maandag 29 augustus 2011

zaterdag 27 augustus 2011

Waarom giraffen de tofste dieren zijn die er bestaan en iets over piraten en bellenblaas

Wat is jouw favoriete dier? Een paard? Een hond? Wat saai. Mijn favoriete dier is de giraffe en ik zal je vertellen waarom. Ze zijn tof.

Bewijsstuk 1:

Bewijsstuk 2:

In een land hier ver vandaan, volgens mij was het België, was eens een olympisch bellenblaasteam. Ze hadden zojuist meegedaan aan de olympische spelen in Zuid-Afrika, of in ieder geval in een land waar giraffen voorkomen. De leden van de olympische equipe waren zo gek op de dieren dat ze er één mee naar huis wilden nemen. Zodoende hadden ze op de terugweg zo’n langnekkig beest aan boord waardoor ze onder bepaalde bruggen niet door konden varen en genoodzaakt waren een  omweg te nemen. Deze leidde hen langs de kust van Somalië.

(Je voelt de bui al hangen zeker?)

Somalische piraten? Nee! Achterhoekse piraten! Tenminste dat denk ik, want ze slikten hun  E’s in. ‘Aanvall’n!’ brulden ze. Van schrik klom het hele bellenblaasteam op de rug van hun nieuwe huisdier. De piraten schonken er geen aandacht aan en klommen aan boord van het schip. Terwijl ze het schip plunderden begon de giraffe plotseling in beweging te komen. Als een wilde stier sprintte hij op de piraten af en schopte ze één voor één het water in. ‘Hoera!’ juichten de bellenblazers en ze bliezen nog lang en gelukkig.

Oké, dat verhaal heb ik verzonnen, maar kom op, bewijsstuk 1 zegt genoeg.

Circus


In het circus van mijn dromen dans ik in fletse jurkjes en tem tijgers met een gouden zweepje. Ik ben een slangenmens en kan toveren met een hoelahoep. De wereld kan ik op mijn heupen laten wiegen, met soepele ronddraaiende bewegingen, opgevoerd door het geklap. En ik zing liedjes met de clowns en laat de zonnetjes op mijn wangen vervagen door grote stukken slagroomtaart.

De rood-witte tent glimt als hij in de zon staat, ook als het giet. En ik schijn in de zon ook als het pijpenstelen regent en de tent begint te lekken. Waarschijnlijk omdat ik verliefd ben op de acrobaat die me op en neer slingert aan zijn armen en me de wereld op zijn kop laat zien. Hij zegt dat hij nog nooit zo’n soepel meisje heeft gezien en dat mijn fletse jurkje me mooi staat (grotere complimenten kan je een slangenmeisje niet geven).

Het is er fijn, zo fijn dat ik dromen wil. Zo fijn dat ik erin wil verdwijnen. Ik heb er wel eens over nagedacht mezelf op te vouwen, zoveel dat ik verdwijn en onvindbaar ben. Ik vouw mezelf tweedubbel, driedubbel, vierdubbel, ontelbaar-dubbel en dan ben ik weg. Weg in mijn dromen, waar ik geleerd heb soepel te zijn. Weg zodat ik de wereld altijd op zijn kop kan zien en mijn gezicht kan opvrolijken met bloemetjes en bliksemschichtjes.
Maar ik ben bang dat mijn dromen in werkelijkheid geen droomwerelden zijn, slechts een treurige werkelijkheid ingekleurd met rood-witte strepen.

In het circus van mijn dromen ben ik nooit bang. Nooit, nee, echt nooit bang-

Oh en dit is de werkelijk prachtige tekening die ik hierbij maakte in de trein, en die kon ik jullie natuurlijk niet onthouden. 

vrijdag 26 augustus 2011

Goedenmorgen

Het is vrijdag, en ik heb nog niets geschreven.
Na mijn wereldreis van morgen beloof ik een stukje te plaatsen.

