Septembers woorden vlogen als stukjes geluk door het begin van de nacht. Het leken vogels met gouden vleugels, die binnen kwamen door mijn oren en zich daarna vast plantten in mijn hersens. Ze waren van plan om daar eeuwig te blijven zitten, vormden zichzelf gelijk om tot herinneringen die ik niet meer vergeten zou.
Het was donker buiten, het waaide en regende zachtjes. We hadden niets door. Waren teveel bezig met het ontdekken van de ander, het maken van landkaarten van gebieden die we nooit bezocht hadden maar ons nu langzaam bekend voor begonnen te komen.
Ik wist dat ik uren naar je had kunnen kijken, maar ik deed het niet.
En het leek mij best een goed idee om samen een tweepersoons hangmat te kopen en ons in slaap te laten wiegen door de nacht. Voor één keer maar. Alleen had ik geen idee hoe ik dat tegen jou moest zeggen, dus ik zweeg.
Ik wist niet waarom je zo opeens mijn leven binnen was komen wandelen, waarom je ervoor had gekozen tegen mij te gaan praten terwijl er duizend namen waren die je nog niet wist, waarom je zo keek als je kijken kon en waarom je chromosomen zo prachtig gecombineerd waren. Ik snapte er niet zoveel meer van.
Ik wist wel dat jij mij kon redden, maar ik wilde die nacht alles behalve gered worden.
Met wiebelende benen zat ik aan het einde van de nacht op het stenen muurtje voor het huis te kijken hoe jij langzaam opstapte en wegfietste. De takken van de bomen wiebelden met mij mee, waaiden heen en weer voor de donkere lucht.
Twee seconden had ik mijn ogen gesloten, wetend dat die paar tellen de wereld konden veranderen. Toen ik ze weer opende was je verdwenen, en ik wist dat het de laatste keer zou zijn geweest dat ik je zag.
Ik voelde me net een klein, verdwaald vogeltje.
donderdag 15 september 2011
Studentenleven.
Voor morgen: Hoofdstuk 2 bestuderen uit Psychological science. Dat zijn dik 40 pagina’s.
Voor overmorgen: Hoofdstuk 1 + 2 uit Wetenschapsfilosofie In De Context Van De Sociale Wetenschappen en Hoofdstuk 1 uit Understanding Research.
Morgenavond: Gezellig met groepje 6 (de floepgroep, toepasselijk genaamd) eten bij iemand thuis en daarna door naar het themabowlen! Gevolgd door, uiteraard, feest. Wat is het thema dan, vragen jullie je natuurlijk af. Nou: Disney. Dirty Disney om precies te zijn. Suggesties iemand? (kom maar niet met suggesties, tegen de tijd dat ik ze lees is het al veel te laat)
Oh en verder mag ik een paper schrijven over de rol van de biologische benadering binnen het behaviorisme en de cognitieve benadering.
Oh op het moment van schrijven (woensdagavond, morgen heb ik natuurlijk geen tijd) sta ik op het punt om naar een bandrepetitie te gaan. Die natuurlijk spoedig gevolgd wordt door een repetitie met band numero 2.
Verder hang ik in mijn tussenuren veel rond in de muziekwinkel in Utrecht. Mijn effectenpedaal heeft namelijk besloten mij na een jaar of 6 in de te laten (emotioneel moment…) en nu heb ik dus een nieuwe nodig. Oh en ik heb ook een nieuwe versterker nodig. En een nieuwe akoestische gitaar. En ik werk bijna niet, dus misschien ga ik wel een baan zoeken. Zouden ze mensen nodig hebben bij de muziekwinkel? En wanneer moet ik dat in hemelsnaam gaan doen…
woensdag 14 september 2011
Dat. dus.
Ze vroeg zich af hoe het leven haar gebracht had naar de plek waar ze nu was. Lopend door de bergen naast een man die de jaren op zijn schouders droeg. Hij praatte zonder woorden en zij luisterde terug. Ze vroeg zich af hoe het leven de man had gebracht naar de plek waar hij nu was. Lopend naast een meisje die de jaren nog lang niet kon voelen maar wel dacht dat ze er hingen. Toen ze over een smal paadje over een beekje moesten wenste ze dat de man niet zou vallen. Als er iets was waar ze niet van hield was het van mensen die vallen. Maar hij viel niet. Zijn balans was nog in perfecte staat. Er was niet echt iets wat ze kon bedenken wat niet in perfecte staat was. Behalve misschien zijn emoties. Sinds hun reis begonnen was had de man al zeventien keer tranen over zijn wangen laten vloeien. Misschien omdat hij besefte dat hij alles voor de laatste keer zou zien. Behalve als ze op de terugweg precies dezelfde route namen, maar dat was vrijwel onmogelijk.
