Ik heb besloten om te stoppen.
Echt.
Want ik heb geen motivatie meer om dingen te schrijven waarop nooit gereageerd wordt voor een blog die niemand leest.
the
end
Posts tonen met het label Margriet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Margriet. Alle posts tonen
donderdag 16 februari 2012
vrijdag 10 februari 2012
woensdag 25 januari 2012
Een verhaal over lepels
Veertig jaar geleden was zijn verzameling begonnen met de eerste lepel. Het was de lepel die hij het liefst poetste. Hij was klein, maar lang. Simpel zilver. De verzameling besloeg zevenendertig verschillende lepels. Allemaal uniek. Acht jaar geleden was hij gestopt met verzamelen. Niet omdat hij wilde, maar omdat hij gedwongen werd. Ze waren allemaal bijzonder, ze hadden allemaal hun eigen verhaal. Hij wist alles nog, tot op het kleinste detail. Iedereen die hij kende uit de tijd toen zijn lepelverzameling nog groeide, was uit zijn leven verdwenen. Niemand kon zijn leven meer nieuw binnenstappen, omdat niemand de verzameling snapte. De enkeling die bij hem over de vloer kwam vond de man maar raar. Al die lepels aan de muur, de lepels die hij koesterde alsof het zijn kinderen waren. Niemand durfde er naar te vragen, al zou de man zijn verhalen maar wat graag vertellen. Er gingen verhalen over hem rond, stuk voor stuk gelogen, in het dorp waar hij acht jaar geleden was gaan wonen. Verspreid door de huishoudster, een jong meisje genaamd Hilda, die hij nodig had omdat zijn benen hem nauwelijks nog konden dragen. Zijn bijnaam was de lepelman en iedereen was bang voor hem.
Op de dag dat de man het leven verlaten zou, had hij het kleine boekje afgeschreven. Hij zat in zijn huiskamer in de grote zachte stoel te kijken naar zijn verzameling en te wachten op de dood. Hij wist dat die er aan kwam, hij was er klaar voor. Je zou zelfs kunnen zeggen dat hij graag wilde. Hilda was aan het werk in de keuken en was zich van geen kwaad bewust. "Hilda." De man riep het meisje met zijn krakerige stem. Het meisje kwam uit de keuken en ging tegenover hem staan. Bang voor wat komen ging, hij praatte bijna nooit tegen haar. Haar eigen verhalen hadden haar bang gemaakt. De man wees op het krukje wat naast zijn stoel stond. Hilda ging zitten. "Hilda, ik weet dat je graag verhalen vertelt. Ik mag dan oud zijn, ik heb nog goede oren." Het meisje schrok, ze had niet geweten dat de man wist dat ze verhalen had rondverteld. Hij glimlachte naar haar. "Ik verwijt je niks, meisje. Ik snap het best. Ik zou alleen willen dat je voortaan de juiste verhalen vertelt." Hij sloot even zijn ogen. "Zie je dat boekje op tafel?" Hilda knikte, al had de man zijn ogen nog dicht en kon hij dat niet zien. "Ik wil graag dat je me de eerste bladzijden voorleest." De man hield zijn ogen nog steeds gesloten toen Hilda opstond en het kleine blauwe boekje van tafel pakte. Ze ging weer zitten en sloeg het open. Een geur die alleen oude boeken kunnen hebben kwam haar tegemoet vanaf de vergeelde pagina's.
Ze begon te lezen.
"Het was een maandagochtend." Haar stem bibberde. "Nee." Zei de man. "Je moet alles lezen." Hilda slikte en begon opnieuw. "Voor Willem, voor al je dromen. Liefs Johanna." De man glimlachte bij het horen van haar naam. "Het was een maandagochtend. We lagen in bed, Johanna en ik. Ze sliep nog toen ik de gordijnen opende en het zonlicht de hotelkamer binnenliet. We ontmoetten elkaar de avond er voor, in een klein pianocafeetje in de voor mij onbekende stad. Ook voor Johanna was de stad onbekend en dat gegeven bracht ons samen. Het meisje was me meteen opgevallen met haar blonde lange haren. Ze was iets jonger dan ik, misschien pas net dertig. Ze voelde zich al oud maar ze droeg de jaren prachtig. Na een dronken avond in het cafeetje eindigden we in mijn bed, in het goedkope hotel. Ik klom terug in bed en keek hoe de zonnestralen op haar naakte huid schenen en haar blonde haren in goud veranderden." Het meisje stopte even met lezen om haar keel te schrapen. De man had nog steeds zijn ogen gesloten. "Ik weet niet hoe lang het duurde voor ze wakker werd, maar toen ze wakker werd zag ik weer hoe haar wangen kuiltjes maakten als ze glimlachte. 'Goedemorgen.' Haar eerste woorden van de dag. Ik kon niks zeggen, verblind door liefde. Pas na een tijdje staren kon ik woorden vormen. We praatten over de avond er voor en hoe alles een droom had geleken. Ik was blij dat ze hetzelfde voelde.
Ik bestelde pannenkoeken als ontbijt. We zaten nog in bed met het bord tussen ons in. 'Dit kan ik zo niet eten.' Zei Johanna. 'We hebben geen bestek.' 'Johanna, we hebben messen en vorken.' Zei ik. Ik keek naar die kuiltjes in haar wangen toen ze zei dat ze messen en vorken niet mee vond tellen. 'Ik heb een lepel nodig.' Ik verklaarde haar voor gek. 'Wie eet er nou pannenkoeken met een lepel.' Zei ik. Ze lachte me weer toe. 'Lepels zijn zo veel leuker, rond en mooi en doen nooit iemand pijn. Behalve als je heel hard slaat.' Ik denk dat ik gekeken moet hebben alsof ze was veranderd in iets raars, omdat ze me uitlachte. 'Ik meen het Willem, ik wil een lepel.' 'Goed, ik ga er een halen bij de receptie.' Ik wilde al opstaan toen ze zei dat ze dat te gênant vond. 'Zoals je zei Willem, wie eet er nou pannenkoeken met een lepel.' 'Dan moeten we maar een gaan kopen.' Ik zag in dat ze niet anders wilde dan pannenkoeken eten met een lepel. Dat rare kleine feitje zorgde er voor dat ik nog verliefder werd. In een klein winkeltje op de hoek kochten we een lepel. Niet groot, maar lang. Simpel zilver. Terug in het kleine kamertje aten we om de beurt van de inmiddels koude pannenkoeken met de lepel. Haar lange blonde haren vielen op het bed als ze voorover boog om een hap te nemen met de lepel en nog nooit had ik zo veel liefde gevoeld voor een vrouw."
Hilda stopte met lezen. "In dat boekje staan nog zesendertig verhalen van hetzelfde soort, Hilda. Ik wil dat je die verhalen voortaan vertelt." Hilda keek naar de man die nu zijn ogen weer geopend had en naar haar keek. Ze durfde niks te zeggen. "Ik wil niet dat Johanna ooit vergeten word. Johanna en haar rare liefde voor lepels. We hebben niet vaak iets gegeten met iets anders dan een lepel." Hij glimlachte bij de herinnering. "Maar ik hoop dat je dat nog wel zult lezen." Daarmee was voor de man het gesprek voorbij. Hij had zijn verhalen overgedragen en kon nu zelf verdergaan. Hij hoopte dat Johanna zou zijn waar hij heen ging.
