Posts tonen met het label Manou. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Manou. Alle posts tonen

zaterdag 10 december 2011

breken

Ik weet heus wel dat banden tussen mensen vervagen
langzaam verdwijnen
misschien wel nooit echt bestaan.

Ik weet heus wel dat ik er niet voor kan zorgen dat iedereen altijd hier blijft
om me heen
altijd blijft bestaan.

Waarom word ik dan zo teleurgesteld
als ik in de toon van haar stem een bevestiging hoor
dat het vervaagt
langzaam verdwijnt
terwijl ik bijna zeker weet dat het wel bestond.

Ik vind vriendschap een lastig iets en ik kan er niet zo goed tegen
dat ik mensen los moet laten
dat ik zelf los week
weg van de mensen
van de banden
van de herinneringen 

Beste vriend.
Je leest dit. 
Je vindt dit gezeur.
Ik ken je.
"Hou op alsjeblieft" of "seriously?".

Nee. Of ja.
Want het vervaagt zeker als die bevestigende toon blijft.

zondag 20 november 2011

En misschien zal ik van je houden.

November en december zijn denk ik de maanden waar ik het meest van geniet. Ik vind het leuk dat de wereld praat over pepernoten, dat het niet raar is wanneer zwarte piet bij de bushalte staat 's avonds, dat iedereen cadeautjes voor elkaar koopt - ook al is dit meer uit verplichting dan uit spontaniteit. 
Ik vind het fijn als het kouder wordt. Dan loop ik buiten in het donker met Mumford & Sons als soundtrack van mijn leven. De mist doet me denken aan het boek Shiver dat ik ooit in Londen las en daar geniet ik van. De geur van de open haard in één van de huizen tussen de bushalte en mijn huis doet me denken aan mijn weekendje Center Parks ooit, waar ik niet zwom maar gewoon de hele tijd met mijn boek voor het vuur zat. En daar geniet ik dan van. Ik geniet vol op.

Als het dan gaat sneeuwen kleedt iedereen zich opeens veel leuker dan in de zomer. Mensen kopen gezellige stoffen houtje-touwtje jassen en wikkelen zichzelf in de meest knusse sjaals. Laatst, in de trein, zat ik tegenover een meisje met oorwarmers in de vorm van kattenkopjes. Dat vond ik absoluut helemaal te gek.

Ken je van die momenten waarop je school zwaar onderschat? Ik maak het constant mee. Telkens zit ik tegen elf uur in bed, tumblr open, yarny open. Dan denk ik dat ik dat bouwplan van taalbeheersing ook nog wel even kan maken tussendoor. En dan valt dat toch wel weer heel erg tegen. 
Stress levert het me op en dat is niet goed voor mijn gezondheid. Ik krijg er rimpels en grijze haren van. Ik voel het. Ik zie het. 

Grapje.
Ik maak de leukste grapjes.

Ik sluit af met het liedje van The Beatles want het zit al de hele dag in mijn hoofd.
Baby you can drive my car

En misschien zal ik van je houden.

maandag 12 september 2011

Zo wordt je steeds ouder en ongelukkiger.

En weer zat ik op zondagavond niet op te letten. De dagen gaan de laatste tijd ook zo snel voorbij. Ik keek vanochtend net voor mijn college taalbeheersing wel heel even op deze internetpagina der internetpagina’s en zag een nieuw tof mens. Welkom nieuw tof mens! Hoe meer vreugd, hoe mee zielen.
Of andersom, kan ook.

Goed, dames en heren van het goede leven. Zitten we al een beetje in de wintersfeer? Ik wel namelijk, en ik kijk op dit moment Alles is liefde. Alstublieft:

“Als je jong bent geloof je alles. Van spinazie krijg je spierballen, je vader is de sterkste man van Nederland en Sinterklaas bestaat. Maar er komt een dag dat je naar de schoenen van de goedheiligman kijkt en denkt; ‘Wacht eens! Dit zijn de schoenen van mijn vader!’. Je vermoedde al zoiets maar nu dringt het pas echt tot je door. Het is onzin te geloven dat er in Spanje een man met een lange witte baard rond loopt, die één keer per jaar de stoomboot pakt om bij jou iets in je schoen te stoppen.
“En nog zoiets. Van spinazie krijg je geen spierballen. Nederland wordt nooit wereldkampioen. Jij trouwt niet met de juf.
“Zo wordt je ouder en steeds ongelukkiger. De enige momenten dat je je weer even voelt als toen zijn de momenten waarop je van iemand houdt. Echt van iemand houdt. Dan valt alles wat stom is of pijn doet even helemaal weg. Liefde is alles. En daar moeten we in blijven geloven. Dus wat nou als we gewoon met z’n allen zouden besluiten dat Sinterklaas bestaat. Dan weten we heus wel dat we die cadeautjes nog steeds zelf moeten kopen, maar het gaat meer om het idee. Dat we blijven geloven dat het nog altijd goed kan komen. Met ons. Met de liefde.
Want liefde is als Sinterklaas; je moet erin geloven, anders wordt het niks”.
-         Alles is liefde

Ik kan met behoorlijk wat zekerheid zeggen dat dit één van de leukste stukjes tekst ooit is. Naar mijn mening dan. Ik moet wel eerlijk toegeven dat ik nooit vermoedde dat mijn ouders de cadeautjes kochten die ik in mijn schoen had ’s ochtends. Ik bleef altijd volhouden dat Sinterklaas wel echt bestond. Ik durfde ook absoluut niet ’s nachts naar beneden rond 5 december, doodsbang dat ik op de gang een Zwarte Piet of een paard tegen zou komen.
Ik vind het bijna beschamend om toe te geven, maar in groep vijf snapte ik niet waarom we surprises moesten maken.
“Omdat Sinterklaas niet bestaat”. Wát een onzin, waarom bleef iedereen dat zeggen?
Ik was dan ook zwaar down toen mijn moeder mij de waarheid vertelde. Ik voelde me wel een beetje stom, ook al heb ik dat nooit toegegeven aan de mensen die ik had afgesnauwd omdat ze bleven volhouden dat de Sint niet echt was.

Dit was het weer voor vandaag. Nog een stukje ziel dat je van mij krijgt. Ik geniet best van het weer trouwens. Ik kan niet wachten tot de bomen weer oranje zijn, als bewijs dat het wolvenseizoen weer begonnen is. 
Welterusten!

maandag 29 augustus 2011

maandag 22 augustus 2011

Lui mens en een luie zondag.


We zitten alweer twintig minuten in de maandag. Ik hoef deze maandag niet te werken. Wel ben ik dus te laat met posten maar dat zien jullie door de vingers want deze week was sowieso niet heel actief. Wie zitten er allemaal op lowlands? Ik ben jaloers op die mensen.

Ik werk in een boekwinkel en ik moet iedere ochtend de kranten in de rekjes zetten. Ik lees ondertussen die kranten ook altijd even. En de afgelopen week stond iedere krant in het teken van pukkelpop. Hoe meer ik las, hoe meer ik meeleefde met de mensen daar. Echt niet fijn.

Ik heb vandaag de hele dag op de bank gelegen. Eerst op de stoel, toen ik samen met Danielle easy a keek en croissantjes at. Na easy a keken we het laatste deel van Eclipse, veroordeel ons niet te snel. En daarna keken we het einde van repo men. En dat was echt de raarste film die ik ooit gezien heb. Met veel bloed en elektronische organen en een hele sexy hoofdrolspeler namelijk Jude Law. Vooral in the holiday is hij leuk, met bril en zo. Je snapt me. Als je een meisje bent dan in ieder geval. En misschien als jongen ook wel.

Op dit moment luister ik naar the blue album 1967-1970.
Volgende week spreek ik jullie weer en tot dan. En zo.

Nog even dit; het nadeel van te veel wegwerpcamera’s die nog onontwikkeld zijn en te weinig geld om ze te ontwikkelen is dat je heel lang moet wachten op foto’s.

Lucy in the sky with diamonds. 

Een heel leuk persoon vertelt me op dit moment een verhaaltje en dat begint met 'er was eens een klein geel varkentje..'. En dat vind ik heel tof. 

zondag 14 augustus 2011

Luna.