Koud water stroomde als een waterval over haar heen. Niet gek, te bedenken dat het een waterval was die het water naar beneden liet vallen. Ze sloot haar ogen en genoot van het hamerende gevoel op haar hoofd. Toen ze de wereld weer toeliet zag ze dat de man hetzelfde deed. Met zijn handen voor zijn ogen. Misschien huilde hij. Het leek haar niet onwaarschijnlijk. Ze kon het niet zien vanwege de handen, en het stromende water. De man boog lichtjes zijn knieën en sprong. In de fractie van een seconden dat de man in de lucht zweefde zag ze de jaren van hem af vliegen. Alsof ze mee waren gestroomd met de waterval. Ze probeerde hetzelfde. Een sprong. Als ze ooit half zoveel kon leven als deze man zou ze gelukkig kunnen sterven.
Koud water stroomde als een waterval over haar heen. Niet gek, te bedenken dat het een waterval was die het water naar beneden liet vallen. Ze sloot haar ogen en genoot van het hamerende gevoel op haar hoofd. Toen ze de wereld weer toeliet zag ze dat de man hetzelfde deed. Met zijn handen voor zijn ogen. Misschien huilde hij. Het leek haar niet onwaarschijnlijk. Ze kon het niet zien vanwege de handen, en het stromende water. De man boog lichtjes zijn knieën en sprong. In de fractie van een seconden dat de man in de lucht zweefde zag ze de jaren van hem af vliegen. Alsof ze mee waren gestroomd met de waterval. Ze probeerde hetzelfde. Een sprong. Als ze ooit half zoveel kon leven als deze man zou ze gelukkig kunnen sterven.
Stoepje
Zaterdag zat ik op een stoepje.
Dit stoepje. Misschien wel het mooiste plek van Utrecht. Een stoepje, onder een boom, naast een werfkelder, aan de Oudegracht. Aan de over kant is een bordje dat ik niet kan lezen, want er staat een parasol voor. Er staat ta.....istro. Ik ben er nog niet uit wat daar nou eigenlijk staat.
Dit stoepje is mijn favoriete stoepje. Op dit stoepje zat ik ooit met een jongen met een rare uitspraak. We hadden het over eenden, onderwater gothic feestjes en het feit dat pissenbedden in Australië roleypoley’s heten. Dat is eigenlijk de enige reden dat dit mijn favoriete stoepje is, misschien wel omdat hij mijn favoriete jongen is. En roleypoley mijn favoriete woord.
Dit is ook het stoepje waar ik verantwoord kan hipsteren. Ik kan hier hipster koffie drinken, met hipster vriendjes, terwijl ik in een hipster notitieblokje hipster stukjes over hipster stoepjes schrijf. En dat terwijl er een raar hipster tasje naast me staat, en ik hipster schoentjes aan heb. Ik geef het toe, ik ben een hipster. Maar dat mag soms. Vandaag ben ik een hipster die een stukje schrijft. Een stukje over een stoepje.
Ik luister naar fijne deuntjes, en schop met mijn hipster schoentjes kleine steentjes de gracht in. Bergen 40+’ers die rosé drinken op hun sloepje, half lamme studenten op verening boten en een hockey team dat als uitje een waterfiets tochtje aan het maken is. Ik zat te wachten op het hipster bootje, maar die kwam niet. Iets wat ik best jammer vond, want een hipster boot lijkt me leuk. Dan zouden we met z’n allen speciaal bier en koffie drinken, soepstengels eten en luisteren naar hipster liedjes. Dan zouden we praten over bands waar niemand ooit van gehoord had, allstars en katten. En dan zou dit stoepje het opstap punt zijn, het is niet voor niets een hipster stoepje aan de gracht.
Ik kan er niks aan doen, het is nou eenmaal mijn favoriete stoepje. Ja, dit stoepje is een fijn stoepje. Vooral ten zeerste geschikt voor koffie dates met internet liefdes, want zodra je op dat stoepje zit ben je een hipster. En zodra je een hipster bent, mag alles. Zo ook mensen ten huwelijk vragen via internet. Ja.
Fijn stoepje.
Dit stoepje. Misschien wel het mooiste plek van Utrecht. Een stoepje, onder een boom, naast een werfkelder, aan de Oudegracht. Aan de over kant is een bordje dat ik niet kan lezen, want er staat een parasol voor. Er staat ta.....istro. Ik ben er nog niet uit wat daar nou eigenlijk staat.
Dit stoepje is mijn favoriete stoepje. Op dit stoepje zat ik ooit met een jongen met een rare uitspraak. We hadden het over eenden, onderwater gothic feestjes en het feit dat pissenbedden in Australië roleypoley’s heten. Dat is eigenlijk de enige reden dat dit mijn favoriete stoepje is, misschien wel omdat hij mijn favoriete jongen is. En roleypoley mijn favoriete woord.
