hem niet lukte. Niet eens aan welke boodschappen hij morgen nog moest kopen.
Hij dacht ook niet aan het verleden. Aan wat hij eigenlijk had moeten zeggen in zijn laatste gesprek, aan dat hij niet overal te laat had moeten komen. Niet aan spijt, schaamde, gemis. De jeugd en onschuld die hij verloren had.
In plaats daarvan dacht hij aan zijn navel en dat het zonde was dat die niet kon praten. Dan had hij nu fijne woorden in haar oor kunnen fluisteren. Hij dacht aan de opkomende zon en de motregen, het gras wat in zijn nek kriebelde en de bomen verderop. Hij dacht aan de wankele muur die hij verderop zag staan en vroeg zich af hoe die daar gekomen zijn. Hij wist het niet. Hij wist ook niet of hij er nog ooit achter zou komen. En dat beviel hem wel.
donderdag 19 januari 2012
IJspaleis
Toen we die ochtend de deur uitstapten was de hele wereld van ijs. Van de bloemkolen in de kisten voor de groenteboer op de hoek tot het zand tussen de stoeptegels. De lantaarnpalen glommen en voorzichtige druppels liepen dankzij de uitgestraalde warmte naar beneden. De hele wereld was een grote ijssculptuur en iedereen leek het normaal te vinden.
De straten werden gevuld door mensen die verscholen in hun dagelijkse routine met grote passen van bushalte naar bushalte renden. Zonder uit te glijden of zelfs maar het evenwicht te verliezen.
Misschien hadden wij een winterslaap gehouden en hadden we zo lang geslapen dat we gemist hadden wat er met de wereld gebeurd was. We hadden duizend jaar met onze ogen dicht in bed gelegen terwijl de hele wereld verder draaide en zoveel veranderde als iets veranderen kon.
Ik wist dat jij hetzelfde dacht, want de wereld was opeens raar en over rare dingen hadden we altijd dezelfde gedachtes gehad. We praatten niet, maar liepen langs de heuvel naar het park terwijl jij zacht je hand in die van mij schoof.
Pas zeven maanden en zeven dagen later begon de wereld met smelten. Eerst maar zachtjes, het waren alleen de plekken die beschenen werden door de warmte van autolampen, door lantaarnpalen. Onder de dikke laag die de wereld deze maanden verhoogd had, kwam in het park de groene waas van het gras weer tevoorschijn. Geen grijze witte wazen meer, maar wereld zoals een wereld zijn kon.
Na nachten van druppels langs ons slaapkamerraam, verdwijnende lagen ijs op het dak, ging het smelten steeds sneller. Van kleine stroompjes over de straten, naar grote watervallen, tot zeeën die alles in hun golven met zich meenamen.
En weer hield je mijn hand vast, net zoals je deed toen we die eerste dag langs de heuvel naar beneden liepen. Grote stromen kwamen door de ramen van het huis naar binnen. We dreven, we zwommen, we verdwenen.
De straten werden gevuld door mensen die verscholen in hun dagelijkse routine met grote passen van bushalte naar bushalte renden. Zonder uit te glijden of zelfs maar het evenwicht te verliezen.
Misschien hadden wij een winterslaap gehouden en hadden we zo lang geslapen dat we gemist hadden wat er met de wereld gebeurd was. We hadden duizend jaar met onze ogen dicht in bed gelegen terwijl de hele wereld verder draaide en zoveel veranderde als iets veranderen kon.
Ik wist dat jij hetzelfde dacht, want de wereld was opeens raar en over rare dingen hadden we altijd dezelfde gedachtes gehad. We praatten niet, maar liepen langs de heuvel naar het park terwijl jij zacht je hand in die van mij schoof.
Pas zeven maanden en zeven dagen later begon de wereld met smelten. Eerst maar zachtjes, het waren alleen de plekken die beschenen werden door de warmte van autolampen, door lantaarnpalen. Onder de dikke laag die de wereld deze maanden verhoogd had, kwam in het park de groene waas van het gras weer tevoorschijn. Geen grijze witte wazen meer, maar wereld zoals een wereld zijn kon.
Na nachten van druppels langs ons slaapkamerraam, verdwijnende lagen ijs op het dak, ging het smelten steeds sneller. Van kleine stroompjes over de straten, naar grote watervallen, tot zeeën die alles in hun golven met zich meenamen.
En weer hield je mijn hand vast, net zoals je deed toen we die eerste dag langs de heuvel naar beneden liepen. Grote stromen kwamen door de ramen van het huis naar binnen. We dreven, we zwommen, we verdwenen.