Ik had nog nooit zo’n mooie hemel gezien als deze. Midden op zee, waar geen lantaarnpalen stonden. Zo veel sterren. Oneindig veel sterren. Oneindige hemel. De grote zeilboot schommelde zachtjes heen en weer. Kapitein Phil neuriede een liedje terwijl hij met één hand aan het roer stond. De rest van het kleine groepje was al een paar uur geleden naar de hutten gegaan. Iedereen sliep. Maar ik vond het verspilling van een prachtige nacht. De zee was enorm rustig en de sterren werden erin weerspiegeld. Ik vond het heerlijk.
‘Wordt jij nooit moe?’. Phil klonk ouder dan dat hij was. Zijn stem doorbrak de stilte en mijn concentratie was weg. Aan ieder anders mens had ik me op dat moment geërgerd. Maar van Phil kon ik het hebben. Ik kende hem nu een paar dagen en ik voelde niets dan sympathie voor hem.
‘Ik kan nog vaak genoeg slapen’. Ik liep dichter naar hem toe en ging met mijn rug naar het water staan, tegen het koude ijzer aan. ‘Ik heb dit nog nooit meegemaakt. Vroeger was het mijn droom om te reizen. Maar ik stelde het steeds uit. Mijn ouders hadden niet genoeg geld en ik was zelf ook verschrikkelijk in sparen. Ik voel een beetje jaloezie als ik eraan denk dat U mijn droom leeft’.
‘Je bent bijna twintig. Je kunt alles doen wat je wilt, meisje’. Zijn ogen schitterden en ik draaide mijn hoofd naar rechts om naar de maan te kijken. Hij had gelijk. Toch voelde dat niet zo. Dit was een buitenkans. Ik moest hiervan genieten, nu mijn lot zo ontzettend gul was.
‘We varen nog een dag en een nacht. Dan meren we aan in Bonaire’. Hij schoof een stoel dichterbij en pakte zijn boek. Een boek wat hij volgens mij al een paar keer uitgelezen had. Misschien kreeg hij er gewoon geen genoeg van.
Ik liep terug naar mijn eerdere plekje want daar stond een kist. Een kist die ik makkelijk kon gebruiken als bankje. Mijn voeten legde ik op een stapel touw en ik sloot mijn ogen. Het zoute briesje voelde fijn toen het mijn haar over mijn wang veegde.
Ik had zin in het aanmeren in Bonaire. Maar deze nacht mocht ook nog wel even duren. Ik was alleen, ik had geen geld meer, ik had geen plan. Maar ik was gelukkig.
En ik hield mezelf voor dat dat het enige was dat telde.

zondag 7 augustus 2011

Op zich wel titelloze universumtheorie.

Ik weet niet zeker of het huisje waar Danielle en ik de komende week vanaf morgen, vrijdag dus, zitten internet heeft. Dus, voor als dat niet het geval is, zit ik nu op donderdagavond achter mijn laptop. Bon Iver op de achtergrond, een kwast met een klodder diepblauwe verf eraan op mijn papier en mijn vingers op de toetsen van mijn laptopkeyboard. Ik was bezig met het verven van de zee. Een zee. Ik verf vaak de zee. Mijn zee is eigenlijk altijd hetzelfde maar ze zien er wel anders uit. Het ligt er maar net aan in wat voor bui ik ben.

Ik las vandaag tijdens mijn lunchpauze op het werk een boekje van natgeo junior, of zoiets in ieder geval. En daar stonden allerlei doe-het-zelf stukjes in. Er stond in hoe je je eigen ster moest maken. En hoe je je eigen sterontploffing kan maken. Natuurlijk was het niet serieus bedoelt, want je kunt nou eenmaal niet de kernreactor in de ster die je van te voren gemaakt hebt aanzetten zodat hij gaat ontploffen en zodat er een zwart gat ontstaat.
Maar het idee vond ik wel leuk. Enorm leuk zelfs. Ik houd van de sterren.

Als ik ’s nachts buiten ben en het is helder, spendeer ik die tijd naar boven kijkend. Met volle aandacht. Ik voel me kleiner en machtelozer dan ooit als ik naar het universum kijken. Zeker als ik bedenk dat wat ik zie ’s nachts nog niet eens een kwart is van het gehele universum. Het komt niet eens in de buurt van een kwart. Ik vraag me vaak af of het ooit ophoud. Of er een grens is. Een grens tussen het universum en iets anders. Misschien ook wel tussen het universum en het niets. Het grote niets. Maar dat lijkt me tamelijk onwaarschijnlijk. Misschien zijn we wel onderdeel van een experiment. Ik weet niet precies hoe ik me da zou moeten voorstellen, maar het zou in ieder geval betekenen dat we niet in de hand hebben hoe lang we leven. Zeg maar.
Ik heb het als volgt in mijn hoofd: iemand, iets groters dan een mens, kweekt werelden. Op die werelden plaatst hij organismen. Hij begon met allerlei kleine organismen en die groeiden uit tot grotere organismen. Organismes. Kies maar welke meervoudsvorm je het liefst hebt.