Dit is ook het stoepje waar ik verantwoord kan hipsteren. Ik kan hier hipster koffie drinken, met hipster vriendjes, terwijl ik in een hipster notitieblokje hipster stukjes over hipster stoepjes schrijf. En dat terwijl er een raar hipster tasje naast me staat, en ik hipster schoentjes aan heb. Ik geef het toe, ik ben een hipster. Maar dat mag soms. Vandaag ben ik een hipster die een stukje schrijft. Een stukje over een stoepje.
Ik luister naar fijne deuntjes, en schop met mijn hipster schoentjes kleine steentjes de gracht in. Bergen 40+’ers die rosé drinken op hun sloepje, half lamme studenten op verening boten en een hockey team dat als uitje een waterfiets tochtje aan het maken is. Ik zat te wachten op het hipster bootje, maar die kwam niet. Iets wat ik best jammer vond, want een hipster boot lijkt me leuk. Dan zouden we met z’n allen speciaal bier en koffie drinken, soepstengels eten en luisteren naar hipster liedjes. Dan zouden we praten over bands waar niemand ooit van gehoord had, allstars en katten. En dan zou dit stoepje het opstap punt zijn, het is niet voor niets een hipster stoepje aan de gracht.
Ik kan er niks aan doen, het is nou eenmaal mijn favoriete stoepje. Ja, dit stoepje is een fijn stoepje. Vooral ten zeerste geschikt voor koffie dates met internet liefdes, want zodra je op dat stoepje zit ben je een hipster. En zodra je een hipster bent, mag alles. Zo ook mensen ten huwelijk vragen via internet. Ja.
Fijn stoepje.
dinsdag 13 september 2011
Tranenzee
Hij huilt de hele tijd.
Zelfs als zich geen tranen vormen, verraden zijn ogen de pijnlijke leegte van iemand die vanbinnen huilt. Ik wil hem helpen, maar hij laat me niet dichtbij komen. Huilen doet hij alleen, weggekropen in de kronkelende gangen van zijn gedachten. Hij slaapt met zijn rug naar me toe, als een muur van vlees die de wereld buiten sluit. Hij praat tegen me met nietszeggende woorden, in lege, holle zinnen. Vroeger klonk er liefde door alles wat hij zei. Nu praat hij tegen me omdat het moet. Nu is alles wat hij zegt vlak en zonder enige betekenis.
Het verdriet is zo intens, zo immens dat hij er in zwelgt, er blind in zwemt zoals hij 's nachts zou doen in een woeste zee. Hij zwemt op tegen de hoge golven en komt niet vooruit. Elke dag wordt hij verder naar beneden gezogen, de diepte in. Weg van de oppervlakte. Weg van het leven. Weg van mij. Hij klampt zich vast aan het verlies. Ik wil zijn hand beetpakken, samen zwemmen naar de veilige kust. Om zijn wonden te helen, zijn pijn te verzachten, hem te helpen erbovenop te komen.
Maar hij strekt zijn hand niet naar me uit. In plaats daarvan deinst hij terug; hij doet het liever alleen. Hij geeft mij namelijk de schuld. Hij geeft zichzelf de schuld. En hij geeft mij de schuld.
Ik geef mezelf ook de schuld. Het meest neem ik het mezelf kwalijk. Ik wil dat hij stopt met huilen, stopt met verdrietig zijn, stopt met rouwen met elk stukje van zijn ziel.
Ik raak hem kwijt, wat ik zo hard had proberen te voorkomen door te doen wat ik deed en door te zeggen wat ik zei. Ditmaal zou ik hem niet verliezen aan een ander levend wezen. Ik zou hem verliezen aan zichzelf. Ik zag het gewoon voor me: hij zou verdrinken in de tranenzee. Hij zou naar beneden worden getrokken in de kille, grijze diepte en zijn leven nooit meer op kunnen pakken.
En het enige wat ik kon doen was toekijken vanaf de kust.
Zelfs als zich geen tranen vormen, verraden zijn ogen de pijnlijke leegte van iemand die vanbinnen huilt. Ik wil hem helpen, maar hij laat me niet dichtbij komen. Huilen doet hij alleen, weggekropen in de kronkelende gangen van zijn gedachten. Hij slaapt met zijn rug naar me toe, als een muur van vlees die de wereld buiten sluit. Hij praat tegen me met nietszeggende woorden, in lege, holle zinnen. Vroeger klonk er liefde door alles wat hij zei. Nu praat hij tegen me omdat het moet. Nu is alles wat hij zegt vlak en zonder enige betekenis.
Het verdriet is zo intens, zo immens dat hij er in zwelgt, er blind in zwemt zoals hij 's nachts zou doen in een woeste zee. Hij zwemt op tegen de hoge golven en komt niet vooruit. Elke dag wordt hij verder naar beneden gezogen, de diepte in. Weg van de oppervlakte. Weg van het leven. Weg van mij. Hij klampt zich vast aan het verlies. Ik wil zijn hand beetpakken, samen zwemmen naar de veilige kust. Om zijn wonden te helen, zijn pijn te verzachten, hem te helpen erbovenop te komen.