Met vriendelijke groet, donderdag #2
(helaas moet ik mevrouw Woensdag over mij wel gelijk geven, ik ben drie minuten buiten de tijd. ik hoop dat jullie me vergeven.)

donderdag 25 augustus 2011

Goede Winter

Het is een goede
Goede winter dit jaar
Ook al is het mei


Het is goed winter, sneeuw
Sneeuwt me in
Als een droevige deken


Het zijn goede wolken
Zacht en vol
Een dag lijkt de nacht


Het is een goede winter
Dunne liefde druipt
Door de planken van mijn huisje


Het is genoeg


(Donderdag #1 schrijft lekker wel vandaag, dus woensdag zat er mooi naast, lekker puh)
(Ja, ik weet dat ik vorige week niks geschreven heb. Ik was ongeveer één uur thuis tussen mijn introweek en lowlands en in dat uur deed blogspot het niet. Mijn excuses. Het zal niet nog een keer gebeuren)

Het is vast ergens op de wereld in iemands gedachten woensdag

Donderdag en Donderdag zullen vandaag wel niks posten. Ik weet waarom. Ik weet niet of dat bekend mag worden.

Gisteravond ben ik door het lot gekozen om de nieuwe bewoner te worden van het mooiste huis op de mooiste locatie in Zwolle. Dus ik ben blij en door het dolle. Ik zei dat omdat het rijmt.


Dus ik nodig jullie allemaal uit bij mij.
en ik ga echt heus ooit nog eens een mooi stukje schrijven.
echt heus.

maandag 22 augustus 2011

rariteiten!


Vroeger dacht ik dat er een grote vuilniszak om de aarde ging wanneer het avond werd. In de grote vuilniszak had iemand gaatjes geprikt met een naald. Daar scheen het licht door.

De persoon die de aarde in handen had keek er graag naar. Gewoon, wat de kleine wezentjes allemaal uitspookten. Ha, kijk daar is er eentje die in z’n neusje peutert. Grappig!

De persoon was een jongetje. Hij had een soort schema elke dag van de week. Dat moest wel, want anders zou hij wel eens vergeten om de vuilniszak erover te doen en dat gebeurde nooit! Kortom, vast schema.

Elke ochtend maakte zijn moeder hem wakker. Om half 8. Zo’n moeder die je ziet in Edward Scissorhands. Lief en tamelijk nutteloos. Ze droeg een eng roze jurk waarvan de hals net boven haar sleutelbenen. De jurk viel net tot over haar knieën. Ze droeg gele oorbellen. Ronde. Zo groot als twee-euro muntstukken ongeveer.

Elke dag wanneer zijn moeder hem zacht op zijn schouder tikte en hem wekte, sprong hij opgetogen uit bed om zijn pyjama uit te trekken om die vervolgens net opgevouwen  op zijn kussen te leggen. Nog even het dekbed strak trekken. Zijn kleren lagen klaar op de houten lakstoel naast zijn bed en hij trok ze aan.

Hij opende de aarde en dronk een glas melk met een boterham met jam en pindakaas.

Zijn moeder gaf hem les in rekenen en lezen. Aardrijkskunde had hij niet, want hij had de aarde.



Spierpijn is erg vervelend. Ik heb het vaak. Nu ook.

Ik heb familie van mijn vriend helpen verhuizen, wat trouwens wel heel gezellig was.

Vorige week was ik niet zo goed. De laatste tijd ben ik de hele tijd moe. Niet zo leuk!

Goed, het is weer tijd om teen mom 2 te kijken. Mijn addiction qua televisie kijken (:

Daarna ga ik een stuk schrijven over loverboys op internet.

Goed, mensen.

Adieu!

Hartjeloveyoukusjemwaah!

Lui mens en een luie zondag.


We zitten alweer twintig minuten in de maandag. Ik hoef deze maandag niet te werken. Wel ben ik dus te laat met posten maar dat zien jullie door de vingers want deze week was sowieso niet heel actief. Wie zitten er allemaal op lowlands? Ik ben jaloers op die mensen.