Toen de man die avond stierf las Hilda in het boek met de zevenendertig verhalen over lepels. Ze las hoe Willem en Johanna in elke stad waar ze kwamen een lepel kochten. Ze las ook over de dood van Johanna. Ze huilde de nacht voorbij en toen ze die ochtend Willem dood vond in zijn stoel huilde ze nog een beetje meer. Ze huilde omdat ze hem nu nooit meer kon vertellen hoe bijzonder ze hem vond. Om het goed te maken vertelde ze nieuwe verhalen. Het boek werd uitgebracht en wereldwijd gelezen. De lepelverzameling eindigde in het museum van het dorp. Een trekpleister voor toeristen. Willem was nog steeds de lepelman en dat zou hij ook voor altijd blijven.
oke sorry dit was lang en stom maar ik moest het toch goedmaken met iets enzo. jjooee
Op de dag dat de man het leven verlaten zou, had hij het kleine boekje afgeschreven. Hij zat in zijn huiskamer in de grote zachte stoel te kijken naar zijn verzameling en te wachten op de dood. Hij wist dat die er aan kwam, hij was er klaar voor. Je zou zelfs kunnen zeggen dat hij graag wilde. Hilda was aan het werk in de keuken en was zich van geen kwaad bewust. "Hilda." De man riep het meisje met zijn krakerige stem. Het meisje kwam uit de keuken en ging tegenover hem staan. Bang voor wat komen ging, hij praatte bijna nooit tegen haar. Haar eigen verhalen hadden haar bang gemaakt. De man wees op het krukje wat naast zijn stoel stond. Hilda ging zitten. "Hilda, ik weet dat je graag verhalen vertelt. Ik mag dan oud zijn, ik heb nog goede oren." Het meisje schrok, ze had niet geweten dat de man wist dat ze verhalen had rondverteld. Hij glimlachte naar haar. "Ik verwijt je niks, meisje. Ik snap het best. Ik zou alleen willen dat je voortaan de juiste verhalen vertelt." Hij sloot even zijn ogen. "Zie je dat boekje op tafel?" Hilda knikte, al had de man zijn ogen nog dicht en kon hij dat niet zien. "Ik wil graag dat je me de eerste bladzijden voorleest." De man hield zijn ogen nog steeds gesloten toen Hilda opstond en het kleine blauwe boekje van tafel pakte. Ze ging weer zitten en sloeg het open. Een geur die alleen oude boeken kunnen hebben kwam haar tegemoet vanaf de vergeelde pagina's.
Ze begon te lezen.
"Het was een maandagochtend." Haar stem bibberde. "Nee." Zei de man. "Je moet alles lezen." Hilda slikte en begon opnieuw. "Voor Willem, voor al je dromen. Liefs Johanna." De man glimlachte bij het horen van haar naam. "Het was een maandagochtend. We lagen in bed, Johanna en ik. Ze sliep nog toen ik de gordijnen opende en het zonlicht de hotelkamer binnenliet. We ontmoetten elkaar de avond er voor, in een klein pianocafeetje in de voor mij onbekende stad. Ook voor Johanna was de stad onbekend en dat gegeven bracht ons samen. Het meisje was me meteen opgevallen met haar blonde lange haren. Ze was iets jonger dan ik, misschien pas net dertig. Ze voelde zich al oud maar ze droeg de jaren prachtig. Na een dronken avond in het cafeetje eindigden we in mijn bed, in het goedkope hotel. Ik klom terug in bed en keek hoe de zonnestralen op haar naakte huid schenen en haar blonde haren in goud veranderden." Het meisje stopte even met lezen om haar keel te schrapen. De man had nog steeds zijn ogen gesloten. "Ik weet niet hoe lang het duurde voor ze wakker werd, maar toen ze wakker werd zag ik weer hoe haar wangen kuiltjes maakten als ze glimlachte. 'Goedemorgen.' Haar eerste woorden van de dag. Ik kon niks zeggen, verblind door liefde. Pas na een tijdje staren kon ik woorden vormen. We praatten over de avond er voor en hoe alles een droom had geleken. Ik was blij dat ze hetzelfde voelde.
Ik bestelde pannenkoeken als ontbijt. We zaten nog in bed met het bord tussen ons in. 'Dit kan ik zo niet eten.' Zei Johanna. 'We hebben geen bestek.' 'Johanna, we hebben messen en vorken.' Zei ik. Ik keek naar die kuiltjes in haar wangen toen ze zei dat ze messen en vorken niet mee vond tellen. 'Ik heb een lepel nodig.' Ik verklaarde haar voor gek. 'Wie eet er nou pannenkoeken met een lepel.' Zei ik. Ze lachte me weer toe. 'Lepels zijn zo veel leuker, rond en mooi en doen nooit iemand pijn. Behalve als je heel hard slaat.' Ik denk dat ik gekeken moet hebben alsof ze was veranderd in iets raars, omdat ze me uitlachte. 'Ik meen het Willem, ik wil een lepel.' 'Goed, ik ga er een halen bij de receptie.' Ik wilde al opstaan toen ze zei dat ze dat te gênant vond. 'Zoals je zei Willem, wie eet er nou pannenkoeken met een lepel.' 'Dan moeten we maar een gaan kopen.' Ik zag in dat ze niet anders wilde dan pannenkoeken eten met een lepel. Dat rare kleine feitje zorgde er voor dat ik nog verliefder werd. In een klein winkeltje op de hoek kochten we een lepel. Niet groot, maar lang. Simpel zilver. Terug in het kleine kamertje aten we om de beurt van de inmiddels koude pannenkoeken met de lepel. Haar lange blonde haren vielen op het bed als ze voorover boog om een hap te nemen met de lepel en nog nooit had ik zo veel liefde gevoeld voor een vrouw."
Hilda stopte met lezen. "In dat boekje staan nog zesendertig verhalen van hetzelfde soort, Hilda. Ik wil dat je die verhalen voortaan vertelt." Hilda keek naar de man die nu zijn ogen weer geopend had en naar haar keek. Ze durfde niks te zeggen. "Ik wil niet dat Johanna ooit vergeten word. Johanna en haar rare liefde voor lepels. We hebben niet vaak iets gegeten met iets anders dan een lepel." Hij glimlachte bij de herinnering. "Maar ik hoop dat je dat nog wel zult lezen." Daarmee was voor de man het gesprek voorbij. Hij had zijn verhalen overgedragen en kon nu zelf verdergaan. Hij hoopte dat Johanna zou zijn waar hij heen ging.
Toen de man die avond stierf las Hilda in het boek met de zevenendertig verhalen over lepels. Ze las hoe Willem en Johanna in elke stad waar ze kwamen een lepel kochten. Ze las ook over de dood van Johanna. Ze huilde de nacht voorbij en toen ze die ochtend Willem dood vond in zijn stoel huilde ze nog een beetje meer. Ze huilde omdat ze hem nu nooit meer kon vertellen hoe bijzonder ze hem vond. Om het goed te maken vertelde ze nieuwe verhalen. Het boek werd uitgebracht en wereldwijd gelezen. De lepelverzameling eindigde in het museum van het dorp. Een trekpleister voor toeristen. Willem was nog steeds de lepelman en dat zou hij ook voor altijd blijven.
oke sorry dit was lang en stom maar ik moest het toch goedmaken met iets enzo. jjooee
donderdag 12 januari 2012
druk
Als ik even terugdenk aan alles wat ik gedaan heb in mijn leven
kan ik me niet herinneren dat ik het ooit druk had.
behalve dus nu. slaat echt nergens op.
morgen middag is een deel van die drukte over dus misschien verander ik dan dit nog
in iets leuks
ik denk het wel
nu ga ik eerst heel druk slapen
joe
kan ik me niet herinneren dat ik het ooit druk had.
behalve dus nu. slaat echt nergens op.
morgen middag is een deel van die drukte over dus misschien verander ik dan dit nog
in iets leuks
ik denk het wel
nu ga ik eerst heel druk slapen
joe
zaterdag 24 december 2011
zaterdag 17 december 2011
The road not taken
Een gedicht van robert frost. omdat ik zelf geen tijd en zin heb. joe
woensdag 7 december 2011
Het wonderlijke leven van jacky fontanel *****
Wat: Een boek
Van wie: Kasper van Kooten
Waarom: Ik kreeg het van sinterklaas
De echte?: Nee mijn tante maar ssht
Oke ik weet dat we ooit, zo'n 30 weken geleden, afspraken dat we geen recensies zouden schrijven, maar ik dacht dit is een boek dus dat mag vast wel. En dit is in de recensiekoning na-aper stijl dus dat maakt het lame maar voor mij heel erg leuk dus jullie moeten er maar mee leren leven.