Maar hij strekt zijn hand niet naar me uit. In plaats daarvan deinst hij terug; hij doet het liever alleen. Hij geeft mij namelijk de schuld. Hij geeft zichzelf de schuld. En hij geeft mij de schuld.
Ik geef mezelf ook de schuld. Het meest neem ik het mezelf kwalijk. Ik wil dat hij stopt met huilen, stopt met verdrietig zijn, stopt met rouwen met elk stukje van zijn ziel.
Ik raak hem kwijt, wat ik zo hard had proberen te voorkomen door te doen wat ik deed en door te zeggen wat ik zei. Ditmaal zou ik hem niet verliezen aan een ander levend wezen. Ik zou hem verliezen aan zichzelf. Ik zag het gewoon voor me: hij zou verdrinken in de tranenzee. Hij zou naar beneden worden getrokken in de kille, grijze diepte en zijn leven nooit meer op kunnen pakken.
En het enige wat ik kon doen was toekijken vanaf de kust.
maandag 12 september 2011
Het honderdste bericht op ehvtm! [aka, eenhandjevoltoffemensen]
Het meisje kijkt opgewekt wanneer de trein zijn vaart mindert. Ze paseert aan de linkerkant de vrouwengevangenis.
Ze kent een meisje die in die gevangenis zit.
Aan de rechterkant staat een gebouwtje waarvan ze de bestemming nooit helemaal heeft kunnen achterhalen, maar de lichten van de tennisvelden zijn fel en maken haar pupillen in elkaar duiken.
Station Zwolle. Buiten is het al donker en de wind is opgestoken. Toen ze in Akkrum op de trein stapte was het nog droog, maar nu valt er een vieze motregen. Het station is een bouwval met overal hopen zand en een loopbrug in plaats van een tunnel.
Ze kijkt in het kleine ici paris spiegeltje die ze op het kleine inklapbare tafeltje voor zich heeft gezet en maakt een paar plukken van haar blonde haar vast met een klipje.
Ze kent een meisje die in die gevangenis zit.
Aan de rechterkant staat een gebouwtje waarvan ze de bestemming nooit helemaal heeft kunnen achterhalen, maar de lichten van de tennisvelden zijn fel en maken haar pupillen in elkaar duiken.
Station Zwolle. Buiten is het al donker en de wind is opgestoken. Toen ze in Akkrum op de trein stapte was het nog droog, maar nu valt er een vieze motregen. Het station is een bouwval met overal hopen zand en een loopbrug in plaats van een tunnel.
Ze kijkt in het kleine ici paris spiegeltje die ze op het kleine inklapbare tafeltje voor zich heeft gezet en maakt een paar plukken van haar blonde haar vast met een klipje.
Het spiegeltje verdwijnt in haar bruine aktetas en de tas wordt om haar schouder geslingerd.
Ze staat op. Boos kijkt ze naar de jongens die haar ‘schatje’ noemen en ongegeneerd naar haar borsten staren. De jongens merken dat het meisje niet onder de indruk was van hun vertoning en schelden haar uit. Ineens is ze geen ‘schatje’ meer maar een ‘hoer’.
Het meisje verstaat het gescheld van de jongens niet meer. Ze heeft hem al gezien. Ze loopt door het gangpad en zoekt grip bij elke stoel die ze passeert. Door het raam heeft ze hem al zien staan bij de rookpaal vlakbij de brasserie ‘Op Tijd’.
De trein rolt een stukje door en stopt net voor de openbare toiletten waar voornamelijk Poolse mannen voor WC-juffrouw spelen. Ze falen aangezien een echte WC-juffrouw nooit in slaap zou vallen tijdens haar shift. De Poolse mannen doen dit wel.
Een mevrouw met bruin krullend haar en een lila rugzakje drukt op de knop waarna de verlossende hydraulische pompen de deuren van de trein openstuwen.
Ze stapt nu ook de trein uit en loopt naar de rookpaal. Hij draait zich om en ziet haar wanneer haar lippen een afstand van een paar centimeter van de zijne zijn. Hij glimlacht en ze lacht terug. Dan verdwijnt de lach van haar gezicht en staart ze enkele tellen in zijn ogen. Ook zijn lach verdwijnt als de trein die doorgaat met zijn reis. Hij kijkt een beetje geschrokken en trekt voorzichtig en vragend zijn wenkbrauwen op. Ze kust hem vol op de lippen.
Zo wordt je steeds ouder en ongelukkiger.
En weer zat ik op zondagavond niet op te letten. De dagen gaan de laatste tijd ook zo snel voorbij. Ik keek vanochtend net voor mijn college taalbeheersing wel heel even op deze internetpagina der internetpagina’s en zag een nieuw tof mens. Welkom nieuw tof mens! Hoe meer vreugd, hoe mee zielen.