Zwanenzang
Mijn knieholtes worden er warm van
En ik krijg kippenvel onder mijn oksels
Laten we elkaar toedichten
Met homo-erotische poëzie
Spetter spieter spater
Met homo-erotische poëzie
Spetter spieter spater
Wie haat is een hater
donderdag 12 januari 2012
Eskimo's
Zoals welbekend gebruiken Eskimo's hun neus om hun liefde te tonen in plaats van hun mond en dat doen ze vast omdat ze anders aan elkaar vastvriezen en dat zou natuurlijk uitermate vervelend zijn. Maar nu is de vraag: hoe maken ze dan kleine lieve eskimo-baby's? Dat is een heel erg complex verhaal. De eskimo-man gaat in de eskimo-vrouw en in het heetst van de strijd vriezen ze in elkaar vast, en nee dat is niet paradoxaal. Nou dan zitten ze negen maanden in elkaar vast en als de baby dan komt wordt de man uit de vrouw geduwd. Het is best vies want ze moeten ook plassen enzo en dan gaat dat rotten en bah dus. Maar het is ook heel mooi want dan kunnen ze allemaal diepe gesprekken voeren en als je elkaar na negen maanden ingevroren zijn niet zat bent kun je vast ook hele lieve baby's tot hele lieve mensen maken. En stel dat kan niet? Nou dan binden ze de vrouw vast met ducktape aan de muur en binden ze een touw om de man en dat touw is verbonden aan een raceauto. Dan gaat de auto racen en raast de man met vliegende vaart uit de vrouw en trekt de baby met zich mee. En dat is tragisch, maar misschien wel minder tragisch dan ongelukkige ouders. En ik kan hier nog heel veel meer vieze dingen over zeggen maar dat zal ik jullie besparen, want het is echt heel vies.
Nou ik ga me klaar maken om naar bed te gaan en dat betekent dat Vic dat ook moet, of hij nou wil of niet. En dan kruip ik fijn onder mijn schaap en mag Vic fijn op de vloer liggen. En er is een poort met lichtgevende sterren, onwijs romantisch natuurlijk.
Au revoir en groetjes van Vic die mij net een hele leuke foto van een lama met een sjaal liet zien, oui.
la vie
Ik denk vaak na over hoe het leven van een mens kan lopen. Soms sta ik op het punt om iets te doen, en vraag ik me af wat er zou gebeuren als ik iets totaal anders zou doen dan wat ik van plan was. Zou dat dan de bedoeling zijn? Of ben je gewoon zelf degene die je leven in de hand heeft? Ik vind het zo moeilijk om over na te denken. Ik bedacht me net dat er misschien met elke beslissing die een mens maakt, er gelijk een ander leven voor diegene wordt uigestippeld. En dan heb je weer een paar opties om uit te kiezen en zo gaat het steeds door.. Misschien is het wel gewoon heel simpel en denk ik er te moeilijk over na. Maar het is gewoon zo raar hoe je met één beslissing zoveel te weeg kan brengen. Ik zou nu zo op de trein kunnen stappen, niet wetend waar naar toe. En pas over een jaar terug komen. Daarmee zou ik mijn diploma niet halen en dingen meemaken die ik anders helemaal niet zou hebben geweten en gezien. Misschien komt het ook wel doordat ik zo vaak ben verhuisd. Ik had ongeveer vijf verschillende levens kunnen hebben, op vijf andere plaatsen, vijf andere scholen en heel veel andere mensen. Het leven is gewoon iets raars. Het leven is gewoon mooi.
donderdag 5 januari 2012
Lamaverhalen
Er was eens een lama. Zijn naam was Manuèl. Manuèl was een op het uiterlijk vrij gemiddelde lama. Niet bijzonder groot, of opvallend klein. Geen rare vlekken of strepen, laat staan kale plekken. Nee, Manuèl was geenszins een opvallende lama. Desalniettemin was hij trots op wie hij was. Maar zoals wel vaker in het leven, zijn de dingen van binnen veel interessanter dan aan de buitenkant. Zo ook Manuèl. Manuèl kon bijvoorbeeld uitstekend genieten van de kleine dingetjes in het leven. Zijn grootste pleziertjes in het dagelijks leven: gras eten en samen zijn met Gerard. Dat wil echter niet zeggen dat Manuèl geen grootse fantasieën had. Verder hield Manuèl heel erg van praten in superlatieven. Zo was Gerard volgens hem “de tofste lama aller tijden”.
Gerard wuifde dit altijd maar gewoon weg. Hij vond zichzelf niet zo bijzonder. En eerlijk gezegd zat daar ook wel wat in. Op het oog was Gerard misschien wel een nog gemiddeldere lama dan Manuèl. De beelden spreken voor zich
![]() |
| Manuèl |
![]() |
| Gerard |
Een jaar of twee geleden, de precieze datum hadden ze geen van beiden onthouden, ontmoetten ze elkaar voor het eerst. Manuèl zag Gerard staan, grazend uiteraard, en besloot er, gewoon uit interesse, maar eens naar toe te lopen. Hij groette Gerard met een neutraal ‘Goedemorgen’. Waarop Gerard enigszins verrast op antwoordde met: ‘Morgen. Lekker weertje, niet?’ Waarop Manuèl op zijn typerende wijze antwoordde: ‘Dit is denk ik wel het lekkerste weertje wat ik ooit heb mogen meemaken’. Dat was het, dat was genoeg. Vanaf dat moment weken ze niet meer van elkaars zijde, onafscheidelijk.