Dit wezen dat werelden kweekt had opeens dino’s. Maar die dino’s waren niet wat hij in zijn hoofd had. Dus roeide hij ze allemaal uit. Hij hield over wat hij nuttig vond. En nu zijn wij er.
Als dit waar is, zou dat betekenen dat het wezen ons ook uit kan roeien wanneer hij wil. En aangezien de mensheid niet eens leeft zoals ik dat wil, leeft de mensheid waarschijnlijk helemaal niet zoals het kwekende wezen het wil. Moeten we nu bang worden? Misschien wel.

Als ik mijn tweede theorie nog moet uitleggen vandaag wordt dit stukje kilometers lang. Misschien volgende week dus. En anders niet. Dan mogen jullie lekker nadenken over jullie eigen theorieën. Want ik weet zeker dat jullie die hebben.
Het universum is te fascinerend om er geen theorieën over te hebben.

En ik sluit niet af met een quote want ik weet zo één twee drie even geen leuke quote.

zondag 31 juli 2011

pubercliché.


Toen mama eergisteren belde om te zeggen dat ze eerder naar huis zouden komen, raakte ik maar lichtelijk in paniek. Ik had namelijk niet op het netjes houden van het huis gelet terwijl ik alleen was. Er stond afwas van een paar daagjes en ik had een nederzetting om de bank gebouwd, met de afstandsbediening en kussens en dvd’s en boeken. Er lag nog een pizzadoos van de eerste avond. Er lag een leeg pak ijsthee van de tweede avond. Er lagen enveloppen van alle post die open gemaakt had. Er lag een aquarelblok met gekrabbel erop en er lagen tientallen aquarelblaadjes met gekleurde oppervlaktes.

Mijn moeder heeft constante opruimdrang. Ze ruimt altijd op. Alles. Overal. De woonkamer is altijd piekfijn in orde, en eigenlijk het hele huis wel. Ze ergert zich dood aan mij. Ik ben heus niet zo extreem als ik deze week was, dat was alleen omdat ik er voor één keer niet op hoefde te letten. Op waar ik wat allemaal liet slingeren.

Etensresten ruimde ik op, de rest bleef liggen. En mama belde dus.
‘We komen eerder thuis. Morgen al eigenlijk’.
Ik had die avond een bioscoopavondje gepland dus dat was niet de perfecte tijd. Ik heb die avond eigenlijk ook alles laten liggen. Ik zou het de volgende ochtend wel doen.

Jammer genoeg liep dat plan in de soep toen ik me versliep. Ik moest werken om twaalf uur en ik werd om half elf wakker. Dat lijkt ruim op tijd, maar ik heb een uur nodig voor mijn ochtendritueel omdat ik te lang douche en te uitgebreid ontbijt. En half elf plus een uur wordt half twaalf. En ik fiets een half uur naar mijn werk. Dus dat werd al twaalf uur. In dat tijdschema leek er geen ruimte meer te zijn voor het opruimen van het huis. En het schoonmaken. En het afwassen. Alles wat ik gepland had.

Ik haastte me uit bed, douchte in een recordtempo van minder dan tien minuten, griste een krentenbol uit de kast en terwijl ik at begon ik door de rotzooi in de woonkamer te struinen. Ik ging schematisch aan de slag; eerst alle dvd’s bij elkaar. Op een stapel. Dan al het afval – oud papier, plastic, enveloppen, pakken. Allemaal in de container. Het begon er langzaam maar zeker nog een beetje hoopvol uit te zien. Snel de afwas. Afdrogen.
Afdrogen?
Ja. Een afwasmachine was enorm handig geweest in deze situatie maar helaas is die niet aanwezig.
Tijd om te stofzuigen. Stofzuiger van zolder. Naar beneden. Zorgen dat ik niet over de kabel struikel die niet meer in de stofzuiger wil en dus altijd los hangt.