Ik werk in een boekwinkel en ik moet iedere ochtend de kranten in de rekjes zetten. Ik lees ondertussen die kranten ook altijd even. En de afgelopen week stond iedere krant in het teken van pukkelpop. Hoe meer ik las, hoe meer ik meeleefde met de mensen daar. Echt niet fijn.

Ik heb vandaag de hele dag op de bank gelegen. Eerst op de stoel, toen ik samen met Danielle easy a keek en croissantjes at. Na easy a keken we het laatste deel van Eclipse, veroordeel ons niet te snel. En daarna keken we het einde van repo men. En dat was echt de raarste film die ik ooit gezien heb. Met veel bloed en elektronische organen en een hele sexy hoofdrolspeler namelijk Jude Law. Vooral in the holiday is hij leuk, met bril en zo. Je snapt me. Als je een meisje bent dan in ieder geval. En misschien als jongen ook wel.

Op dit moment luister ik naar the blue album 1967-1970.
Volgende week spreek ik jullie weer en tot dan. En zo.

Nog even dit; het nadeel van te veel wegwerpcamera’s die nog onontwikkeld zijn en te weinig geld om ze te ontwikkelen is dat je heel lang moet wachten op foto’s.

Lucy in the sky with diamonds. 

Een heel leuk persoon vertelt me op dit moment een verhaaltje en dat begint met 'er was eens een klein geel varkentje..'. En dat vind ik heel tof. 

zaterdag 20 augustus 2011

Nederpop of Flevopop? Of klinkt dat loserig?

Hoi, ik heb deze week een fret geaaid en kleine stukjes hemel gedanst, oh en dit is Ruud in opdracht van mij.

donderdag 18 augustus 2011

Lowlands

Ik heb geen idee waar ik ben als jullie dit lezen. Misschien wel kroketten etend op een stukje leeg gras op het festivalterrein, misschien kom ik wel net mijn tent uit gekropen terwijl ik concludeer dat de zon schijnt, misschien wel rondjes dansend door de regen in een poncho. Ik heb geen idee waar of hoe of met wie of wanneer, maar het zal vast fijn zijn.

Over twintig uur, als dit stukje gepost wordt, zit ik in de auto. Vol trots, aangezien ik eindelijk eens niet met een backpackrugzak die twintig keer zo breed is als ik, tent, matje en overige dingen hoef over te stappen op volgeladen stations. Nee, gewoon een auto dit jaar. Ruimte, comfort, gemakzucht.
Ik neem zelfs een kussen mee. Het is een heel vooruitgang vergeleken met vorig jaar.

De eerste keer Lowlands, wordt dit voor mij. Normaal bracht ik mijn festivaldagen een stuk zuidelijker door. Werchter, Pukkelpop en toen ik vijftien was zelfs een keer Pinkpop (al was dat achteraf gezien iets te roze voor mij).
Ik zou moeten weten wat ik kan verwachten, aangezien iedereen mij al duizend overtuigingsverhalen heeft verteld. Vol sfeerimpressies, sappige details en alle informatie die je maar wensen kan. Maar toch weet ik het niet, wordt er in mijn hoofd geen beeld gevormd. Ja, podia. Campings. Muziek. Eten. Kroketten (die hadden ze in België niet, misschien is dat wel wat mij uiteindelijk overtuigd heeft om dit jaar voor Biddinghuizen te kiezen).
Ik zal me laten verrassen.

woensdag 17 augustus 2011

zondag 14 augustus 2011

Luna.