De andere lama’s begonnen na een aantal dagen wel raar op te kijken, maar daar trokken ze zich niks van aan. Anders was voor hen, als je er al een bepaald oordeel aan zou kunnen hangen, in ieder geval geen negatief woord. Ze hoorden de andere lama’s wel praten, maar het deed hen niks. Ze werden niet lastig gevallen en hadden genoeg aan elkaar.
Zo ging dat een behoorlijke tijd door, zo’n jaar of twee. Maar toen begon het zo langzaamaan een beetje te knagen bij Manuèl.
‘Zeg Gerard’ Begon hij ‘Heb jij soms niet zo’n gevoel?’
‘Sorry Manuèl, wat zei je, ik zat even niet op te letten?’
‘Of je dat gevoel ook soms hebt’
‘Welk gevoel?’
‘Dat gevoel dat er meer is in het leven dan grazen?’
‘Houd je niet van grazen dan?’
‘Ja, nee, jawel, maar dat is het niet. Heb je nooit het idee dat je iets mist? Dat er meer is in het leven.’
Gerard wist niet zo goed wat hij hierop moest zeggen. Net zoals hij nooit wist hoe hij moest reageren als Manuèl weer eens zei dat de laatste weken echt de saaiste weken ooit waren. Ze waren toch precies hetzelfde als de weken ervoor, waarom zouden ze dan nu ineens saai zijn? Gerard snapte Manuèl wel vaker niet. Hoe kon je nou zo vaak iets het mooiste/leukste/stomste/bijzonderste ooit vinden. En hoe konden er in hemelsnaam twee dingen tegelijk het mooiste ding ooit zijn? Dat kon er toch maar eentje zijn? Hij had het een keer aan manuèl gevraagd, hoe dat dan kon. Manuèl had geantwoord dat hij dat niet uit kon leggen. Dat als hij het nu niet begreep dat hij het dan nooit zou begrijpen. Dat was genoeg voor Gerard. Hij hoefde niet alles te begrijpen. Hij hoefde niet zo nodig een mening te hebben over alles wat bestond. Hij vond het al bijzonder genoeg dat hij er überhaupt was. Hij was tevreden.
Hetzelfde was helaas niet van Manuèl te zeggen. Het was niet dat hij ongelukkig was, nee, dat zeker niet. Hij had misschien wel het fijnste leven wat een lama zich kon voorstellen en zei dat ook regelmatig hardop tegen zichzelf. En toch bleef er iets knagen. Hij wist zelf ook niet wat het nou precies was. Op een dag besloot hij dat het zo toch niet verder kon.
‘Gerard?’
‘Ja, Manuèl?’
‘Waarom heb je nooit een lied voor mij geschreven?’
‘Maar ik kan toch helemaal geen instrument bespelen?’
‘Waarom heb je nooit piano leren spelen?’
‘Er is hier toch helemaal geen piano’
‘Daar gaat het toch niet om, het gaat om het idee. Alles is zo normaal tegenwoordig. Waarom heb je nooit een regendans voor me gedaan toen ik het heet had. Waarom vertelde je me geen verhaal toen ik me verveelde. Waarom heb je me nooit beloofd dat we voor altijd samen zouden zijn?’
‘Maar ik kan toch helemaal niet dansen?’
Dat was genoeg voor Manuèl. Tot hier en niet verder. Nadat hij slechts nog ‘Jij bent echt de stomste lama ooit’ had uitgebracht galoppeerde hij weg. De verte in, totdat Gerard hem niet meer kon zien.
Precies 53 minuten hield hij het vol. Gerard had het geteld. 53 minuten, waarna hij weer enigszins beschaamd terug naar Gerard ging wandelen. 53 minuten was alles wat hij nodig had om te beseffen dat dit niet de oplossing was. Dan maar saai, dan maar sleur, hij zou het allemaal op de koop toe nemen. Zonder Gerard verder zat er gewoon simpelweg niet in. In 53 minuten maakte hij de belangrijkste keuze van zijn leven.
Toen Gerard Manuèl terug zag komen moest hij glimlachen.
‘Ik begon me al zorgen te maken’
‘Het spijt me’
‘Het maakt niet uit’
Het maakt wel uit’
‘Het is al goed’
‘Weet je het zeker?’
‘Heel zeker. Ik heb iets voor je.’
‘Je hebt hebt iets voor me?’
‘Het is een paardenbloem’
‘Maar die groeien er hier bijna geen’
‘Weet ik’
‘Je hebt me nog nooit iets cadeau gedaan’
‘Weet ik’
‘Ah, Gerard, dit is het fijnste kado ooit. En jij bent de fijnste lama van de allertijden en nog eerder’
‘Fijn dat je het een mooi cadeau vindt’
‘Het is prachtig. Hee Gerard?’
‘Manuel?’