Ik heb nog nooit zo vaak angstig op de klok gekeken voordat ik naar mijn werk moest. De tijd leek sneller te gaan dan ooit. Zeker speciaal om mij te pesten. Het was alsof ik de wijzers hoorde lachen.
‘Je gaat het nooit redden’.
Stil, wijzers. Ik zal bewijzen dat ik het kan.
Helaas had de stofzuiger geen zin. Ik besloot uiteindelijk na een eindeloze discussie met het ding dat het zo ook wel kon.

Mama was het daar niet mee eens.
Maar ik had mijn best gedaan.

Verder nieuws is nog dat ik eindelijk mijn LP van Iron and Wine heb. En daar geniet ik van.
En nu moet ik mijn slaapkamervloer leegmaken en er een luchtbed neerplanten zodat Toffe Danielle vanavond ook lekker kan slapen.

Vandaag is het namelijk c’est la vie in Emmen en dat is een straattheater en muziek festival. En daar geniet ik ook van. Wens ons plezier. Doe het.

p.s Welkom Ruud! Ruudie, Ruuderd, Roodie, der rudy!
p.p.s ik vond dat ik even moest melden dat ik Ruuderd de beste bijnaam vind. 

maandag 25 juli 2011

All was well.

Ik heb afgelopen zondag niets geschreven over de nachtpremière van Harry Potter and the Deathly Hallows part 2. Ik wist namelijk niet zo goed wat ik moest zeggen. Ik besef nog steeds niet echt dat het het einde was. Tenminste tijdens de nachtpremière zelf niet. De volgende dag, toen ik the Philosopher’s Stone nog eens ging kijken. Toen raakte het me. Snape, die Harry probeert te redden terwijl Voldemort hem in de vorm van leraar Defence against the Dark arts Harry van zijn bezem probeert te gooien. Dat, voor de rest wijst alles erop dat Snape Harry niet mag. Met zijn onredelijke uitspraken waarin hij duidelijk aangeeft dat Harry minder is dan hemzelf.
De hele wereld heeft ongeveer tien jaar lang een lichte hekel aan Severus.

Tot dat ene stukje van het verhaal.
After all this time?
‘Always’, said Snape.

Ik kon de tranen maar een heel klein beetje tegenhouden. Ze lieten zich toch nog even zien, tijdens die scene in de film. Gelukkig huilde de hele zaal met me mee. We waren een stel snotterende aanstellers. En het voelde. Het voelde verenigd. Dit was een moment wat we deelden met vele andere die hard Harry Potter fans.

Bah. Stom dat het over is.
Niet dat ik wil dat JK Rowling nog een Harry Potterboek schrijft. Dat zou niet passen.
Nee, ik houd mijn persoonlijke marathons nog eens. De films overnieuw, vanaf deel 1.
De boeken overnieuw, vanaf deel 1.
Audiobooks gedownload, waarin het gehele verhaal wordt voorgelezen door niemand minder dan Stephen Fry. Vanaf deel 1.

En nou ja, bedankt J.K. Rowling.
Ik zag laatst een interview met deze schrijfster, bij Oprah, en ik bedacht me dat het eigenlijk wonderbaarlijk is dat één persoon een wereld heeft gecreëerd die de levens van zo veel mensen veranderd heeft.
En die wereld is er nog steeds, ook al worden er geen nieuwe woorden meer aan het verhaal toegevoegd. Door de schrijfster dan – de rest van de wereld schrijft nog volop fanfiction om alles in leven te houden.

En even afwachten wat Pottermore voor ons in petto heeft.
Harry Potter is onsterfelijk. In ons hart.

Oh en, ik ben me er heus wel van bewust dat het vandaag maandag is en geen zondag meer. Maar om eerlijk te zijn ben ik het gevoel van de dagen een beetje kwijt. In mijn hoofd zou iedere dag woensdag kunnen zijn.


zondag 17 juli 2011

eiland.

Zodra je klaar bent moet je hierheen komen, zei hij vanaf de schommel boven het water. Zijn voeten raakten het oppervlakte van de Caribische zee en zijn armen waren om de stevige touwen gewikkeld. Zij glimlachte en concentreerde zich op zijn stemgeluid, dat zich steeds verder over het water verplaatste, met de zachte tropische nachtwind mee. De palmbomen ritselden en de krabbetjes vonden hun schuilplekken onder de rieten parasollen. Van deze momenten hield zij het meest: er waren geen andere mensen te horen op het strand. Alleen de zee die zich periodiek in de branding stortte, en de palmbladeren die zich lieten meevoeren met de briesjes die haar gelukkig maakten. Eigenlijk maakte het hele plaatje haar gelukkig. Het hele eiland. En vooral hij.