Goed, om maar bij het begin te beginnen; een aantal weken geleden moest ik het altijd verdoemde verlanglijstje opsturen, en bij gebrek aan inspiratie vroeg ik om een boek. Zomaar een boek, het liefst van een Nederlandse schrijver. Mijn tante stond in een boekenwinkel op zoek naar een boek voor mij, zag een advertentie waar op stond: om half 4 komt Kasper van Kooten signeren. Op dat moment was het 20 over 3 dus zo geschiede.
Vooraan in de rij stond mijn Tante te wachten en ze was de eerste die een krabbel kreeg, voor mij, en daarbij ook twee kaartjes voor de voorstelling die bij dit boek hoort. [die waren weggelegd voor de eerste 4 in de rij] Omdat mijn moeder zo blij was dat ik eindelijk eens thuis was nam mijn tante me niet mee naar de voorstelling. in plaats daarvan ging ze met haar man, mijn oom, en gek genoeg leek de voorstelling heel erg op dingen uit hun eigen leven, maar goed ik dwaal af.
Ik kreeg het boek, was erg blij al moet ik bekennen dat ik niet zo veel wist van Kasper van Kooten. Een boek is een boek dus ik begon te lezen. [Nadat ik het boek van Anna drijver uit had, Marije daar wil ik nog met je over praten!] Ik begon gisteravond en gezien ik deze recensie vandaag schrijf, las ik het deze namiddag uit.
Het verhaal gaat niet over Jackie Fontanel, zoals de titel misschien kan impliceren, al is hij wel de rode draad in het verhaal. Volgens mij noemt Kasper zijn boek zelf een reis, en ik kan je vertellen het is best een wonderlijke reis. [ha, ik typte het en toen bedacht ik me dat dat ook in de titel zit]
Het gaat over Klaas die van zijn opa, die altijd op de Holland-Amerika lijn voer, altijd verhalen hoorde over ene Jackie Fontanel. Wacht, laat ik even de samenvatting op het boek overschrijven.
Klaas leeft in het goede lichaam maar in de verkeerde tijd. Zo voelt het tenminste al jaren. Zijn avontuurlijke opa vaart in de roaring twenties mee op de Holland-Amerika Lijn. In New York raakt deze scheepsjongen verslingerd aan de opzwepende nieuwe wereld van jazz, dans en vaudeville.
Een halve eeuw later verhaalt hij zijn kleinzoon van een zekere Jackie Fontanel. Een sprookjesachtige legende. Na de dood van zijn grootvader - zijn beste vriend en grootste voorbeeld - probeert Klaas zijn opa's savoir-vivre te doorgronden. Hij trekt zijn sporen na en doet verbijsterende ontdekkingen.
Ik weet niet wat het precies is wat me zo aanspreekt in het boek, daarvoor moeten jullie het zelf maar lezen. Het leuke aan dit boek is dat er dus ook een theatervoorstelling bij is gemaakt om het boek te versterken. Ik heb die niet gezien maar ik wil dat zeker nog gaan doen.
Ik vond het een geweldig boek, inspirerend zou ik zelfs zeggen. Daarnaast komen er veel leuke oude muzikale verwijzingen in voor en ik geef het daarom ook 5 sterren.
wauw wat een lang verhaal sorry.
joe
Van wie: Kasper van Kooten
Waarom: Ik kreeg het van sinterklaas
De echte?: Nee mijn tante maar ssht
Oke ik weet dat we ooit, zo'n 30 weken geleden, afspraken dat we geen recensies zouden schrijven, maar ik dacht dit is een boek dus dat mag vast wel. En dit is in de recensiekoning na-aper stijl dus dat maakt het lame maar voor mij heel erg leuk dus jullie moeten er maar mee leren leven.
Goed, om maar bij het begin te beginnen; een aantal weken geleden moest ik het altijd verdoemde verlanglijstje opsturen, en bij gebrek aan inspiratie vroeg ik om een boek. Zomaar een boek, het liefst van een Nederlandse schrijver. Mijn tante stond in een boekenwinkel op zoek naar een boek voor mij, zag een advertentie waar op stond: om half 4 komt Kasper van Kooten signeren. Op dat moment was het 20 over 3 dus zo geschiede.
Vooraan in de rij stond mijn Tante te wachten en ze was de eerste die een krabbel kreeg, voor mij, en daarbij ook twee kaartjes voor de voorstelling die bij dit boek hoort. [die waren weggelegd voor de eerste 4 in de rij] Omdat mijn moeder zo blij was dat ik eindelijk eens thuis was nam mijn tante me niet mee naar de voorstelling. in plaats daarvan ging ze met haar man, mijn oom, en gek genoeg leek de voorstelling heel erg op dingen uit hun eigen leven, maar goed ik dwaal af.
Ik kreeg het boek, was erg blij al moet ik bekennen dat ik niet zo veel wist van Kasper van Kooten. Een boek is een boek dus ik begon te lezen. [Nadat ik het boek van Anna drijver uit had, Marije daar wil ik nog met je over praten!] Ik begon gisteravond en gezien ik deze recensie vandaag schrijf, las ik het deze namiddag uit.
Het verhaal gaat niet over Jackie Fontanel, zoals de titel misschien kan impliceren, al is hij wel de rode draad in het verhaal. Volgens mij noemt Kasper zijn boek zelf een reis, en ik kan je vertellen het is best een wonderlijke reis. [ha, ik typte het en toen bedacht ik me dat dat ook in de titel zit]
Het gaat over Klaas die van zijn opa, die altijd op de Holland-Amerika lijn voer, altijd verhalen hoorde over ene Jackie Fontanel. Wacht, laat ik even de samenvatting op het boek overschrijven.
Klaas leeft in het goede lichaam maar in de verkeerde tijd. Zo voelt het tenminste al jaren. Zijn avontuurlijke opa vaart in de roaring twenties mee op de Holland-Amerika Lijn. In New York raakt deze scheepsjongen verslingerd aan de opzwepende nieuwe wereld van jazz, dans en vaudeville.
Een halve eeuw later verhaalt hij zijn kleinzoon van een zekere Jackie Fontanel. Een sprookjesachtige legende. Na de dood van zijn grootvader - zijn beste vriend en grootste voorbeeld - probeert Klaas zijn opa's savoir-vivre te doorgronden. Hij trekt zijn sporen na en doet verbijsterende ontdekkingen.
Ik weet niet wat het precies is wat me zo aanspreekt in het boek, daarvoor moeten jullie het zelf maar lezen. Het leuke aan dit boek is dat er dus ook een theatervoorstelling bij is gemaakt om het boek te versterken. Ik heb die niet gezien maar ik wil dat zeker nog gaan doen.
Ik vond het een geweldig boek, inspirerend zou ik zelfs zeggen. Daarnaast komen er veel leuke oude muzikale verwijzingen in voor en ik geef het daarom ook 5 sterren.
wauw wat een lang verhaal sorry.
joe
vrijdag 2 december 2011
Een Sam en Nick Collaboration
Er was eens een jongen. Hij heette Nick. Ik vind hem wel een stekeltjes persoon. Dan was er ook nog een meisje. Ze heette Sam. Ik vind haar wel een roodharig persoon.
Nick en Sam woonden samen. In een prachtig huis. Ik dacht altijd dat het huis in Amsterdam stond, maar ik weet niet hoe anderen daar over denken. Het was wel altijd heel modern in mijn hoofd. Het huis.
Het is wel leuk hoe het in ieders hoofd toch weer anders is.
Het eerste wat in me op komt, zijn flamingo's, als ik denk aan het huis.
Gek, als ik aan het huis denk, denk ik aan.. ehm.. een hele grote tuin met heel veel bomen. In mijn hoofd was de tuin echt oneindig. In mijn hoofd ook.
In mijn hoofd, dat klinkt wel gek he, alsof het in je hoofd zit. Dat is het ook want het bestaat niet echt. Maar het klinkt alsof het echt in je hoofd gebouwd is. Een tuin in je hoofd. [niet in je hart dat is stom]
Met bomen die tot de hemel groeiden en ik wou dat ik er in kon klimmen en alles kon bekijken. Ik zou wel eens in het huis zelf willen lopen. En dat iedereen daar dan ook echt was.