‘Volgens mij hè, is vandaag de mooiste dag ooit’
‘Weet ik’
‘Nee maar Gerard, dit keer meen ik het ook echt’
‘Weet ik toch’
Dat was genoeg. Het was goed. Manuèl begreep Gerard, Gerard begreep Manuèl. Misschien wel voor het eerst. Manuèl zou nog wel vaker het idee hebben dat er meer was in het leven. En dan zou Gerard proberen de dag bijzonder te maken voor Manuèl. Soms lukte dat. Meestal lukte het niet. Maar dat maakte niet uit. Ze probeerden het, dat was genoeg. Ze waren gelukkig. Slechts aan het feit dat Gerard nooit had leren dansen stoorde Manuèl zich nog wel eens.
vrijdag 30 december 2011
maandag 26 december 2011
Voor toen
De dag dat zij gestopt was met leven had ik mijn lievelingscamera weggelegd. In het bovenste laatje van het nachtkastje dat tegen de donkere muur van mijn zolderkamer had gestaan. De rest van mijn fotografiespullen had ik in dozen gestopt, onderin mijn klerenkast gezet. Nooit meer had ik er naar teruggekeken.
Misschien lieten we op deze manier allebei hetgeen wat eerst ons leven geweest was wegvliegen.
Zo lang als het mogelijk leek te zijn had ik het halfvolle fotorolletje in de camera laten zitten. Ik wist dat er foto’s van haar opstonden, wat mij het meest bang maakte om het te laten ontwikkelen. Misschien was ze ook wel daar verdwenen, had ze zoveel haar best gedaan om alles wat haar levend hield weg te halen. Weg van de wereld, weg van de foto’s. Zo ging dat. Misschien.
Bewaren wilde ik het. Uit angst dus. Maar misschien ook uit verlangen. Zo lang mogelijk beelden van haar bewaren die ik nooit eerder had gezien, ze uiteindelijk laten ontwikkelen en weer weten hoe het voelde om naast haar lichaam in slaap te vallen. Als het zo simpel was om daar een connectie tussen te maken.
Twee weken geleden had ik het grootste deel van de spullen uit mijn oude zolderkamer in kartonnen verhuisdozen gepakt. Weg, ging ik. Ik had een kamer gevonden in de stad waar ik na de zomervakantie studeren zou en wilde alles meenemen wat jaren lang zo vertrouwd aangevoeld had. Mijn paleis van materialistischheid opnieuw opbouwen in mijn nieuwe leefomgeving leek het enige te zijn was mij overeind kon houden.
De boeken haalde ik uit de onderste laden van mijn nachtkasje. De bovenste liet ik dichtzitten. Zonder erin te kijken zette ik hem in het busje dat we van de buurman geleend hadden. Hij moest mee, maar ik wilde niet zien wat er in de bovenste la zat. Ook de kartonnen verhuisdozen die gevuld waren met de rest van mijn fotografiespullen belandden zonder erin gekeken te hebben in achterin het busje. We gingen weg.
Het was nacht, precies twee weken geleden had ik voor het eerst in dit huis geslapen. Inmiddels voelde het haast net zo bekend als de zolderkamer waar ik het grootste deel van mijn leven had doorgebracht. Waar ik al mijn herinneringen opgeslagen had. In de lucht, hangend aan de balken.
Zwijgend zat ik in mijn onderbroek op het randje van mijn bed. Robert Smith van the Cure klonk door mijn koptelefoon en ik staarde naar mijn tenen die stonden op de oude, houten planken van mijn kamer.
Het was lang geleden dat zij mijn dagen zoveel beïnvloed had als vandaag. Even leek het alsof ze weer leefde, alsof ik nog verliefd was op iemand die elk moment op bezoek kon komen. Maar ik wist dat dat niet zo was en dat ik niet moest leven in herinneringen, in illusies.
Nu. Het was nu. En zij was niet hier. Ik had herinneringen, die moest ik koesteren en bewaren. Genieten van wat vroeger gespeeld had. Meer niet. Niet mezelf terugplaatsen in de verhalen, nier ermee omgaan alsof ze elk moment terug zou kunnen komen en haar lippen als vliegende vlinders de mijne weer vinden zouden. Niet dat.
Zacht stond ik op en liep naar mijn nachtkastje. Ik opende de bovenste la en haalde hem eruit. Het rode lint hing ik om mijn nek en ik keek door de camera. Herinneringen, alsof ze realiteit waren. Tot de wind die door mijn openstaande raam naar binnen stroomde mij koude rillingen bezorgde, het haalde mij terug naar het nu.
Snel trok ik snel kleren aan, rende de trap af en liet de voordeur achter mij dichtvallen. Het was tijd voor nachtelijke wandelingen met mijn oude liefde.
(Dit is een stuk van een verhaal wat ik ooit een beetje schreef. En er is meer dan dit stukje, maar het zal nooit af zijn.)(Fijne kerstmis :))
Misschien lieten we op deze manier allebei hetgeen wat eerst ons leven geweest was wegvliegen.