Hij, die een  hangmat voor haar gekocht had en toen handmatig nog twee bomen geplant had zodat ze er ook echt iets aan hadden. Hij, die haar liet blozen en giechelen als één van die meisjes die ze altijd verafschuwd had.
Hij, die hier nu op een slordig geverfde houten schommel zat te wachten tot zij naast hem plaats nam, zodat hij haar hand kon pakken en zodat ze samen naar de nachtelijke horizon konden kijken.

Ik maak het morgen wel af. Ze gooide het doekje neer en zette het krukje weg. Ze ging op de schommel zitten, vlocht haar benen in zijn benen en haar vingers in zijn vingers.
De kleurrijke gifkikkers vulden het donker nu met hun geluiden. Ze lieten zich nooit zien, maar om het gezang kon je niet heen als je ’s nachts over het eiland liep.
De maan glinsterde in de verre verte, een trap van licht vormde zich op het water.

Voor het eerst in haar leven had zij niet de drang om de donkere horizon op te zoeken. Waar zij normaal niet stopte tot ze het eind gevonden had – terwijl het eind zich met haar mee bewoog net zoals een horizon nooit dichterbij komt – nam ze nu genoegen met alleen het kijken. Het kijken naar de horizon, het voelen van zijn huid tegen de hare.

Zijn duim maakte cirkeltjes op haar knie.

Misschien was dit wel haar horizon. En anders was het misschien wel helemaal niet de bedoeling dat ze altijd maar naar de horizon op zoek ging. Misschien moest ze wachten tot die naar haar toe kwam.

En als dat ooit zou gebeuren zou ze ter plekke wel bedenken wat ze ging doen.
En als dat nooit zou gebeuren zou ze ter plekke wel bedenken wat ze ging doen.

zondag 10 juli 2011

Echt en in leven in het echte leven.

Een handjevol toffe mensen. Een groepje toffe mensen. En hoewel al die toffe mensen hier hun ziel met ons allemaal delen door iedere keer weer een stukje te schrijven, blijft het tamelijk onpersoonlijk. Ik heb niet het gevoel dat we elkaar echt beter leren kennen door de stukjes. Ik weet ook helemaal niet of dat wel het doel van de rest was, maar ik vind het altijd wel fijn om mensen te leren kennen.

Dus in plaats van iets te schrijven wat net zo ingewikkeld en onsamenhangend is als mijn vorige post, heb ik besloten vandaag te vertellen hoe het er in mijn echte leven aan toe gaat.
Want hoewel ik mijn echte leven niet prefereer boven het leven van de personages in mijn boeken, zouden die personages er niet zijn zonder mij – echt en in leven. Dat probeerde ik in mijn vorige post duidelijk te maken, in case you missed that.

Sinds kort werk ik in een boekwinkel en dat levert best leuke dagen op. Ik kan werken en pauze houden tussen de boeken en ik kom in contact met toffe mensen.
Er komen leuke vragen voorbij, zoals ‘wat dacht jij toen je erachter kwam dat Suzanne Vermeer een man was?’. Maar ook idiote vragen zoals ‘is dit boek het eerste of het tweede deel van Harry Potter en de Relieken van de Dood?’.

Tijd voor losse feitjes? Tijd voor losse feitjes.
Ik doe al weken over een brief naar mijn penvriendin, maar ik krijg hem maar niet af.
Ik kocht laatst doosjes vol waterverf en een aquarelblok en nu verf ik me suf. Ik heb al een paar ware kunstwerken liggen. Nou ja, het is maar net wat je kunst noemt. Er is vast wel iemand op de wereld die het kunst zou noemen. Ergens, ver weg. Vast wel.
Ook introduceerde iemand me aan het nieuwe album van Sky Sailing, en als ik het op LP had gehad, was die LP nu grijs gedraaid.
Ik durf sinds kort aan mezelf toe te geven dat ik verliefd ben, en geloof me – dat is heel wat voor mijn doen. Ik geniet er zelfs een beetje van nu.
Ik heb ontzettend veel zin in mijn vakantie naar kijkduin en ik kan niet wachten om al die zomerjurkjes te dragen dus de regenbuien moeten snel plaats maken voor felle zon en helderblauwe lucht.