Of andersom, kan ook.
Goed, dames en heren van het goede leven. Zitten we al een beetje in de wintersfeer? Ik wel namelijk, en ik kijk op dit moment Alles is liefde. Alstublieft:
“Als je jong bent geloof je alles. Van spinazie krijg je spierballen, je vader is de sterkste man van Nederland en Sinterklaas bestaat. Maar er komt een dag dat je naar de schoenen van de goedheiligman kijkt en denkt; ‘Wacht eens! Dit zijn de schoenen van mijn vader!’. Je vermoedde al zoiets maar nu dringt het pas echt tot je door. Het is onzin te geloven dat er in Spanje een man met een lange witte baard rond loopt, die één keer per jaar de stoomboot pakt om bij jou iets in je schoen te stoppen.
“En nog zoiets. Van spinazie krijg je geen spierballen. Nederland wordt nooit wereldkampioen. Jij trouwt niet met de juf.
“Zo wordt je ouder en steeds ongelukkiger. De enige momenten dat je je weer even voelt als toen zijn de momenten waarop je van iemand houdt. Echt van iemand houdt. Dan valt alles wat stom is of pijn doet even helemaal weg. Liefde is alles. En daar moeten we in blijven geloven. Dus wat nou als we gewoon met z’n allen zouden besluiten dat Sinterklaas bestaat. Dan weten we heus wel dat we die cadeautjes nog steeds zelf moeten kopen, maar het gaat meer om het idee. Dat we blijven geloven dat het nog altijd goed kan komen. Met ons. Met de liefde.
Want liefde is als Sinterklaas; je moet erin geloven, anders wordt het niks”.
- Alles is liefde
Ik kan met behoorlijk wat zekerheid zeggen dat dit één van de leukste stukjes tekst ooit is. Naar mijn mening dan. Ik moet wel eerlijk toegeven dat ik nooit vermoedde dat mijn ouders de cadeautjes kochten die ik in mijn schoen had ’s ochtends. Ik bleef altijd volhouden dat Sinterklaas wel echt bestond. Ik durfde ook absoluut niet ’s nachts naar beneden rond 5 december, doodsbang dat ik op de gang een Zwarte Piet of een paard tegen zou komen.
Ik vind het bijna beschamend om toe te geven, maar in groep vijf snapte ik niet waarom we surprises moesten maken.
“Omdat Sinterklaas niet bestaat”. Wát een onzin, waarom bleef iedereen dat zeggen?
Ik was dan ook zwaar down toen mijn moeder mij de waarheid vertelde. Ik voelde me wel een beetje stom, ook al heb ik dat nooit toegegeven aan de mensen die ik had afgesnauwd omdat ze bleven volhouden dat de Sint niet echt was.
Dit was het weer voor vandaag. Nog een stukje ziel dat je van mij krijgt. Ik geniet best van het weer trouwens. Ik kan niet wachten tot de bomen weer oranje zijn, als bewijs dat het wolvenseizoen weer begonnen is.
Welterusten!
zaterdag 10 september 2011
Wat ik dacht toen ik niet wist dat ik dacht
Ik weet niet meer wat ik wil of waarom ik dat wil en dat niet wil, of alles wil wat ik nooit wilde of wil wat ik altijd wel wilde maar niet wilde kwijtraken in alles wat ik eerder en nog meer wilde of- Wilde wat wilden wilden. Alles komt vast wel goed, vast wel goed. Ooit wel goed. En als het niet goed komt, niet nu goed komt, komt het morgen goed. Of een van de dagen erna die ik nog niet kan tellen. Maar alles komt vast wel goed. Ik ben zo bang. Nee, niet bang zijn. Niet bang zijn, nergens voor nodig. Luister naar je buik. Luister naar je hoofd en de muziek die daar speelt. Dans op wat er eerder was en met wat je in de toekomst wil walsen en dans met al het nieuws wat met je dansen wil. Ik voel me zo vies, douchen moet ik. Ik voel me zo vies, vlekken tussen borsten. Ga nou eens weg, blijf van me af, laat me genieten van mooi blanco zijn. Rood staat me niet, melkwit. Laat me alleen, met wat ik al was. Val ik wel op, als ik niet vallen wil? Rep niet mijn lichaam, rep maar mijn hoofd. En ik weet niet wie ik ben, wie ik ben, wie ik ben. Wel wat ik zijn wil, een dief in de nacht. Leeg is wat ik wil, voor eventjes dan-
Dit was een kleine greep uit de chaos in mijn hoofd.
Kunstwerk
Ze ligt in bad en zoals zo vaak kijk ik toe, gewoon omdat ik het mooi vind.
“Hoe doe je dat toch?” vraag ik haar.