THE END
Nick en Sam woonden samen. In een prachtig huis. Ik dacht altijd dat het huis in Amsterdam stond, maar ik weet niet hoe anderen daar over denken. Het was wel altijd heel modern in mijn hoofd. Het huis.
Het is wel leuk hoe het in ieders hoofd toch weer anders is.
Het eerste wat in me op komt, zijn flamingo's, als ik denk aan het huis.
Gek, als ik aan het huis denk, denk ik aan.. ehm.. een hele grote tuin met heel veel bomen. In mijn hoofd was de tuin echt oneindig. In mijn hoofd ook.
In mijn hoofd, dat klinkt wel gek he, alsof het in je hoofd zit. Dat is het ook want het bestaat niet echt. Maar het klinkt alsof het echt in je hoofd gebouwd is. Een tuin in je hoofd. [niet in je hart dat is stom]
Met bomen die tot de hemel groeiden en ik wou dat ik er in kon klimmen en alles kon bekijken. Ik zou wel eens in het huis zelf willen lopen. En dat iedereen daar dan ook echt was.
THE END
woensdag 23 november 2011
echt woorden die ik ooit schreef en echt nooit meer ga gebruiken
Een schok van herkenning ging door me heen toen ze de bus in stapte. Met haar glipten wat zonnestraaltjes de bus in en was ik even te verblind om mijn vermoedens te bevestigen. Ik had de stille hoop dat ze het misschien niet was, maar ik wist het eigenlijk wel zeker. Ik zou haar uit duizenden herkennen, ondanks die lange tijd dat ik haar niet gezien had. Ondanks het feit dat ze zo was veranderd.
Ze praatte even met de chauffeur en lachte toen. Daarna draaide ze zich om en de wereld leek een fractie van een seconde stil te staan. Mijn hart maakte een sprongetje. Ze had nog steeds dezelfde uitdrukking op haar gezicht. Vrolijk en lief, maar als je iets langer keek ook pijn en weggestopte gevoelens. Ik had nooit gedacht dat ik haar weer zou zien. Eerlijk gezegd had ik al heel lang niet aan haar gedacht, maar ik was haar nooit vergeten. Ik was gewoon vergeten om aan haar te denken.
“Vind je ook niet?” mijn blik volgde haar terwijl ze gracieus op een stoel bij het raam neerstreek. “Hé man waar zit jij met je gedachten?” Het was de jongen die een paar minuten geleden naast me was komen zitten en meteen was gaan ratelen. Ongeveer op dat moment was zij binnengekomen, dus veel had ik er niet van meegekregen.
“Oh, sorry.. Ik heb het geloof ik niet helemaal gevolgd.” “Sex pistols! Beste band ooit!” De jongen met zijn springerige bruine krullen had niet helemaal door dat ik totaal geen interesse had. “Ehm, persoonlijk ben ik meer van de Beatles.” Hij keek alsof hij een rolberoerte kreeg, alhoewel ik moest toegeven dat ik niet zo goed wist hoe een rolberoerte eruit zag. Als hij er nou een kreeg dan was dat misschien wel mooi meegenomen, wist ik het voor de volgende keer. “Die kouwe kak? Kom op man daar zit toch geen pit in! Een liedje wordt pas goed als je al je energie er in kwijt kunt….” En hij ratelde maar door met ongekende snelheid. Ondertussen gleden mijn blik en gedachten weer terug naar haar. Er was een ander meisje naast haar gaan zitten maar ze bleken geen van beide de behoefte te hebben hun muzikale voorkeur aan elkaar op te dringen. Ze keek naar buiten. Ik kon haar gezicht niet zien maar ik durfde te wedden dat ze met half dichtgeknepen ogen de wereld bestudeerde. Ik wist nu zeker dat ze het was.
“Ik snap helemaal waarom jij de Beatles boven echte muziek verkiest. Je bent een dromer, dat past daar wel bij.” Hij had door dat ik niet naar hem luisterde. “Hee, ik mag jou wel. Ik ben Paul.” Ik keek opzij naar de oprechte glimlach rond de mond van Paul. Ik schudde zijn uitgestoken hand. “Ik heb geloof ik nog nooit iemand ontmoet die een hekel heeft aan de Beatles. Arthur.” Ongemerkt ging mijn blik terug naar Merlijn. Ze haalde een hand door haar haar. “Ik ben altijd al wat apart geweest, en ik ben drummer, die houden van meer pit.” Beantwoordde Paul, ook al had ik het niet als vraag bedoelt. De bus zette zich in beweging en ze schokte een beetje heen en weer. “En vertel mij nou maar eens wat er zo interessant is aan dat blonde meisje daar.”
Ze praatte even met de chauffeur en lachte toen. Daarna draaide ze zich om en de wereld leek een fractie van een seconde stil te staan. Mijn hart maakte een sprongetje. Ze had nog steeds dezelfde uitdrukking op haar gezicht. Vrolijk en lief, maar als je iets langer keek ook pijn en weggestopte gevoelens. Ik had nooit gedacht dat ik haar weer zou zien. Eerlijk gezegd had ik al heel lang niet aan haar gedacht, maar ik was haar nooit vergeten. Ik was gewoon vergeten om aan haar te denken.
“Vind je ook niet?” mijn blik volgde haar terwijl ze gracieus op een stoel bij het raam neerstreek. “Hé man waar zit jij met je gedachten?” Het was de jongen die een paar minuten geleden naast me was komen zitten en meteen was gaan ratelen. Ongeveer op dat moment was zij binnengekomen, dus veel had ik er niet van meegekregen.
“Oh, sorry.. Ik heb het geloof ik niet helemaal gevolgd.” “Sex pistols! Beste band ooit!” De jongen met zijn springerige bruine krullen had niet helemaal door dat ik totaal geen interesse had. “Ehm, persoonlijk ben ik meer van de Beatles.” Hij keek alsof hij een rolberoerte kreeg, alhoewel ik moest toegeven dat ik niet zo goed wist hoe een rolberoerte eruit zag. Als hij er nou een kreeg dan was dat misschien wel mooi meegenomen, wist ik het voor de volgende keer. “Die kouwe kak? Kom op man daar zit toch geen pit in! Een liedje wordt pas goed als je al je energie er in kwijt kunt….” En hij ratelde maar door met ongekende snelheid. Ondertussen gleden mijn blik en gedachten weer terug naar haar. Er was een ander meisje naast haar gaan zitten maar ze bleken geen van beide de behoefte te hebben hun muzikale voorkeur aan elkaar op te dringen. Ze keek naar buiten. Ik kon haar gezicht niet zien maar ik durfde te wedden dat ze met half dichtgeknepen ogen de wereld bestudeerde. Ik wist nu zeker dat ze het was.
“Ik snap helemaal waarom jij de Beatles boven echte muziek verkiest. Je bent een dromer, dat past daar wel bij.” Hij had door dat ik niet naar hem luisterde. “Hee, ik mag jou wel. Ik ben Paul.” Ik keek opzij naar de oprechte glimlach rond de mond van Paul. Ik schudde zijn uitgestoken hand. “Ik heb geloof ik nog nooit iemand ontmoet die een hekel heeft aan de Beatles. Arthur.” Ongemerkt ging mijn blik terug naar Merlijn. Ze haalde een hand door haar haar. “Ik ben altijd al wat apart geweest, en ik ben drummer, die houden van meer pit.” Beantwoordde Paul, ook al had ik het niet als vraag bedoelt. De bus zette zich in beweging en ze schokte een beetje heen en weer. “En vertel mij nou maar eens wat er zo interessant is aan dat blonde meisje daar.”
en hai ga dit maar kijken:
http://www.youtube.com/ watch?v=opMf4NZmO6M&feature=rel ated
donderdag 17 november 2011
Hoeveel zou een ticket kosten. Een ticket naar zomaar overal.