Zo lang als het mogelijk leek te zijn had ik het halfvolle fotorolletje in de camera laten zitten. Ik wist dat er foto’s van haar opstonden, wat mij het meest bang maakte om het te laten ontwikkelen. Misschien was ze ook wel daar verdwenen, had ze zoveel haar best gedaan om alles wat haar levend hield weg te halen. Weg van de wereld, weg van de foto’s. Zo ging dat. Misschien.
Bewaren wilde ik het. Uit angst dus. Maar misschien ook uit verlangen. Zo lang mogelijk beelden van haar bewaren die ik nooit eerder had gezien, ze uiteindelijk laten ontwikkelen en weer weten hoe het voelde om naast haar lichaam in slaap te vallen. Als het zo simpel was om daar een connectie tussen te maken.
Twee weken geleden had ik het grootste deel van de spullen uit mijn oude zolderkamer in kartonnen verhuisdozen gepakt. Weg, ging ik. Ik had een kamer gevonden in de stad waar ik na de zomervakantie studeren zou en wilde alles meenemen wat jaren lang zo vertrouwd aangevoeld had. Mijn paleis van materialistischheid opnieuw opbouwen in mijn nieuwe leefomgeving leek het enige te zijn was mij overeind kon houden.
De boeken haalde ik uit de onderste laden van mijn nachtkasje. De bovenste liet ik dichtzitten. Zonder erin te kijken zette ik hem in het busje dat we van de buurman geleend hadden. Hij moest mee, maar ik wilde niet zien wat er in de bovenste la zat. Ook de kartonnen verhuisdozen die gevuld waren met de rest van mijn fotografiespullen belandden zonder erin gekeken te hebben in achterin het busje. We gingen weg.
Het was nacht, precies twee weken geleden had ik voor het eerst in dit huis geslapen. Inmiddels voelde het haast net zo bekend als de zolderkamer waar ik het grootste deel van mijn leven had doorgebracht. Waar ik al mijn herinneringen opgeslagen had. In de lucht, hangend aan de balken.
Zwijgend zat ik in mijn onderbroek op het randje van mijn bed. Robert Smith van the Cure klonk door mijn koptelefoon en ik staarde naar mijn tenen die stonden op de oude, houten planken van mijn kamer.
Het was lang geleden dat zij mijn dagen zoveel beïnvloed had als vandaag. Even leek het alsof ze weer leefde, alsof ik nog verliefd was op iemand die elk moment op bezoek kon komen. Maar ik wist dat dat niet zo was en dat ik niet moest leven in herinneringen, in illusies.
Nu. Het was nu. En zij was niet hier. Ik had herinneringen, die moest ik koesteren en bewaren. Genieten van wat vroeger gespeeld had. Meer niet. Niet mezelf terugplaatsen in de verhalen, nier ermee omgaan alsof ze elk moment terug zou kunnen komen en haar lippen als vliegende vlinders de mijne weer vinden zouden. Niet dat.
Zacht stond ik op en liep naar mijn nachtkastje. Ik opende de bovenste la en haalde hem eruit. Het rode lint hing ik om mijn nek en ik keek door de camera. Herinneringen, alsof ze realiteit waren. Tot de wind die door mijn openstaande raam naar binnen stroomde mij koude rillingen bezorgde, het haalde mij terug naar het nu.
Snel trok ik snel kleren aan, rende de trap af en liet de voordeur achter mij dichtvallen. Het was tijd voor nachtelijke wandelingen met mijn oude liefde.
(Dit is een stuk van een verhaal wat ik ooit een beetje schreef. En er is meer dan dit stukje, maar het zal nooit af zijn.)(Fijne kerstmis :))
donderdag 22 december 2011
1
Zijn stoppels weerstonden
Onbevreesd de wind
Zijn laarzen omzeilden
Sloten
Alsof het niks niks was
Zijn glimlach stal de onschuld
Uit jonge meisjesharten
De frisse lentewind
Speelde met zijn lokken
Gewoon omdat het kan
Hij was uniek
Hij was geweldig/gelukkig
En iedereen had het door
Iedereen, behalve hij
2
Er is niks
Wat niet beweegt
In de wind
Geen tak blijft onbewogen
Geen korrel zond onaangeroerd
Stenen trillen uit gebouwen
Vogels worden weggevoerd
Daar sta je dan
Met je wapperend haar
Zelfverkozen in de storm
Je jas doorweekt, je wimpers nat
Je armen uitgespreid
Daar sta je dan
Als laatste hoop voor
Een hart van steen
Er is niks
Wat niet beweegt
In de wind
maandag 19 december 2011
Koude dagen
We hadden gedroomd over lange sneeuwwandelingen, maar je overleed voordat de winter begonnen was. Het was het enige seizoen dat we niet samen meegemaakt hadden.
Ik dacht aan die keren dat we door de gure herfstwind wandelden, met onze ogen dicht en alleen maar denkend en pratend over wat we zouden doen wanneer de wereld wit zou zijn. Ik dacht aan onze plannen, aan onze dromen en hoopte dat ze zouden bevriezen onder die dikke laag ijs die de vijvers bedekte. Ik wilde ze niet kwijtraken. Niet vergeten, nooit vergeten.