Ik haat het als iedere zin in een stukje begint met het woord ‘ik’. Het komt zo egocentrisch over.
Helaas heb ik dat vandaag wel gedaan. Ik schreef een stukje waarvan bijna iedere zin met ‘ik’ begon. Best jammer.

Oh nog iets: ik had vannacht zo’n geweldige droom. Ik baalde enorm toen ik wakker werd. Hebben jullie dat ook wel eens? En dat je dan probeert weer in slaap te vallen in de hoop dat de droom verder gaat. En dat dat dan ook mislukt. Ik had het vanochtend.
God wat houd ik van de wereld van dromen. 

zondag 3 juli 2011

Personages.

Rennen. Zo snel mogelijk. Rennen want het haalt ons in. Ik weet nog wat ik moet doen, ik heb dit eerder meegemaakt. Ik heb dit eerder gedroomd. Ik moet de garage vinden met de lichtgevende puntjes in de deurknop. Zodra we die deurknop aan zullen raken zal de schaduw zich terug trekken. We mogen het ons niet te pakken laten krijgen. Het zal ons meenemen naar een plek waar geen licht is. En niemand wil leven zonder licht, hoe mooi het donker soms ook kan zijn.

Voorbij de speeltuin, daar moeten we heen. Nog sneller rennen. Het is niet te doen, we zijn niet snel genoeg. Maar nee, dit is mijn droom en ik laat me niet vermoorden in mijn eigen droom. Ik verzin dit zelf, ik zal ook zelf de oplossing moeten vinden. In de verte zie ik de garage met de lichtgevende puntjes in de deurknop. Maar dat is nog te ver weg. Ik ren sneller en sneller tot ik niet meer kan. Iedereen heeft me verlaten, maar ik ren door. Tot ik de deurknop eindelijk aanraak. Op dat moment is de droom over en word ik wakker. Iedereen had me verlaten. Sommigen hadden misschien wel bewust voor het donker gekozen in plaats van het licht. Sommigen waren dit misschien al langer van plan. Ik kende de meeste mensen helemaal niet. Ze waren slechts personages voor deze ene droom, en zonder ze was de droom misschien eenzamer, maar ze blijven bestaan want het zijn personages. En als je niet bedenkt dat de door jou verzonnen personages dood gaan, gaan ze niet dood. Tenzij jij de schaduw zelf opzoekt, dan zullen ze met je mee gaan. Ze kunnen namelijk niet zonder je leven.

Op dinsdag stond het werk in de boekwinkel in het teken van Paul Goeken. De mannelijke schrijver die beroemd werd als vrouw en weer stierf als man. De meeste mensen kenden Paul onder de naam Suzanne Vermeer. Mensen kwamen mij vragen of de boeken van Paul goed waren. Sommigen vroegen daarna nog ‘en die van Suzanne, zijn die ook goed?’. Ik vind het apart hoe Paul zijn boeken als vrouw schreef. Hij schreef ook boeken als Paul zelf, maar die boeken waren lang niet zo populair. Suzanne was zijn succes. Maar Suzanne bestaat niet. Ik vind het niet makkelijk om te schrijven vanuit mannelijk oogpunt. Paul deed het in het dagelijks leven. Paul creëerde Suzanne en werd Suzanne. Maar ook al leefde Suzanne nooit echt, toch is ze samen met Paul overleden.
Ik heb persoonlijk nooit een boek van Paul gelezen. Wel van Suzanne. Maar ik maak er nu een uitdaging van om ook de boeken van Paul te lezen. Ik wil namelijk graag het verschil zien. Ik wil Suzanne en Paul als twee verschillende personen leren kennen via de boeken. Ik ben benieuwd of het me lukt.


Dit zijn twee compleet verschillende stukjes aan elkaar geplakt. Geloof het of niet, in mijn hoofd is het verband tussen de stukjes enorm groot. Ik besefte me dat alle mensen die in mijn droom doodgaan, niet echt dood gaan. Want ze bestaan niet. En toen las ik in de krant dat Paul Goeken overleden was. Maar volgens mijn theorie zou Suzanne dan doorleven, want ze bestaat niet dus kan ze niet echt doodgaan. Toch is er geen Suzanne zonder Paul. Net zoals de mensen in mijn dromen er niet zouden zijn zonder mij. 


Mijn hoofd is een chaos en verwoorden wat er precies speelt in die chaos is best lastig, misschien ken je het wel.