En dan lopen tot je ergens de zon ziet ie je herkent maar die toch zo anders voelt dan alle andere keren dat je de zon zag. Misschien is de zon daar wel koud. Misschien wel warmer dan ooit. Maar dat zul je allemaal wel zien.
En je lacht naar iedereen die je tegenkomt en soms lacht iemand terug. Er is nog zoveel liefde over in de wereld die niemand ooit gebruiken zal.
Soms doe je dingen die je altijd al deed en soms compleet nieuwe. Of oude dingen die compleet nieuw voelen. Hoe groot is de kans dat je iemand tegen zal komen die je al kent. Hoe groot is de kans dat je iemand tegenkomt die je ooit kennen zal. En hoe groot is de kans dat het laatste restje drinken in de fles precies je hele glas zal vullen.
Misschien verschijn je in foto's van mensen die je niet kent. Zomaar op de achtergrond. En misschien kom je ooit die foto's tegen.
De antwoorden zitten verstopt in volgende week. Volgende maand of over drie jaar. Behalve als je ze niet gaat onderzoeken. Behalve als je de vragen niet ontdekt. Dus hoeveel zou een ticket kosten. Een ticket naar zomaar overal.
Misschien ga ik wel morgen.
En dan lopen tot je ergens de zon ziet ie je herkent maar die toch zo anders voelt dan alle andere keren dat je de zon zag. Misschien is de zon daar wel koud. Misschien wel warmer dan ooit. Maar dat zul je allemaal wel zien.
En je lacht naar iedereen die je tegenkomt en soms lacht iemand terug. Er is nog zoveel liefde over in de wereld die niemand ooit gebruiken zal.
Soms doe je dingen die je altijd al deed en soms compleet nieuwe. Of oude dingen die compleet nieuw voelen. Hoe groot is de kans dat je iemand tegen zal komen die je al kent. Hoe groot is de kans dat je iemand tegenkomt die je ooit kennen zal. En hoe groot is de kans dat het laatste restje drinken in de fles precies je hele glas zal vullen.
Misschien verschijn je in foto's van mensen die je niet kent. Zomaar op de achtergrond. En misschien kom je ooit die foto's tegen.
De antwoorden zitten verstopt in volgende week. Volgende maand of over drie jaar. Behalve als je ze niet gaat onderzoeken. Behalve als je de vragen niet ontdekt. Dus hoeveel zou een ticket kosten. Een ticket naar zomaar overal.
Misschien ga ik wel morgen.
donderdag 10 november 2011
De groeten aan de wolken
Zeventien uur en drieëntwintig minuten, perron zeven A. Herhaaldelijk dreunde ik het zinnetje op in mijn hoofd. Ik mocht het niet vergeten, het zou voor een ramp zorgen. Wereldrampen, misschien zelfs wel.
En van wereldrampen hield niemand.
‘Als je gaat, echt gaat bedoel ik, kun je dan de tijd voor mij met je meenemen? Het lijkt me zo heerlijk om eens zonder tijd te leven.’ Het waren fluisterende woorden geweest, in een zachte lentenacht. Misschien was het wel de eerste nacht waar ik echt van gehouden had.
Niet aan denken, en al helemaal niet nu. Zeventien uur en drieëntwintig minuten, perron zeven A. Het was al bijna zover. Nog nooit had ik iets zo vaak opgedreund in mijn hoofd, ook niet de formules voor mijn examen van wiskunde of het telefoonnummer van een belangrijk persoon. Niets en nooit.
‘En doe ook de groeten aan de wolken,’ was wat hij lachend had gezegd voordat hij de deur sloot. Ik had buiten gestaan, naast mijn fiets. Op dat moment stond ik net voorover gebogen om mijn fietssleutel in het slot te steken en ik had verbaasd weer opgekeken nadat hij zijn woorden uitgesproken had. Ik wist wat hij bedoeld had, maar alles was nog te vroeg. Ik wist niet waarom hij gelachen had. Hijzelf wist het waarschijnlijk ook niet. bedacht ik toen ik de tranen over zijn wangen herinnerde.
Stoppen met nadenken. Zeventien uur en drieëntwintig minuten, perron zeven A. Ik versnelde mijn pas en liet me leiden door de mensenmassa zoals een vis dat deed door de harde golven in een herfstwind.
Herfst was het niet. Herfst zou het nooit meer worden. Niet hier tenminste. Hier was het altijd hetzelfde. Bijna alsof ik, in plaats van de tijd met me mee te nemen, hem juist achter me gelaten had. Terug naar de tijd, ging ik. En eenmaal daar aangekomen zou het zijn alsof ik nooit weggeweest was. Alles zou zijn zoals vroeger, in ’t begin. Aan het eind? Het einde van het begin, laten we het daarop houden
En van wereldrampen hield niemand.
‘Als je gaat, echt gaat bedoel ik, kun je dan de tijd voor mij met je meenemen? Het lijkt me zo heerlijk om eens zonder tijd te leven.’ Het waren fluisterende woorden geweest, in een zachte lentenacht. Misschien was het wel de eerste nacht waar ik echt van gehouden had.
Niet aan denken, en al helemaal niet nu. Zeventien uur en drieëntwintig minuten, perron zeven A. Het was al bijna zover. Nog nooit had ik iets zo vaak opgedreund in mijn hoofd, ook niet de formules voor mijn examen van wiskunde of het telefoonnummer van een belangrijk persoon. Niets en nooit.
‘En doe ook de groeten aan de wolken,’ was wat hij lachend had gezegd voordat hij de deur sloot. Ik had buiten gestaan, naast mijn fiets. Op dat moment stond ik net voorover gebogen om mijn fietssleutel in het slot te steken en ik had verbaasd weer opgekeken nadat hij zijn woorden uitgesproken had. Ik wist wat hij bedoeld had, maar alles was nog te vroeg. Ik wist niet waarom hij gelachen had. Hijzelf wist het waarschijnlijk ook niet. bedacht ik toen ik de tranen over zijn wangen herinnerde.
Stoppen met nadenken. Zeventien uur en drieëntwintig minuten, perron zeven A. Ik versnelde mijn pas en liet me leiden door de mensenmassa zoals een vis dat deed door de harde golven in een herfstwind.
Herfst was het niet. Herfst zou het nooit meer worden. Niet hier tenminste. Hier was het altijd hetzelfde. Bijna alsof ik, in plaats van de tijd met me mee te nemen, hem juist achter me gelaten had. Terug naar de tijd, ging ik. En eenmaal daar aangekomen zou het zijn alsof ik nooit weggeweest was. Alles zou zijn zoals vroeger, in ’t begin. Aan het eind? Het einde van het begin, laten we het daarop houden
Zeventien uur en tweeëndertig minuten, perron zeven A. Nooit zal die combinatie van letters en cijfers nog ooit zoveel betekenis hebben. Of was het drieëntwintig? Tweeëndertig? Paniek. Net dat ene wat niet vergeten mocht worden is verdwenen in het zwarte gat van mijn gedachten. Story of my life zou ik bijna zeggen. Over het algemeen was ik een fan van ironie, maar in dit geval kon het me niet bekoren. Niet dat ik er op het moment in kwestie ook maar enige aandacht aan besteedde. Ik had het te druk met paniek raken. Tot ik bedacht: Als ik er gewoon om zeventien uur en drieëntwintig minuten sta, merk ik vanzelf of hij dan komt. Zo niet, wacht ik tot de tweeëndertig. Briljant.
Totdat ik bedacht: Misschien heb ik me wel vergist, en was het helemaal niet drieëntwintig of tweeëndertig, maar twaalf –NIETAANDENKEN-. Dat laatste beetje zekerheid, de houvast die ik had, zou ik niet verliezen. Dat je als je op zoek gaat naar jezelf zo goed moet oppassen om jezelf niet kwijt te raken had niemand mij verteld. Misschien wilde ik mezelf helemaal niet vinden. Misschien wilde ik juist dat de rest van de wereld zou merken hoe het is om mij kwijt te zijn.