Op de ochtend van je begrafenis keek ik uit het raam en was de hele grond bedekt met een dikke, witte laag sneeuw. Het zag er zacht uit, maar een enkele weg van voetsporen was er te vinden. De rest was onbelopen, haast maagdelijk wit.
Meer dan een uur stond ik stil voor het raam te kijken hoe de kleine donzen vlokjes naar beneden dwarrelden. Het sneeuwde en de hele wereld wist ervan. Behalve jij.
(het is best wel dramatisch dat afgelopen week het toffe-mensen-dieptepunt was; maar 5 berichten, het minste ooit)
Ik dacht aan die keren dat we door de gure herfstwind wandelden, met onze ogen dicht en alleen maar denkend en pratend over wat we zouden doen wanneer de wereld wit zou zijn. Ik dacht aan onze plannen, aan onze dromen en hoopte dat ze zouden bevriezen onder die dikke laag ijs die de vijvers bedekte. Ik wilde ze niet kwijtraken. Niet vergeten, nooit vergeten.
Op de ochtend van je begrafenis keek ik uit het raam en was de hele grond bedekt met een dikke, witte laag sneeuw. Het zag er zacht uit, maar een enkele weg van voetsporen was er te vinden. De rest was onbelopen, haast maagdelijk wit.
Meer dan een uur stond ik stil voor het raam te kijken hoe de kleine donzen vlokjes naar beneden dwarrelden. Het sneeuwde en de hele wereld wist ervan. Behalve jij.
(het is best wel dramatisch dat afgelopen week het toffe-mensen-dieptepunt was; maar 5 berichten, het minste ooit)
donderdag 15 december 2011
Dillema
Zouden schapen een iglo kunnen bouwen?
Ik loop op de zaken vooruit, het sneeuwt nog helemaal niet. Excuses.
Ik loop op de zaken vooruit, het sneeuwt nog helemaal niet. Excuses.
donderdag 8 december 2011
Naakt,
zonder kleren aan stond ik op de koude tegels van de badkamer te kijken naar het water dat de kraan uit liep. Mijn haren kriebelden langs de bovenkant van mijn borsten en ik wist dat als jij mij nu zou zien je zou zeggen dat ik mooi was. Ik wist ook dat jij mij nooit zo zou zien. En dat je al lang gezegd had dat ik mooi was.
Schuim dwarrelde de lucht in, alsof het sneeuwvlokjes waren die de verkeerde kant op gingen.
Alles was zo ingewikkeld.
Ik keek naar de toren van schuim die zichzelf bouwde in het bad. Ik had geen flauw idee waarom ik alleen maar stond toe te kijken en niet het water om mijn lichaam liet sluiten.
Soms zou ik willen dat iemand mij naakt zag. Dat iemand in mijn hoofd kon kijken, alsof mijn gedachten geschreven woorden waren die alleen maar opgelezen konden worden. Stormen van woorden op een lijntjespapier, zonder verstopte betekenissen en verdwenen achterliggende gedachtes. Alleen maar wat ik dacht, nog begrijpelijker dan het nu voor mij is.
Of dat iemand mijn lichaam kon zien zoals het echt is, ribben en borsten en kleine moedervlekken op mijn rug. Bruin, als verstopte vlekjes nutella tussen de bergen van mijn schouderbladen. En dat ik daar dan gewoon kan staan en mezelf kan zijn, terwijl iemand anders zag wie ik echt was.
Naakt, alles naakt. Van mijn wiebelende tenen, langs mijn puntige schouders tot de kleinste gedachtes die anders altijd alleen maar in mijn hoofd zullen blijven zitten.
(hoi, ik schreef dit laatst in mijn boekje toen ik in bad zat en nu werkte ik het uit. en ik ben niet tevreden, maar ik wil alleen maar lezen en slapen, dus jullie moeten hier maar wel tevreden mee zijn. au revoir.)
Schuim dwarrelde de lucht in, alsof het sneeuwvlokjes waren die de verkeerde kant op gingen.
Alles was zo ingewikkeld.
Ik keek naar de toren van schuim die zichzelf bouwde in het bad. Ik had geen flauw idee waarom ik alleen maar stond toe te kijken en niet het water om mijn lichaam liet sluiten.
Soms zou ik willen dat iemand mij naakt zag. Dat iemand in mijn hoofd kon kijken, alsof mijn gedachten geschreven woorden waren die alleen maar opgelezen konden worden. Stormen van woorden op een lijntjespapier, zonder verstopte betekenissen en verdwenen achterliggende gedachtes. Alleen maar wat ik dacht, nog begrijpelijker dan het nu voor mij is.
Of dat iemand mijn lichaam kon zien zoals het echt is, ribben en borsten en kleine moedervlekken op mijn rug. Bruin, als verstopte vlekjes nutella tussen de bergen van mijn schouderbladen. En dat ik daar dan gewoon kan staan en mezelf kan zijn, terwijl iemand anders zag wie ik echt was.
Naakt, alles naakt. Van mijn wiebelende tenen, langs mijn puntige schouders tot de kleinste gedachtes die anders altijd alleen maar in mijn hoofd zullen blijven zitten.