Ik had nog nooit zo’n mooie hemel gezien als deze. Midden op zee, waar geen lantaarnpalen stonden. Zo veel sterren. Oneindig veel sterren. Oneindige hemel. De grote zeilboot schommelde zachtjes heen en weer. Kapitein Phil neuriede een liedje terwijl hij met één hand aan het roer stond. De rest van het kleine groepje was al een paar uur geleden naar de hutten gegaan. Iedereen sliep. Maar ik vond het verspilling van een prachtige nacht. De zee was enorm rustig en de sterren werden erin weerspiegeld. Ik vond het heerlijk.
‘Wordt jij nooit moe?’. Phil klonk ouder dan dat hij was. Zijn stem doorbrak de stilte en mijn concentratie was weg. Aan ieder anders mens had ik me op dat moment geërgerd. Maar van Phil kon ik het hebben. Ik kende hem nu een paar dagen en ik voelde niets dan sympathie voor hem.
‘Ik kan nog vaak genoeg slapen’. Ik liep dichter naar hem toe en ging met mijn rug naar het water staan, tegen het koude ijzer aan. ‘Ik heb dit nog nooit meegemaakt. Vroeger was het mijn droom om te reizen. Maar ik stelde het steeds uit. Mijn ouders hadden niet genoeg geld en ik was zelf ook verschrikkelijk in sparen. Ik voel een beetje jaloezie als ik eraan denk dat U mijn droom leeft’.
‘Je bent bijna twintig. Je kunt alles doen wat je wilt, meisje’. Zijn ogen schitterden en ik draaide mijn hoofd naar rechts om naar de maan te kijken. Hij had gelijk. Toch voelde dat niet zo. Dit was een buitenkans. Ik moest hiervan genieten, nu mijn lot zo ontzettend gul was.
‘We varen nog een dag en een nacht. Dan meren we aan in Bonaire’. Hij schoof een stoel dichterbij en pakte zijn boek. Een boek wat hij volgens mij al een paar keer uitgelezen had. Misschien kreeg hij er gewoon geen genoeg van.
Ik liep terug naar mijn eerdere plekje want daar stond een kist. Een kist die ik makkelijk kon gebruiken als bankje. Mijn voeten legde ik op een stapel touw en ik sloot mijn ogen. Het zoute briesje voelde fijn toen het mijn haar over mijn wang veegde.
Ik had zin in het aanmeren in Bonaire. Maar deze nacht mocht ook nog wel even duren. Ik was alleen, ik had geen geld meer, ik had geen plan. Maar ik was gelukkig.
En ik hield mezelf voor dat dat het enige was dat telde.

Moedervlekken


Ik zocht naar lijntjes om op te schrijven maar ik vond alleen je moedervlekken, precies vijf op een rij. Onder je sleutelbenen, mijn favoriete stukje jou. Het zal vast geen toeval zijn dat juist daar je moedervlekken rondslingeren.

We besloten galgje te spelen, gewoon op jouw borst. Om bomen te besparen en omdat we altijd al hielden van vijfletterwoorden. Zoals regen en sneeuw –de ‘u’ vergaten we altijd- en vlieg en varen. En water, vooral water, het liefste het zoute water van de zee. Zeeën (prachtig vijf letters) waar we altijd naar verlangden en waarin we dansten terwijl we rond kolkten in elkaars armen.

. . . . .

Je nam een woord in je hoofd en ik zou raden, mijn galg op je kladden. Ik raadde de ‘e’ omdat ik altijd een strategische beginletter vond. Raak, vierde plek.

. . . e .

De ‘t’ misschien? Fout, de eerste palen van mijn stille dood tekende ik op je borstkas.
Ik liet de letters om je oren vliegen, geen van allen goed. Blijkbaar waren we minder telepathisch met elkaar verbonden dan we dachten. Het touw bungelde al heen en weer, smachtend naar mijn nek. De ‘o’ redde me, voor eventjes dan, nog nooit was ik een klinker zo dankbaar.

. . o e .

De ‘l’? Ik was op dreef en kalkte je vol, als persoonlijke kladblok.

. l o e .

Mijn hoofd hing al, net als mijn buik en mijn armen en rechterbeen. Alleen mijn linkerbeen was nog niet van jou en de galg op je borstkas. Een lugubere stilte bekroop ons; alle letters renden rond in mijn hoofd maar durfden niet uitgesproken te worden. Kon je niet een soort van teken geven, een teken van leven voor mij? De ‘n’? Fout.

Ik hing. Je pakte de stift uit mijn handen en zocht blind je moedervlekken om ze te beschrijven.

v l o e d

Ik had het kunnen weten.