Struikelen en op tijd zijn ging niet goed met elkaar samen. Zeventien uur en vierentwintig minuten. Toen stond ik er. Misschien was ik nu te laat. Het kon nog tweeëndertig zijn. Ik zette al mijn hoop en leven op zeventien uur en tweeëndertig minuten. Perron zeven A was al bezaaid met mensen. Onbekende hoofden en onbekende levens.
Het was drieëntwintig geweest. En ik was mooi te laat. De mensenmassa werd steeds minder. Nog minder. Een enkele verdwaalde ziel en een paar vogels en verder was er helemaal niemand. Al helemaal niet hij. Al helemaal niemand om de wolken mee te delen. En toen steeg ik op. Misschien alleen in gedachten maar misschien ook wel helemaal. Toen ik de wolken zag wilde ik wel groeten maar ik kreeg het mijn mond niet uit. En ik hoopte dat hij er was maar hij was ook niet boven de wolken. Zeventien uur en drieëntwintig minuten. Dat zou het nooit meer worden. Niet die dag met die tijd. En alle kansen waren voor altijd verkeken. En ik was vergeten zonder dat mensen hadden beseft dat ik kwijt was geraakt.
Het was drieëntwintig geweest. En ik was mooi te laat. De mensenmassa werd steeds minder. Nog minder. Een enkele verdwaalde ziel en een paar vogels en verder was er helemaal niemand. Al helemaal niet hij. Al helemaal niemand om de wolken mee te delen. En toen steeg ik op. Misschien alleen in gedachten maar misschien ook wel helemaal. Toen ik de wolken zag wilde ik wel groeten maar ik kreeg het mijn mond niet uit. En ik hoopte dat hij er was maar hij was ook niet boven de wolken. Zeventien uur en drieëntwintig minuten. Dat zou het nooit meer worden. Niet die dag met die tijd. En alle kansen waren voor altijd verkeken. En ik was vergeten zonder dat mensen hadden beseft dat ik kwijt was geraakt.
donderdag 3 november 2011
Gisteren nog was alles zoals het hoorde te zijn. Eergisteren niet, en vandaag ook niet. Misschien kwamen dat soort dingen om de dag. Ze wilde altijd dingen op de verkeerde momenten. Een foto maken van de bomen als ze in brand leken te staan door de herfstzon, als het nacht was. Sterren tellen als de nacht al uren niet meer nacht was.
Ze zette een loper drie zwarte hokjes verder op het schaakbord en gaf het door aan haar tegenstander die zich heel ergens anders bevond. Zo zat ze daar in alle eenzaamheid van de wereld in haar kamer. Een schaakbord voor zich op tafel uitgestald alsof ze tegen zichzelf speelde. Iedereen die haar zou kunnen zien zou haar bestempelen als op zijn minst een beetje gek.
Ze hoorde ergens een geluid alsof water kookte en meteen daarna het geluid van een ambulance maar ze kon zich niet voorstellen dat deze twee dingen een verband vormden. Ook hoorde ze zacht kloppen op haar deur maar dat kon nooit voor haar bedoeld zijn.
Er werd een paard van het bord geveegd en ze werd schaak gezet. Nog niet schaakmat, ze had nog nooit verloren. Niet in dit spel. Hooguit een of twee keer. Of drie. Ach zulke dingen hoorde je ook niet te tellen.
Ze was aan de verliezende hand en kon niet tegen frustraties dus gooide ze theekopjes stuk tegen de muur.
Ze hechtte niet zo veel waarde aan theekopjes dat was haar geluk.
Er werd harder op haar deur geklopt maar niemand had haar gevraagd of ze dat wilde.
En niemand had bedacht dat gisteren nog alles hetzelfde was en vandaag niet meer. En de mensen maar denken dat ze zomaar hetzelfde konden doen als anders.
en een bootje zonk op zee
einde.
en vannacht knipte ik mijn haar er af want dat was leuk
woensdag 26 oktober 2011
De ontdekking van het eilandje
Door de gouden herfstzon die alle bomen in vuur veranderde werd ze naar buiten gelokt. Ze bewandelde een weg die ze al zo vaak bewandeld had dus besloot ze in plaats van na de brug naar het park te lopen de weg naar links te nemen. Onder een boog van bomen liep ze naar het onbekende. Langs huizen die woonden op het water liep ze langs de linkerkant van de weg. Ze hield van lopen en fietsen aan de linkerkant van de weg. Waarschijnlijk als protest tegen de mensen die haar vroeger rechts hadden leren schrijven terwijl ze eigenlijk links was. Ze liet haar vingers dansen op de reling van een klein bruggetje die ze over moest. Ze besloot dat ze pas naar huis terug mocht als ze zes bruggen was gepasseerd. Waarom ze precies het getal zes koos wist ze niet maar met het bruggetje achter haar, en de brug die ze aan het begin van haar wandeling over was gelopen had ze er twee gehad. Vier te gaan.
De huizen op het water waren wonderlijk. Dorien en Michiel hadden een plat dak waar stoelen op stonden. Ze zag zichzelf liggen op het dak, kijkend naar de sterren, luisterend naar het ruisen van de bomen. Ze zette 'wonen in een huis op het water' bovenaan haar lijstje van dingen die ze nog wilde in haar leven.
Haar vingers dansten over het derde brugje. Nu stond ze aan de andere kant van het water en liep ze langs de andere kant van de waterhuizen terug. Na het vierde brugje liep ze langs een rij enorme bomen. Hun takken waren zo dik en laag dat ze er met een beetje moeite wel in zou kunnen klimmen. Als het niet midden in een drukke straat was, had ze het gedaan.
Het vijfde brugje bracht haar terug naar de weg waar ze vandaan kwam. De zesde zou de brug zijn waar ze al over was gelopen. Midden op de laatste brug bleef ze staan. Ze wilde nog niet terug naar huis. Ze staarde over het water en toen zag ze hem. Een perfect rond oppervlak een stukje van de kant, in het water. Om haar nieuwsgierigheid te bevredigen liep ze de brug af, naar het ronde eilandje. Tussen het eilandje en het heuveltje waar ze op stond, was een droog stuk in het water. Ze sprong, en klom toen het eilandje op. Hier waren eerder mensen geweest. Paden worden paden door er op te lopen. Er groeiden bomen op het eilandje. Een boom groeide scheef zodat ze er makkelijk op kon klimmen. Ze ging zitten en bungelde met haar voeten boven het water. Door de bladeren zag ze de mensen die op deze mooie herfstavond met haar de buitenlucht hadden gezocht, maar ze konden haar niet zien. In haar geheime wereld bestudeerde ze iedereen die haar gezichtsveld kruiste. Toen de gouden zon was verdwenen en het donker haar zicht belemmerde, stond ze op en vervolgde ze haar weg naar huis.
Ze wist dat ze het eilandje vaker zou bezoeken, al was het alleen om in alle eenzaamheid toch tussen de mensen te zijn. Misschien zou ze de volgende keer een boek mee nemen. Misschien zou ze ooit iemand meenemen die ze bijzonder genoeg vond om het mee te delen. Ze hoopte dat de gouden zon haar vaker naar ontdekkingen als deze zou leiden.
De huizen op het water waren wonderlijk. Dorien en Michiel hadden een plat dak waar stoelen op stonden. Ze zag zichzelf liggen op het dak, kijkend naar de sterren, luisterend naar het ruisen van de bomen. Ze zette 'wonen in een huis op het water' bovenaan haar lijstje van dingen die ze nog wilde in haar leven.
Haar vingers dansten over het derde brugje. Nu stond ze aan de andere kant van het water en liep ze langs de andere kant van de waterhuizen terug. Na het vierde brugje liep ze langs een rij enorme bomen. Hun takken waren zo dik en laag dat ze er met een beetje moeite wel in zou kunnen klimmen. Als het niet midden in een drukke straat was, had ze het gedaan.