(hoi, ik schreef dit laatst in mijn boekje toen ik in bad zat en nu werkte ik het uit. en ik ben niet tevreden, maar ik wil alleen maar lezen en slapen, dus jullie moeten hier maar wel tevreden mee zijn. au revoir.)
Schrijfseltjes
Ik zit tegenwoordig niet zo vaak meer in de trein, maar als ik er dan toch in zit kan ik net zo goed gaan dichten, toch?
Terugblik
Wolken, zwart en grauw ineen
En regen, vochtig, fris
Knallen, flitsen, nooit alleen
'Het geeft niet' zoals je zegt
Want na donder en bliksem
Ben ik op mijn best
Zaterdagochtend niet
Eerst, niet laatst
Barsten in mijn hoofd
Wanhoop op mijn tong
'Het maakt niet uit' lach je weg
Met nadorst en zelfspot
Ben ik op mijn best
Sterf ik alleen?
Oud en krom, tragisch
Voor mijn tijd?
Dat is, denk ik, niet
Helemaal mijn ding
'Stil maar' fluister je toe
'Alles komt goed'
Wolken, zwart en grauw ineen
En regen, vochtig, fris
Knallen, flitsen, nooit alleen
'Het geeft niet' zoals je zegt
Want na donder en bliksem
Ben ik op mijn best
Zaterdagochtend niet
Eerst, niet laatst
Barsten in mijn hoofd
Wanhoop op mijn tong
'Het maakt niet uit' lach je weg
Met nadorst en zelfspot
Ben ik op mijn best
Sterf ik alleen?
Oud en krom, tragisch
Voor mijn tijd?
Dat is, denk ik, niet
Helemaal mijn ding
'Stil maar' fluister je toe
'Alles komt goed'
Bij Wijze van Spreken
‘De klok verwijt de klepel
dat ie zwart ziet!’
Bijt ze hem toe
‘Stil’ antwoordt hij
‘je weet niet wat je zegt’
‘Kan ik er wat aan doen’
Brult ze terug
‘Je ziet door de bladeren
De herfst niet meer’
Oog om oog, tand om tand
Woord om woord, zoals dat gaat
Zo antwoordt hij, misschien te laat
‘Brul wat je wil, blaf maar raak
Schreeuwende honden grommen niet’
Tragisch, miscommunicatie
donderdag 1 december 2011
Hallo
Marije zegt:
noem eens een onderwerp voor een toffemensenstukje?
Vic zegt:
schapen
sinterklaas
keuzes maken
de onverklaarbare mogelijk van de opties
of het gebrek daaraan
Marije zegt:
allemaal te ingewikkeld
Vic zegt:
zelfs schapen?
schrijf over dat het leven simpeler zou zijn
net als dat ukeleles maar 4 snaren hebben
en dat ze fijn zijn
over dat de amerikanen miljoenen uitgaven om een pen te ontwikkelen die zonder zwaartekracht kon schrijven in de ruimte
en dat de russen gewoon alles met potlood schreven
Marije zegt:
dat is best tof
Vic zegt:
Over dat schapen mekkeren en geiten blaten
en dat dat zo heet omdat de eerste letters knoppen met de geluiden
meh en beh
over dat dingen altijd liggen op de laatste plek waar je zoekt
omdat je daarna stopt
omdat je het gevonden hebt
over dat we allemaal tijdreizigers zijn
met een snelheid van 1 seconde per seconde
Marije zegt:
misschien
moet jij gewoon mijn stukje van vandaag schrijven?
dat vind ik best een goed idee
het mag gaan over waarover je schrijven kan
Vic zegt:
of je doet ctrl c hier
Marije zegt:
ja, perfect
Vic zegt:
en doet ctrl v daarginds
en zo geschiede
noem eens een onderwerp voor een toffemensenstukje?
Vic zegt:
schapen
sinterklaas
keuzes maken
de onverklaarbare mogelijk van de opties
of het gebrek daaraan
Marije zegt:
allemaal te ingewikkeld
Vic zegt:
zelfs schapen?
schrijf over dat het leven simpeler zou zijn
net als dat ukeleles maar 4 snaren hebben
en dat ze fijn zijn
over dat de amerikanen miljoenen uitgaven om een pen te ontwikkelen die zonder zwaartekracht kon schrijven in de ruimte
en dat de russen gewoon alles met potlood schreven
Marije zegt:
dat is best tof
Vic zegt:
Over dat schapen mekkeren en geiten blaten
en dat dat zo heet omdat de eerste letters knoppen met de geluiden
meh en beh
over dat dingen altijd liggen op de laatste plek waar je zoekt
omdat je daarna stopt
omdat je het gevonden hebt
over dat we allemaal tijdreizigers zijn
met een snelheid van 1 seconde per seconde
Marije zegt:
misschien
moet jij gewoon mijn stukje van vandaag schrijven?