“Doe ik wat?” kaatst ze terug, wat begrijpelijk is aangezien ik niet echt duidelijk was. Ik blijf even stil, waarom weet ik niet, ik denk omdat ik een keer in een boek gelezen heb dat iemand dat deed. De enige geluiden die de ruimte nu nog vullen zijn de euforische gitaarrifjes van Johnny Marr -ik weet niet of euforisch het juiste woord is, maar om de één of andere reden vind ik het er bij passen- , het water dat, als gevolg van haar bewegingen, heen en weer golft en de afzuiger die voorkomt dat de spiegel beslaat.
“Hoe doe ik wat?” herhaalt ze.
“Hoe lukt het je om de meest normale en alledaagse dingen tot een kunstvorm te promoveren? Ik bedoel, wanneer ik in bad ga, dan neem ik gewoon een bad, maar jij...” Even stop ik, ze gaat onverstoord door met het inzepen van haar borsten en ik weet niet zeker of ze luistert. Ik denk van wel. “Als jij in bad gaat, dan lig je daar met een gratie van heb-ik-jou-daar, terwijl het sop je rondingen verhult en het warme water je lichaam omarmt. Dat lijkt potdomme wel een gedicht.”
“Een gedicht dat jij verzonnen hebt.”
“Ja, maar dat kan ik niet zonder jou, het staat op jouw lijf geschreven, ik hoef het alleen maar op te lezen.”
Ze lacht. En terwijl ik naar haar kijk kan ik alleen maar denken aan hoe mooi ze is. Het sop is bijna weg waardoor haar lichaam helemaal zichtbaar wordt. Dan opeens dringt het tot me door, zíj is het kunstwerk! Kon ik maar tekenen, dan zou ik haar vereeuwigen. Want dat verdient ze.
donderdag 8 september 2011
Toen
En soms komen er kleine lichtjes door de gordijnen naar binnen, tekenen ze strepen op mijn muren en spelen ze met de kleuren van mijn plafond. Ik staar dan eigenlijk alleen maar, zie vanuit mijn ooghoeken per ongeluk hoe de wind mijn gordijnen doet opbollen en de kleine stukjes zonnestraal naar binnen glippen.
Het liefst loop ik door donkere huizen. Als ik alleen thuis ben doe ik nooit lampen aan en wacht ik tot het donker wordt en al het zwarte mijn wereld over neemt. Ren ik door de lange gangen, doe ik alsof ik klein ben en mijn lichaam op kan vouwen tot ik in mijn nachtkastje pas. Maar ik ben niet klein en mijn benen blijven als stokken uit het kastje steken. Hoe vaak ik het ook probeer, het lukt niet.
En weet je nog, toen we naar de dierentuin gingen en jij mijn hand vasthield alsof je nog nooit een hand vastgehouden had? Nee, ik ook niet meer.
Ik weet alleen nog de verlichte steden met piepkleine huisjes die we op de terugweg zagen vanuit de trein. De duizend strepen licht die voor onze ogen verschenen wanneer we ze half dichtknepen.
Misschien geef ik je wel een lampen cadeau met kerstmis. “Alsjeblieft, hier heb je het licht terug,” zeg ik dan.
Het liefst loop ik door donkere huizen. Als ik alleen thuis ben doe ik nooit lampen aan en wacht ik tot het donker wordt en al het zwarte mijn wereld over neemt. Ren ik door de lange gangen, doe ik alsof ik klein ben en mijn lichaam op kan vouwen tot ik in mijn nachtkastje pas. Maar ik ben niet klein en mijn benen blijven als stokken uit het kastje steken. Hoe vaak ik het ook probeer, het lukt niet.
En weet je nog, toen we naar de dierentuin gingen en jij mijn hand vasthield alsof je nog nooit een hand vastgehouden had? Nee, ik ook niet meer.
Ik weet alleen nog de verlichte steden met piepkleine huisjes die we op de terugweg zagen vanuit de trein. De duizend strepen licht die voor onze ogen verschenen wanneer we ze half dichtknepen.
Misschien geef ik je wel een lampen cadeau met kerstmis. “Alsjeblieft, hier heb je het licht terug,” zeg ik dan.
woensdag 7 september 2011
Ik schrijf bijna nooit zulke dingen.
Als ik de geluiden van het leven mocht gebruiken voor heel even zou ik ze tekenen op een schilderij van wit en blauw. Met voorbij razende auto's en de wekker van mijn buurman of de regen die zachtjes op mijn wang viel als tranen die vergaten op te drogen. Het tikken van de klok kreeg ook een plekje in het blauwe en de kaarsjes die bewogen mochten meedoen in het wit. Of de mooie bruine ogen die me door het donker vonden en misschien wel in de stilte konden horen hoe mijn vingers de geluiden achtervolgden. Misschien een plekje in het midden kreeg dat kraakje in de stilte als je zachtjes in de nacht de kwade geesten wilt omzeilen. En het liedje die zijn klank nog niet kan vinden omdat de schrijver nog niet bedacht had dat hij zoveel mooi woorden kon verpakken in muziek. Maar ik vraag me af als ik de geluiden kon beschrijven met een zachte kleur op blauw en wit zouden ze dan niet vervagen en verdwijnen als de tijd ze weg zou nemen. Als de vonkjes die ik soms maakte als ik een vlammetje ontstak en die dan zomaar weer verdwenen en ik alleen kon denken aan waar ze zouden zijn gebleven.