Het vijfde brugje bracht haar terug naar de weg waar ze vandaan kwam. De zesde zou de brug zijn waar ze al over was gelopen. Midden op de laatste brug bleef ze staan. Ze wilde nog niet terug naar huis. Ze staarde over het water en toen zag ze hem. Een perfect rond oppervlak een stukje van de kant, in het water. Om haar nieuwsgierigheid te bevredigen liep ze de brug af, naar het ronde eilandje. Tussen het eilandje en het heuveltje waar ze op stond, was een droog stuk in het water. Ze sprong, en klom toen het eilandje op. Hier waren eerder mensen geweest. Paden worden paden door er op te lopen. Er groeiden bomen op het eilandje. Een boom groeide scheef zodat ze er makkelijk op kon klimmen. Ze ging zitten en bungelde met haar voeten boven het water. Door de bladeren zag ze de mensen die op deze mooie herfstavond met haar de buitenlucht hadden gezocht, maar ze konden haar niet zien. In haar geheime wereld bestudeerde ze iedereen die haar gezichtsveld kruiste. Toen de gouden zon was verdwenen en het donker haar zicht belemmerde, stond ze op en vervolgde ze haar weg naar huis.
Ze wist dat ze het eilandje vaker zou bezoeken, al was het alleen om in alle eenzaamheid toch tussen de mensen te zijn. Misschien zou ze de volgende keer een boek mee nemen. Misschien zou ze ooit iemand meenemen die ze bijzonder genoeg vond om het mee te delen. Ze hoopte dat de gouden zon haar vaker naar ontdekkingen als deze zou leiden.
woensdag 19 oktober 2011
Ik begin hier altijd veel te laat mee
Het leek zo vanzelfsprekend.
Net zo vanzelfsprekend als dat ze de woorden van haar lievelingsliedje kon dromen. Of als dat de dag na zondag altijd maandag is.
Het voelde zelfs alsof ze het al eens had bedacht. Dat alles zo zou lopen zoals het liep.
En ze vroeg zich af of het goed was om te weten wat er komen ging. Ze dacht van niet maar misschien ook wel, dan kon ze zich tenminste voorbereiden.
Twee weken, drie dagen, negen uren, zeventien minuten.
Al na een tijdje zag ze in dat alles anders liep ook al dacht ze dat het liep hoe ze dacht dat het lopen ging.
Misschien was dat omdat ze terugviel in oude gewoonten. Aantrekken en afstoten.
Om te veranderen probeerde ze nooit meer luisteren naar liedjes die ze al duizend keer geluisterd had. Nieuwe gevoelens ontdekken, nieuwe talen gaan spreken. Nieuwe boeken om te lezen en nieuwe mensen om in te geloven.
En alles werd nieuw, alles werd weer vanzelfsprekend.
hai mijn haar is groen en ik ben opsekop omdat dat de engheid van de foto verminderd. en ik heb geen rimpels nee ik trek mijn voorhoofd gewoon raar op. maar dat komt omdat ik raar ben, daar doe je verder niks aan.
Lama's
Net zo vanzelfsprekend als dat ze de woorden van haar lievelingsliedje kon dromen. Of als dat de dag na zondag altijd maandag is.
Het voelde zelfs alsof ze het al eens had bedacht. Dat alles zo zou lopen zoals het liep.
En ze vroeg zich af of het goed was om te weten wat er komen ging. Ze dacht van niet maar misschien ook wel, dan kon ze zich tenminste voorbereiden.
Twee weken, drie dagen, negen uren, zeventien minuten.
Al na een tijdje zag ze in dat alles anders liep ook al dacht ze dat het liep hoe ze dacht dat het lopen ging.
Misschien was dat omdat ze terugviel in oude gewoonten. Aantrekken en afstoten.
Om te veranderen probeerde ze nooit meer luisteren naar liedjes die ze al duizend keer geluisterd had. Nieuwe gevoelens ontdekken, nieuwe talen gaan spreken. Nieuwe boeken om te lezen en nieuwe mensen om in te geloven.
En alles werd nieuw, alles werd weer vanzelfsprekend.
woensdag 12 oktober 2011
Soms voel ik me een verdwaalde in de wereld om mij heen. Niet bijzonder, maar een kleine toevalligheid in het algemene. Lopend op de trappen van het station, mensen die me passeren alsof ze precies weten wat ze moeten doen. En ze lijken acteurs. alsof ze alles hebben ingestudeerd. Vrolijkheid en ongeluk.
En de regen klettert naar beneden en het enige wat ik wil doen is er in dansen. Ideeën uit geromantiseerde films. En iedereen is druk met zijn leven behalve ik. Alsof die van mij op stil staat, nog niet begonnen is. Of al voorbij, dat sluit ik ook niet uit.
Niemand lijkt bijzonder, niemand springt er uit. Misschien heb ik ontdekt waar het in het leven om draait. opgaan in het geheel.
ha ik had lekker geen zin om iets nieuws te schrijven dus daarom dit.
dit is mijn plaatje deze week:
:)
joe
woensdag 5 oktober 2011
Hallo vreemdeling
Ik leerde je naam toen de wind hem fluisterde,
Je stem weerklonk in het water van de zee.
En we liepen over duinen die nog niet bestonden,
de vogels die de lucht bewoonden hadden blijkbaar geen idee.
En het was geen spel, het was een wonder.
Toen de zon de dag verdronk in zee.
De weg liep over onuitgesproken woorden,
ik kon alleen maar alles hopen, en het leven gokte met me mee.
De nacht voelde als een nieuwe wereld,
de maan hing in een wolk van glas,
dromen vonden plotseling nieuwe harten,
alsof alles zomaar anders was.
sorry voor het cheesy rijmschema, ik kon er niks aan doen ik heb het echt geprobeerd.
deze foto maakte ik dus toen ik nog in noorwegen was. geen zin om een nieuwe te maken. Zo bracht ik de leukste dagen door.
Je stem weerklonk in het water van de zee.
En we liepen over duinen die nog niet bestonden,
de vogels die de lucht bewoonden hadden blijkbaar geen idee.
En het was geen spel, het was een wonder.
Toen de zon de dag verdronk in zee.
De weg liep over onuitgesproken woorden,
ik kon alleen maar alles hopen, en het leven gokte met me mee.
De nacht voelde als een nieuwe wereld,
de maan hing in een wolk van glas,
dromen vonden plotseling nieuwe harten,
alsof alles zomaar anders was.
woensdag 28 september 2011
Ik ben een bos en er lopen bomen door mij heen
Ze liep door het bos op de mooiste zomerse lentedag van het jaar. In de twijfelachtige eenzaamheid liep ze rondjes rond de bomen en luisterde ze naar de geluiden van de bewoners van de hoogte. De zon danste door de bladeren en het voelde alsof ze zich bevond in de mooiste film. Voor de kijkers die jaloers op hun stoelen zaten te kijken danste ze rondjes rond de bomen. Haar voeten lieten de neergedwarrelde takjes knappen, als een soort muziekje. Ze zocht elfjes in bladeren en kabouters onder paddenstoelen. Ze sloot niet uit dat die bestonden, ze bevond zich immers in een film. Plakplanten bevestigden zich aan haar kleding maar de wereld om haar heen was te bijzonder om ze op te merken. Takjes in haar haren gaven haar het uiterlijk van een verwilderde vreemdeling.
Na zeventienduizend rondjes om de bomen en talloze gesprekken met de elfjes liet ze zich vallen in de aarde. Omringt door alle wonderen van de wereld flitsten levensvragen door haar hoofd. Alleen de vragen, ze wilde niet de moeite nemen de antwoorden te bedenken.
De overweldigende schoonheid werd haar te veel en met haar ogen gesloten lag ze een te zijn met de natuur. De geluiden lieten haar denken dat ze niet meer bestond, een onzekerheid die ze liever uit de weg ging. Ze zong een liedje mee met de vogels en genoot van het geluid van haar bestaan.
Na zeventienduizend rondjes om de bomen en talloze gesprekken met de elfjes liet ze zich vallen in de aarde. Omringt door alle wonderen van de wereld flitsten levensvragen door haar hoofd. Alleen de vragen, ze wilde niet de moeite nemen de antwoorden te bedenken.