dat vind ik best een goed idee
het mag gaan over waarover je schrijven kan
Vic zegt:
of je doet ctrl c hier
Marije zegt:
ja, perfect
Vic zegt:
en doet ctrl v daarginds
en zo geschiede
Rechtlijnige Non-Fictie
Het zijn heftige tijden. Bijzondere tijden. Belangrijke tijdens zelfs. Op een of andere manier hebben de belangrijke dingen in mijn leven altijd de neiging om mij in kuddes op te zoeken, nooit een voor een. Zo is het deze week weer raak. Niet alleen werd ik vrijdag gemaild met of ik toevallig nog een kamer zocht (ja.) maar was het gelijk binnen 3 dagen geluisterd en ga ik komend weekend verhuizen. Vanaf volgende week zal ik jullie officiële Utrecht correspondent zijn. Dus niet een stukje getypt vanuit het knusse Schijndel, maar vanuit het heuse centrum van Nederlands (of iets dergelijks). Heftige tijden zijn het zeker.
Maar dat was het nog niet. Zo mocht ik gisteren op voor mijn rijexamen en het ik er eigenlijk vrij weinig vertrouwen in. Maar dat bleek enigszins onterecht. Zoals meneer de examinator het zei: "Ik heb goed nieuws en slechts nieuws. Het goede nieuws: Je bent geslaagd, gefeliciteerd. Het slechte nieuws: De formule 1 gaat het voor jou niet worden." Oftewel, ik rijd echt zo erg op mijn dooie gemakje dat het soms zelfs te traag of te relaxed is. Heb ik persoonlijk geen problemen mee.
Dus nu ben ik non-stop bezig met dingen regelen voor mijn kamer (gelukkig ben ik de eerste uit de familie die op kamers gaat, take that, neef van 21, dus iedereen heeft nog wel iets op zolder staat wat ie gratis weg wil geven. Zo heb ik al een tv, boxen, een bed, bestek en nog vast een hoop meer wat ik vergeet), langs het gemeentehuis om mijn rijbewijs aan te vragen (bij poging 2 mét id-kaart...) en tussendoor af en toe naar Utrecht om wat fijne psychologische dingen te leren.
Jup, het gaat even best wel hard.
En dan was ik nog vergeten dat ik ook nog 3 sinterklaasgedichten en een paper over de biologische grondslagen van slapen en dromen moet schrijven. Oh en vergeet het onderhouden van 3 bands (en misschien een vierde binnenkort) niet.
Maar dat was het nog niet. Zo mocht ik gisteren op voor mijn rijexamen en het ik er eigenlijk vrij weinig vertrouwen in. Maar dat bleek enigszins onterecht. Zoals meneer de examinator het zei: "Ik heb goed nieuws en slechts nieuws. Het goede nieuws: Je bent geslaagd, gefeliciteerd. Het slechte nieuws: De formule 1 gaat het voor jou niet worden." Oftewel, ik rijd echt zo erg op mijn dooie gemakje dat het soms zelfs te traag of te relaxed is. Heb ik persoonlijk geen problemen mee.
Dus nu ben ik non-stop bezig met dingen regelen voor mijn kamer (gelukkig ben ik de eerste uit de familie die op kamers gaat, take that, neef van 21, dus iedereen heeft nog wel iets op zolder staat wat ie gratis weg wil geven. Zo heb ik al een tv, boxen, een bed, bestek en nog vast een hoop meer wat ik vergeet), langs het gemeentehuis om mijn rijbewijs aan te vragen (bij poging 2 mét id-kaart...) en tussendoor af en toe naar Utrecht om wat fijne psychologische dingen te leren.
Jup, het gaat even best wel hard.
En dan was ik nog vergeten dat ik ook nog 3 sinterklaasgedichten en een paper over de biologische grondslagen van slapen en dromen moet schrijven. Oh en vergeet het onderhouden van 3 bands (en misschien een vierde binnenkort) niet.
vrijdag 25 november 2011
Met terugwerkende kracht
Ga maar even dit luisteren ofzo, ook al is het een beetje raar
Laat mij je tijd verspillen
Zoals de zee speelt met het zand
Zoals we nooit tegelijkertijd wilden
Altijd pas naderhand
Als vloed en eb elkaar roepen
Zo kijkt de zee op haar klok
Zoals we het nooit wilden
Maar wel deden, op de gok
Op de golf, op de gok
Dansend met de maan
Slapend met de zo006E
En nog steeds met de smaak
Dansend op onze tong
Zo zal het gaan
Zo is het geweest
En ik blijf bestaan
Dat ben ik, Justin Kees
Er was wijn, er was hoop
er was nacht, er was stro
Er was niets, in de buurt
Er was gelach, klinkend door de nacht
En er was het moment, maar nooit lang genoeg
Nooit lang genoeg
Nooit lang genoeg
Er was spijt, er was stank
Er was haat, nog meer drank
Er werd niks geleerd
Er was hoop, er was hoop
Er was hoop, er was hoop
Er was hoop, er was hoop
Maar nooit lang genoeg
Nooit genoeg
Abonneren op:
Posts (Atom)