Een tof mens, schijnbaar ben ik dat. Tenminste, ik zou verwachten dat ik dat mag zeggen gezien ik gevraagd ben om een nieuwe woensdag schrijver te worden. Dit mede omdat ik dingen zeg als luiwammes en heus waar, en omdat mijn vriendje een flapdrol is.
Want ja, het vriendinnetje neemt het over van jullie favoriete krullenbol die schrijft over oude vrouwtjes, portemonnee’s en dingen die awesome zijn. Gelukkig heb ik wel eens gehoord dat ik zelf ook best leuk ben, en is er nu eindelijk een oplossing voor die berg rommel die zich in de afgelopen jaren in mijn hoofd gevormd heeft.
Is het dan nu het moment dat ik zo’n saai stukje schrijf over wie ik ben? Zodat jullie weten wat voor onzin jullie moeten gaan verdragen elke woensdag? Awesome. Here it goes.
Hai! Lotte, aangenaam. Klein, blond en huppelend gevalletje van 18 jaar en 8 dagen. Op dit moment ben ik voornamelijk bezig gelukkig te zijn in Utrecht, zo veel mogelijk snoep te eten, plaatjes te bekijken van katten, bier te drinken, geld uitgeven aan nutteloze dingen, studeren en in de trein te zitten naar Eindhoven of Purmerend.
Mag ik ook zo’n ‘waar ik van hou’ stukje maken? Ja?
Goed. Waar ik van hou: katten.
Zo.
Gezien ik nu dingen moet gaan doen als stage mogelijkheden mailen, banen zoeken, afwassen, m’n haren kammen en andere ‘kom, laten we doen alsof je volwassen bent!’ dingen, is dit misschien wel het kortste stukje ooit.
Volgende week woensdag komt er iets nieuws.
Er is een kans dat het over katten gaat.
Liefs,
Lotte
Want ja, het vriendinnetje neemt het over van jullie favoriete krullenbol die schrijft over oude vrouwtjes, portemonnee’s en dingen die awesome zijn. Gelukkig heb ik wel eens gehoord dat ik zelf ook best leuk ben, en is er nu eindelijk een oplossing voor die berg rommel die zich in de afgelopen jaren in mijn hoofd gevormd heeft.
Is het dan nu het moment dat ik zo’n saai stukje schrijf over wie ik ben? Zodat jullie weten wat voor onzin jullie moeten gaan verdragen elke woensdag? Awesome. Here it goes.
Hai! Lotte, aangenaam. Klein, blond en huppelend gevalletje van 18 jaar en 8 dagen. Op dit moment ben ik voornamelijk bezig gelukkig te zijn in Utrecht, zo veel mogelijk snoep te eten, plaatjes te bekijken van katten, bier te drinken, geld uitgeven aan nutteloze dingen, studeren en in de trein te zitten naar Eindhoven of Purmerend.
Mag ik ook zo’n ‘waar ik van hou’ stukje maken? Ja?
Goed. Waar ik van hou: katten.
Zo.
Gezien ik nu dingen moet gaan doen als stage mogelijkheden mailen, banen zoeken, afwassen, m’n haren kammen en andere ‘kom, laten we doen alsof je volwassen bent!’ dingen, is dit misschien wel het kortste stukje ooit.
Volgende week woensdag komt er iets nieuws.
Er is een kans dat het over katten gaat.
Liefs,
Lotte
dinsdag 6 september 2011
Gelukkig zijn is fijn
Soms heb je van die momenten waarvan je op het moment zelf niet beseft dat het je gelukkig gaat maken. Op het moment zelf zit je in zak en as, omdat je de schoonheid van de gebeurtenis niet in kan zien. De dag, de dagen of de weken daarna begint de positieve kant van de gebeurtenis aan het licht te komen. Na enig nadenken bedenk je je dat diezelfde gebeurtenis eigenlijk een positieve uitwerking had.
Zaterdag bedacht het universum (of onze aangeschoten hoofden) dat we elkaar weer zouden tegenkomen die nacht. Na wat beschonken momenten, na een fles drank in de vorm van de toren van Pisa, was het moment daar. Onze ogen ontmoetten elkaar. Normaal zouden ze na 2 seconden weer de leegte in staren, denkend aan elkaar. Deze keer was het anders. 5, 6, misschien wel 7 seconden bleven onze blikken elkaar kruisen. Ik besloot een praatje met je te maken, om vervolgens in een gesprek over Charizard te komen met een kerel wiens naam mij nog steeds niet bekend is. Lachen, gezellig doen, praten en nog meer lachen. Mensen leren kennen die Pokémon Gold speelden, mensen leren kennen die absoluut geweldige krulletjes hadden.