De overweldigende schoonheid werd haar te veel en met haar ogen gesloten lag ze een te zijn met de natuur. De geluiden lieten haar denken dat ze niet meer bestond, een onzekerheid die ze liever uit de weg ging. Ze zong een liedje mee met de vogels en genoot van het geluid van haar bestaan.
woensdag 21 september 2011
Ik heb een muur
Van wolken. oke onzin. [nu dan echt.]
Vanaf het moment dat ik aan het touwtje trok van het licht raakte ik in een trance. Met het licht uit, en met mijn zicht een zintuig afgesloten was het geluid van het kletterende water het enige waar ik me op concentreerde. Toen het water mijn huid raakte stond ook mijn zenuwstelsel op scherp. Met een draai aan het koude verhitte ik mijn huid. Zo warm als ik het verdragen kon liet ik het over me heen komen. En ik sloot mijn ogen ook al was dat niet echt nodig. Ik sloot de wereld af en alles kon de waarheid zijn. Als ik mijn ogen opende stond ik in een ander huis in een andere ruimte op een andere plek. En ik was iemand anders en het leven moest nog beginnen.
Maar ik opende mijn ogen en de illusie vloog voorbij. Zelfs in het donker herkende ik de vage lijnen. Mijn hand vond de knop die de warmte regelde. Ik liet het warme water wegvloeien en liet het koude weer toe. Kouder en kouder. Niet zo koud als ik het verdragen kon want dat kon bijna niemand. En in die kou stond ik een tijdje tot ik de wereld weer terugvond en mijn handen vonden het licht die me toonden dat ik echt nog in dezelfde kamer was die alleen een beetje was veranderd door de wolken van de damp die ik gecreëerd had met de warmte.
nou dat dus. doe het er maar mee
ik begin vandaag met een foto. zoals iedereen vanaf nu moet doen goed, gewoon een webcam foto of iets anders wat daar op lijkt. hoeft niet eens per se van jezelf
ik ben een clowntje. dat daarachter is mijn Wall of Stuff. bedacht door charlie mcdonnel.
die lelijke kaarten zijn nu weg en er hangen mooie tekeningen bij. en ik verzamel nu pasfotos en mooie woorden en tekeningen dus ik wil graag van ieder van jullie een mooie tekening of geschreven verhaal en een pasfoto. dankuwel
Vanaf het moment dat ik aan het touwtje trok van het licht raakte ik in een trance. Met het licht uit, en met mijn zicht een zintuig afgesloten was het geluid van het kletterende water het enige waar ik me op concentreerde. Toen het water mijn huid raakte stond ook mijn zenuwstelsel op scherp. Met een draai aan het koude verhitte ik mijn huid. Zo warm als ik het verdragen kon liet ik het over me heen komen. En ik sloot mijn ogen ook al was dat niet echt nodig. Ik sloot de wereld af en alles kon de waarheid zijn. Als ik mijn ogen opende stond ik in een ander huis in een andere ruimte op een andere plek. En ik was iemand anders en het leven moest nog beginnen.
Maar ik opende mijn ogen en de illusie vloog voorbij. Zelfs in het donker herkende ik de vage lijnen. Mijn hand vond de knop die de warmte regelde. Ik liet het warme water wegvloeien en liet het koude weer toe. Kouder en kouder. Niet zo koud als ik het verdragen kon want dat kon bijna niemand. En in die kou stond ik een tijdje tot ik de wereld weer terugvond en mijn handen vonden het licht die me toonden dat ik echt nog in dezelfde kamer was die alleen een beetje was veranderd door de wolken van de damp die ik gecreëerd had met de warmte.
nou dat dus. doe het er maar mee
ik begin vandaag met een foto. zoals iedereen vanaf nu moet doen goed, gewoon een webcam foto of iets anders wat daar op lijkt. hoeft niet eens per se van jezelf
ik ben een clowntje. dat daarachter is mijn Wall of Stuff. bedacht door charlie mcdonnel.
die lelijke kaarten zijn nu weg en er hangen mooie tekeningen bij. en ik verzamel nu pasfotos en mooie woorden en tekeningen dus ik wil graag van ieder van jullie een mooie tekening of geschreven verhaal en een pasfoto. dankuwel
woensdag 14 september 2011
Dat. dus.
Ze vroeg zich af hoe het leven haar gebracht had naar de plek waar ze nu was. Lopend door de bergen naast een man die de jaren op zijn schouders droeg. Hij praatte zonder woorden en zij luisterde terug. Ze vroeg zich af hoe het leven de man had gebracht naar de plek waar hij nu was. Lopend naast een meisje die de jaren nog lang niet kon voelen maar wel dacht dat ze er hingen. Toen ze over een smal paadje over een beekje moesten wenste ze dat de man niet zou vallen. Als er iets was waar ze niet van hield was het van mensen die vallen. Maar hij viel niet. Zijn balans was nog in perfecte staat. Er was niet echt iets wat ze kon bedenken wat niet in perfecte staat was. Behalve misschien zijn emoties. Sinds hun reis begonnen was had de man al zeventien keer tranen over zijn wangen laten vloeien. Misschien omdat hij besefte dat hij alles voor de laatste keer zou zien. Behalve als ze op de terugweg precies dezelfde route namen, maar dat was vrijwel onmogelijk.
Koud water stroomde als een waterval over haar heen. Niet gek, te bedenken dat het een waterval was die het water naar beneden liet vallen. Ze sloot haar ogen en genoot van het hamerende gevoel op haar hoofd. Toen ze de wereld weer toeliet zag ze dat de man hetzelfde deed. Met zijn handen voor zijn ogen. Misschien huilde hij. Het leek haar niet onwaarschijnlijk. Ze kon het niet zien vanwege de handen, en het stromende water. De man boog lichtjes zijn knieën en sprong. In de fractie van een seconden dat de man in de lucht zweefde zag ze de jaren van hem af vliegen. Alsof ze mee waren gestroomd met de waterval. Ze probeerde hetzelfde. Een sprong. Als ze ooit half zoveel kon leven als deze man zou ze gelukkig kunnen sterven.
Koud water stroomde als een waterval over haar heen. Niet gek, te bedenken dat het een waterval was die het water naar beneden liet vallen. Ze sloot haar ogen en genoot van het hamerende gevoel op haar hoofd. Toen ze de wereld weer toeliet zag ze dat de man hetzelfde deed. Met zijn handen voor zijn ogen. Misschien huilde hij. Het leek haar niet onwaarschijnlijk. Ze kon het niet zien vanwege de handen, en het stromende water. De man boog lichtjes zijn knieën en sprong. In de fractie van een seconden dat de man in de lucht zweefde zag ze de jaren van hem af vliegen. Alsof ze mee waren gestroomd met de waterval. Ze probeerde hetzelfde. Een sprong. Als ze ooit half zoveel kon leven als deze man zou ze gelukkig kunnen sterven.
woensdag 7 september 2011
Ik schrijf bijna nooit zulke dingen.
Als ik de geluiden van het leven mocht gebruiken voor heel even zou ik ze tekenen op een schilderij van wit en blauw. Met voorbij razende auto's en de wekker van mijn buurman of de regen die zachtjes op mijn wang viel als tranen die vergaten op te drogen. Het tikken van de klok kreeg ook een plekje in het blauwe en de kaarsjes die bewogen mochten meedoen in het wit. Of de mooie bruine ogen die me door het donker vonden en misschien wel in de stilte konden horen hoe mijn vingers de geluiden achtervolgden. Misschien een plekje in het midden kreeg dat kraakje in de stilte als je zachtjes in de nacht de kwade geesten wilt omzeilen. En het liedje die zijn klank nog niet kan vinden omdat de schrijver nog niet bedacht had dat hij zoveel mooi woorden kon verpakken in muziek. Maar ik vraag me af als ik de geluiden kon beschrijven met een zachte kleur op blauw en wit zouden ze dan niet vervagen en verdwijnen als de tijd ze weg zou nemen. Als de vonkjes die ik soms maakte als ik een vlammetje ontstak en die dan zomaar weer verdwenen en ik alleen kon denken aan waar ze zouden zijn gebleven.
Abonneren op:
Posts (Atom)