Niet veel, of wel veel, later raakten onze lippen elkaar weer. Lang, lang geleden was het dat onze lippen elkaar voor het laatst raakten. Ik had vonken verwacht, vuurwerk gelukkig nieuwjaar en andere wensen die een nieuw leven in zouden leiden. Ik voelde vertrouwdheid, mijn hoofd liggend op jouw borst. Jouw hand woelend door mijn haren. Maar het vuurwerk ontbrak. Ik voelde me onzeker, niet wetend of dit voor jou eenmalig zou zijn. Onzeker, omdat voor mij ook het vuurwerk ontbrak, terwijl ik zo lang op dit moment had gewacht. Onzeker, klein en bang.
Maar we hadden beide geen spijt en ik wist dat deze zoen alles voor mij af zou sluiten. Ik was ontzettend gelukkig, wetend dat het eindelijk afgesloten zou zijn. Wetend dat ik niet meer dagelijks verlangens voor je zou voelen. Gelukkig. Ontzettend. Een goed gesprek. Nog gelukkiger.
Dat wou ik even kwijt.
Zaterdag bedacht het universum (of onze aangeschoten hoofden) dat we elkaar weer zouden tegenkomen die nacht. Na wat beschonken momenten, na een fles drank in de vorm van de toren van Pisa, was het moment daar. Onze ogen ontmoetten elkaar. Normaal zouden ze na 2 seconden weer de leegte in staren, denkend aan elkaar. Deze keer was het anders. 5, 6, misschien wel 7 seconden bleven onze blikken elkaar kruisen. Ik besloot een praatje met je te maken, om vervolgens in een gesprek over Charizard te komen met een kerel wiens naam mij nog steeds niet bekend is. Lachen, gezellig doen, praten en nog meer lachen. Mensen leren kennen die Pokémon Gold speelden, mensen leren kennen die absoluut geweldige krulletjes hadden.
Niet veel, of wel veel, later raakten onze lippen elkaar weer. Lang, lang geleden was het dat onze lippen elkaar voor het laatst raakten. Ik had vonken verwacht, vuurwerk gelukkig nieuwjaar en andere wensen die een nieuw leven in zouden leiden. Ik voelde vertrouwdheid, mijn hoofd liggend op jouw borst. Jouw hand woelend door mijn haren. Maar het vuurwerk ontbrak. Ik voelde me onzeker, niet wetend of dit voor jou eenmalig zou zijn. Onzeker, omdat voor mij ook het vuurwerk ontbrak, terwijl ik zo lang op dit moment had gewacht. Onzeker, klein en bang.
Maar we hadden beide geen spijt en ik wist dat deze zoen alles voor mij af zou sluiten. Ik was ontzettend gelukkig, wetend dat het eindelijk afgesloten zou zijn. Wetend dat ik niet meer dagelijks verlangens voor je zou voelen. Gelukkig. Ontzettend. Een goed gesprek. Nog gelukkiger.
Dat wou ik even kwijt.
maandag 5 september 2011
maatregelen
Het is tijd voor maatregelen, na humeurige buien, 4 antibiotica kuren tegen blaasontsteking sinds de laatste schooldag en te veel lichamelijk leed ben ik het wel zat.
Things need to change.
Ik geef toe, ik hou van ongezonde dingen zoals niet sporten en in bed liggen met paprikachips, safaricola een sigaret en teen mom.
Ver weg van appels en wandelen.
Maar soms heb ik een omslagpunt, zoals nu.
Dan moet alles ineens radicaal anders.
Chaos in mijn hoofd.
Bah, ik hou er niet van.
Het enige wat ik dan nog kan doen is lijstjes maken.
- stop met roken
- stop met [te veel] alcohol drinken
- stop met te laat naar bed gaan
- stop met de pil
- stop met alles op het laatste moment doen
- begin met meer water drinken
- begin met een sport
- begin op tijd
zucht.
Things need to change.
Ik geef toe, ik hou van ongezonde dingen zoals niet sporten en in bed liggen met paprikachips, safaricola een sigaret en teen mom.
Ver weg van appels en wandelen.
Maar soms heb ik een omslagpunt, zoals nu.
Dan moet alles ineens radicaal anders.
Chaos in mijn hoofd.
Bah, ik hou er niet van.
Het enige wat ik dan nog kan doen is lijstjes maken.
- stop met roken
- stop met [te veel] alcohol drinken
- stop met te laat naar bed gaan
- stop met de pil
- stop met alles op het laatste moment doen
- begin met meer water drinken
- begin met een sport
- begin op tijd
zucht.
Abonneren op:
Posts (Atom)